CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2021


Weinberg: Vioolconcert op. 67 - Sonate voor twee violen op. 69*

Gidon Kremer, Madara Petersone* (viool), Gewandhausorchester Leipzig o.l.v. Daniele Gatti
Accentus ACC30518 • 73' •
Live-opname: februari 2020, Gewandhaus, Leipzig (Vioolconcert); Studio Residence Paliesius (Litouwen)

   

Mieczyslaw (in het Jiddisch Moisej) Weinberg (1919-1996) componeerde zijn (enige) Vioolconcert tussen 20 juni en 28 augustus 1959. Het beleefde in februari 1961 zijn première met als solist Leonid Kogan (met wie Weinberg bevriend was en aan wie het werk is opgedragen) en het Filharmonisch Orkest van Moskou onder leiding van Gennadi Rozjdestvenski. Sjostakovitsj zal er toen mogelijk voor het eerst kennis mee hebben gemaakt. Hij schreef er in ieder geval zeer enthousiast over, getuige een brief aan zijn vriend Isaak Glikman: ‘Ik ben onder de indruk van het door de communistische violist Leonid Kogan geweldig gespeelde Vioolconcert van Moisej Weinberg. Het is een voortreffelijk werk in de beste betekenis van het woord'.

In zijn recensie (klik hier) van o.a. Weinbergs Vioolconcert merkte Siebe Riedstra op het eigenlijk onbegrijpelijk te vinden dat het nog minder bekend is dan dat van Britten (toch al een witte raaf op het vaderlandse concertrepertoire). Om eraan toe te voegen: ‘wie het derde deel van dit concert heeft gehoord zou vroeger meteen naar de winkel gerend zijn, en tegenwoordig voldoet een simpele muisklik. […] Ik ben ervan overtuigd dat Weinberg met het langzame deel uit zijn Vioolconcert, waarin de joodse ziel zijn diepste smarten uitdrukt, Sjostakovitsj heeft beïnvloed, en niet andersom - luister maar naar Dmitri's strijkkwartetten'.

Evenals het in 1948 voltooide Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj is ook dat van Weinberg vierdelig geconcipieerd. Wat op zich niet zo bijzonder mag heten: Brahms componeerde al tussen 1878 en 1881 een vierdelig pianoconcert, zijn opus 83 (het werd er wel zwaarbeladen door).

In de groot aangelegde symfonische architectuur van Weinbergs Vioolconcert is de solist niet alleen bijna voortdurend aan het woord, maar het werk stelt tevens bovendien zeer hoge eisen aan diens virtuositeit. Wie echter epaterende leegheid in dit uitgesproken virtuoze werk verwacht komt (gelukkig!) bedrogen uit. Dat begint al in het openingsdeel (waarin de orkestrale introductie ontbreekt) als in de stemvoering reeds de indrukwekkend expressieve gelaagdheid doorbreekt die ons op het pad van bitterheid en somberheid brengt.

Dat anders dan in de voormalige Sovjet-Unie het in het Westen zo vréselijk lang geduurd heeft alvorens de muziek van Weinberg in bredere kring bekend werd, laat zich niet zo gemakkelijk verklaren. Enerzijds is er de voor de hand liggende verwijzing naar wat Churchill eens het IJzeren Gordijn noemde, voor de hand, anderzijds waren er eind jaren tachtig Perestrojka en Glasnost die ook voor Weinberg de deur naar het Westen niet meer op slechts een kier hielden. Waarbij we bovendien moeten bedenken dat de muziek van Sjostakovitsj wel aanmerkelijk sneller ingang in het Westen vond. Gelukkig is er echter al zo'n jaar of vijftien sprake van een kentering, zo niet een regelrechte inhaalslag die duidelijk zijn vruchten heeft afgeworpen, getuige de inmiddels aanmerkelijk grotere belangstelling voor Weinberg en zijn muziek. Ook op onze site vindt u daarvan een afspiegeling, getuige de vele uitvoeringen die zijn (en ongetwijfeld nog zullen worden) besproken. Wat tevens duidelijk maakt dat over de grote kwaliteiten van deze muziek, in welk genre ook, niet getwist hoeft te worden. Dit is muziek die staat als een huis, al heeft het modernisme er slechts beperkt vat op gekregen. Waarover de Letse violist Gidon Kremer (Riga, 1947) opmerkte:

The value of Weinberg's music to me is absolutely obvious — his opuses are not written following a certain compositional system, school or ideology. For myself, the 'discovery' of Weinberg some years ago became a source of an unlimited inspiration.

Dat Kremer zich al jaren inspant om de muziek van Weinberg ‘onder de mensen te brengen' is net zo belangrijk gebleken als zijn inspanningen ten gunste van Arvo Pärt, Alfred Schnittke, Sofia Goebaidoelina, Edison Denisov en nog vele andere componisten die zich in het voormalige Oostblok geconfronteerd zagen met het ene na het andere van staatswege - veelal via de roemruchte Componistenbond - opgeworpen obstakel. Ze leden er vrijwel dagelijks onder dat hun creativiteit daardoor ernstig werd beknot en dat uitvoering van hun werk, behoudens dan incidenteel en dan nog in besloten kring, onmogelijk werd gemaakt.

Kremer behoort niet alleen tot de eerste maar tevens tot de beste vertolkers van (ook!) Weinbergs oeuvre; en dat geldt zowel voor het Vioolconcert als voor de vrijwel direct daarna geschreven Sonate voor twee violen (waarin Kremer in Madara Petersone, al sinds 2012 verbonden aan Kremerata Baltica een waardige partner vond).

De begin 1960 voltooide duosonate droeg Weinberg op aan Elisaveta Gilels, de jongere zus van de pianist Emil Gilels. Wie het initiatief tot de compositie heeft genomen staat niet vast, maar niet toevallig was Leonid Kogan de echtgenoot van Elisaveta en zou hij wellicht de opdracht of de suggestie aan Weinberg hebben gegeven. Er zouden later uit Weinbergs pen nog dertien sonates voor verschillende soloinstrumenten volgen, een genre dat zijn vriend, steun en toeverlaat Sjostakovitsj merkwaardigerwijs nooit heeft beoefend.

Dan is er de Italiaanse dirigent Daniele Gatti, die zijn carrière ruw onderbroken zag nadat hij in de zomer van 2018 in ongenade was gevallen bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij blijkt, getuige deze opname, veel affiniteit met het Vioolconcert te bezitten en heeft het Gewandhausorchester Leipzig fenomenaal naar zijn hand weten te zetten. Het gevolg: een overrompelende uitvoering, waarbij het ene na het andere orkestrale hoogtepunt zich glorieus ontvouwt, de spanning echt te snijden is en toch zo beheerst wordt gemusiceerd dat binnen het glanzende geheel de vele boeiende details volmaakt op hun plaats vallen en de fabelachtige schoonheid van het werk optimaal tot leven komt. Met mede-inspirator Kremer die met zijn enorme technische en interpretatieve vocabulaire als waant hij zich op de Parnassus zelve de meest schitterende klankkleuren en (veelal donkere) vergezichten aan zijn instrument ontlokt, een tovenaar die afwisselend dan weer los van en dan weer hecht met het orkest jongleert dat hem met grote souplesse, schijnbaar moeiteloos, ‘volgt'. Jammer alleen dat het slotapplaus niet werd meegesneden, want dat had de karakteristiek van deze live-opname nog een extra dimensie hebben gegeven. En nu ik het toch over de opname heb: die is in één woord subliem: zowel in Leipzig als in Paliesius (Litouwen).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links