CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, april 2015

 

Pierre Boulez - The complete Erato recordings (1962-1991)

Inhoud:
Stravinsky: Pulcinella* - Le chant du rossignol* - Le rossignol** - Quatre Chants paysans russes (twee versies) - Drie stukken voor strijkkwartet - Vier etudes*- L'histoire du soldat*** - Concertino***

Schönberg: Pelleas und Melisande**** - Orkestvariaties **** - Vioolconcert (Amoyal)***** - Pianoconcert (Serkin)*****

Messiaen: Et exspecto resurrectionem mortuorum****** - Couleurs de la cité céleste (Loriod)******

Berio: Sinfonia* - Eindrücke*

Xenakis: Jalons***

Kurtág: Messages de feu Demoiselle R.V. Troussova (Csengery)***

Birtwistle: . agm .***

Grisey: Modulations***

Donatoni: Tema*** - Cadeau***

Carter: Hoboconcert (Holliger) - A Mirror on which to dwell (Bryn-Julson) - Penthode

Dufourt: Antiphysis

Feyneyhough: Funérailles - versions I & II

Harvey: Mortuos Plango, Vivos Voco

Boulez: Pli selon pli (Bryn-Julson)* - Le visage nuptial (Bryn-Julson, Laurence)* - Le soleil des eaux (Bryn-Julson)* - Figures, Doubles, Prismes* - Derive I*** - Mémoriale (Cherrier)*** - Cummings ist der Dichter*

Orkesten en ensembles:
Orchestre National de France*
BBC Symphony Orchestra**
Ensemble Intercontemporain***
Chicago Symphony Orchestra****
London Symphony Orchestra*****
Les Percussions de Strasbourg******
Choeurs de Radio France (koorwerken van Stravinsky)
New Swingle Singers (Sinfonia van Berio)
John Alldis Choir (Birtwistle)
BBC Singers (koorpartijen in Boulez)

Opnamen uit de jaren 1966 (Messiaen) en 1980-1991

Werken in de box die Boulez niet uitvoert:
Ligeti: Études 1-6 voor piano (Aimard) - Trio voor piano, viool en cello (Aimard, Dizès-Richard, Delepancque)

Carter: Esprit rude/esprit doux voor fluit en klarinet (Cherrier, Trouttet)

Höller: Arcus (Ensemble Intercontemporain o.l.v. Peter Eötvös)

Boulez: Sonatine voor fluit en piano (Cherrier, Aimard) - Pianosonate nr. 1 (Aimard) - Dialogue de l'ombre double (Damiens)

Erato 0825646190485 (14 cd's)

 

:De negentigste verjaardag van Pierre Boulez wordt door cd-maatschappijen vooral gevierd met heruitgaven in de vorm van boxen: tot nu toe maar liefst vier met ieder hun specifieke kwaliteiten en beperkingen. De eerste van Universal ( Domaine Musical met opnamen uit 1955-1967) bevat vrijwel al zijn vroegste opnamen en toont hoe de dirigent het vak zeer snel leerde, vooral in repertoire van hemzelf, generatiegenoten en enkele van de voor hem belangrijkste voorgangers. Deze box is grotendeels een heruitgave van twee boxen, ca. acht jaar geleden uitgebracht op Accord. De tweede ( The complete Sony recordings ) brengt opnamen uit de periode 1966-ca. 1985 met de dirigent in zijn meest polemische gedaante met overwegend werken van zijn belangrijkste directe voorgangers (Schönberg, Berg, Webern, Bartók, Stravinsky, Debussy, Ravel en Varèse). De derde ( The complete Erato recordings , vrijwel alle uit de jaren tachtig) biedt relatief de meeste opnamen van naoorlogse componisten (Carter, Ligeti, Berio, Kurtag, Dufourt, Grisey, Birtwistle, Donatoni, Ferneyhough, Harvey, Höller, Xenakis en Messiaen) naast veel van Stravinsky gecomponeerd tijdens de Eerste Wereldoorlog. De vierde tenslotte van DGG ( Complete 20th century recordings ) beperkt zich voornamelijk tot de grote meesters uit de eerste helft (zijn Mahler-vertolkingen ontbreken) plus gelukkig ook een beetje Ligeti, Birtwistle en (net als in de andere dozen) Boulez.

