CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2021

Stylus Luxurians

Weckmann: Toccata in e - Canzon in d - Partita in b - Toccata vel praeludium in d - Canzon in c - Toccata in d

Scheidemann: Benedicam Domino

Tunder: Praeludium in g

Froberger: Ricercare XI in d

Ritter: Suite in c - Sonatine in d

Yoann Moulin (klavecimbel)
Ricercar RIC 433 • 57' •
Opname: mei 2020, Église Notre-Dame de Centeilles (F)

   

Op het gebied van de Barok en dan met name dat van het klavecimbel zijn er in discografisch opzicht geen werelden meer te winnen. Anders ligt dat op het concertpodium, want daar is het klavecimbelrecital nog steeds vrij zeldzaam; en dan bij voorkeur in dusdanig kleine zalen dat de fragiele klank van het instrument behouden blijft.

Dat met de komst van de moderne piano en later de (concert)vleugel het klavecimbel al vrij snel het onderspit moest delven is een nogal voor de hand liggende conclusie, en al helemaal in een tijdperk waarin fijnzinnigheid het moe(s)t afleggen tegen luidheid en massiviteit. Want hoe het ook wordt gewend of gekeerd: het klavecimbel is toch bij uitstek het instrument en daarmee uiteraard tevens de muziek voor de echte fijnproever die bij wijze van spreken aan een half woord al genoeg heeft.

Maar het is nu eenmaal zoals het is: de tijd van Michael Praetorius' Syntagma Musicum (1619) ligt al heel ver achter ons. Wat weten we nog van de toenmalige spinetten, clavichords, virginalen (de benaming die veelal in Engeland en de Nederlanden werd gebruikt)?

Dat in de zeventiende eeuw het klavecimbel een buitengewoon belangrijke rol vervulde had zowel te maken met het instrument in zijn specifieke solo-rol (Samuel Scheidt en Heinrich Scheidemann speelden als componist daarin een ware en gelukkig onuitwisbare voortrekkersrol), als wel als partner van het basso continuo, maar ook als een van de instrumentale steunpilaren in menige kerkelijke en seculiere cantate.

Het is in ons huidige tijdsbeeld zo ongeveer tot aparte kunst verheven: het luisteren naar klavecimbelmuziek. Je moet er namelijk iets voor meebrengen dat zo langzamerhand uitgestorven lijkt: een goed geproportioneerd gevoel voor het welluidend-zachte, het typische sotto voce dat dit instrument zo eigen is. Het spel begint met de snaar die wordt aangetokkeld door een pennetje (vroeger een heus ganzenpennetje!), met als bekende beperkingen de snel wegvallende klank en het ontbreken van een scherpe scheidslijn tussen hard en zacht. Het eerste kon deels worden opgevangen door de noten te voorzien van trillers waarmee de klank langer kon worden vastgehouden, het tweede door de toepassing van twee klavieren (een onder- en een bovenklavier) waarbij het ene klavier luider klonk dan het andere. Dat gaf althans enige dynamische ruimte. Door beide klavieren tegelijkertijd te bespelen kon het volume qua luidheid worden gemanipuleerd. Dat geldt ook voor het op dit album door Yoann Moulin bespeelde instrument van Philippe Humeau naar een model van Ruckers (welk familielid het is geweest blijft onvermeld).

Deze uitgave kreeg Stylus Luxurians mee, een begrip dat was gemunt door Christoph Bernhard (1628-1692), leerling van Heinrich Schütz en onder meer auteur van de bekende Tractatus compositionis augmentatus (ca. 1657). Het principe was dat van een 'uitbundige(r)' compositie- én speelstijl met daarin een belangrijke plaats ingeruimd voor dissonantie, in tegenstelling tot de meer ingehouden (anderen zullen misschien zeggen: vlakkere) stylus gravis. In Italië werd de Stylus Luxurians gepraktiseerd onder de term seconda prattica, de term die we zozeer associëren met de muziek van Claudio Monteverdi.

Kort en goed: Yoann Moulin is de ideale vertolker van deze rijk geschakeerde klavecimbelwerken. De articulatie is boven iedere kritiek verheven, tempi en ornamentatie zijn zonder uitzondering voorbeeldig. Het algehele beeld is dat van een musicus die de contrasten niet opzoekt, maar ze op volkomen natuurlijke wijze van de muziek zelf weet af te leiden. Dit filigrane spel straalt, ook bezien vanuit onze kennis van de historiserende uitvoeringspraktijk, grote autoriteit uit, zoals hij overigens al eerder heeft bewezen in onder meer Cantilena Anglica Fortunae (eveneens op het Ricercar-label) en Intavolatura di cimbalo (op het L'Encelade-label). Ook de opname doet dit schitterende spel niets tekort.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links