Niet alleen door het repertoire onderscheidt de Erato-box zich. Boulez is minder polemisch en fel dan in zijn Sony-tijd en dirigeert met minder vrijheid en zwier dan in zijn DGG-jaren. Zijn strakheid is zeer duidelijk in het naoorlogse repertoire waarin de structuur hem veel meer lijkt te boeien dan de dramatiek. Bij de meeste van deze composities is dat een groot pre, temeer daar deze muziek veelal niet gedacht is vanuit een klassiek-romantisch gevoel voor spanning en ontspanning; eerder is de grillige afwisseling in ritme en kleur zeer gebaat bij een precieze weergave van de opbouw. Vooral de werken van Berio, Xenakis, Birtwistle en Carter komen hiermee uitstekend tot hun recht. En hoe preciezer en schijnbaar zakelijker hij is, hoe meer hij loskomt, met name in zijn eigen werk. Opmerkelijk daarbij is het contrast tussen de componist en de dirigent. De componist wil zich nogal eens laten verleiden tot schoonheid om de schoonheid, bijv. in Figures, Doubles, Prismes , Mémoriale en cummings ist der dichter . De dirigent kiest meer voor felheid, puntigheid, bondigheid en een uitgesproken onsentimentele aanpak, met name in Pli selon pli . Ongeveer hetzelfde speelt bij de vier stukken van Schönberg en de vele werken van Stravinsky uit de jaren 1914-1922. In de drie dodecafonische werken van Schönberg waarin Brahms niet ver weg is (de Orkestvariaties en de twee concerten), ligt bij Boulez een lichte matheid op de loer, terwijl het onberekenbare, zeer Tristan-achtige epos Pelleas und Melisande gebaat is bij de ijzeren greep van een componist die explosies fantastisch weet te doseren. Het illustreert Boulez' grootheid dat men niet hoort dat dit één van de snelste uitvoeringen van dit werk is. Ook bij Stravinsky's muziek klinken de pre-neoclassicistische betere dan de neoclassicistische, vooral de korte koorwerken, het Concertino, de Vier etudes en Le chant du rossignol .

Zelfs na deze vier schitterende dozen wil men meer. De complete Ring des Nibelungen uit Bayreuth uit 1976-1980 staat gelukkig op dvd; de film met de complete Lulu uit 1979 moet zo snel mogelijk opnieuw uitkomen; en wat te denken van de vele opnamen in de archieven van omroepen zoals de BBC en de NPO. Misschien staat Boulez er niet meer helemaal achter, maar er zit repertoire bij dat hij niet later opnam en dat hij rigoureus naar zijn hand kon zetten.

PS
Hoe goed Boulez als dirigent ook is, hij is gelukkig geen afschrikwekkend voorbeeld voor al die dirigenten die zijn werk willen uitvoeren. De besten onder hen hebben de afgelopen maanden overduidelijk laten horen dat zijn muziek ook op een andere manier uitgevoerd kan worden. Dat is geen kritiek op Boulez, want probeer maar eens in welke stijl dan ook het niveau te bereiken dat Boulez in zijn stijl te bereiken. Zijn enige serieuze concurrenten onder de dirigenten waren Haitink, Abbado en Kleiber. Nu eindelijk krijgt hij in zijn eigen muziek repertoire collega's die van hetzelfde kaliber zijn dus anders te werk gaan (Knussen, Robertson, Spanjaard, Fischer, Pintscher). Bij de historische uitvoeringspraktijk heette dat heel puristisch een afwijking van de bron, bij andere muziek heet dat welwillend een nieuw gezichtspunt (terwijl hetzelfde aan de hand is!). Het geeft aan dat Boulez' muziek een receptiegeschiedenis onder musici kan doormaken en dat zijn muziek kan en zal meegroeien met nieuwe karakters en esthetische inzichten. Dat dit gebeurt, pleit voor de rijkdom van zijn muziek. En hoe men zijn muziek ook zal uitvoeren, het niveau van Boulez als vertolker, ook in de Erato-box, blijft een verbluffend voorbeeld.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links