CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2022

Nisi Dominus

Razzi: O Vergin Santa - O Dolcezza

Soto de Langa: Giesù Diletto Sposo

Anoniem: Nisi Dominus

Vivaldi: Sinfonia al Santo Sepolcro RV 169 - Invicti Bellate RV 628 - Nisi Dominus RV 608

Locatelli: Sinfonia Funebre D2.2

Déborah Cachet (sopraan), Eva Zaïcik (mezzosopraan), Benoît-Joseph Meier, Francisco Manalich (tenor), Virgile Ancely (bas), Le Poème Harmonique o.l.v. Vincent Dumestre

Alpha 724 • 59' •
Opname: aug. 2020, La Chapelle Corneille, Auditorium de Normandie (F)

   

Je zou misschien denken dat het op de een of andere manier ten koste moet gaan van de kwaliteit: het grote aantal nieuwe cd's dat wekelijks wordt uitgebracht door het Franse muzieklabel Alpha, maar niets is minder waar. Bovendien onderscheidt het label zich van de mainstream door uitgelezen repertoire dat de muziekliefhebber menigmaal zelfs een nieuwe muzikale horizon biedt, en bovendien – net zo belangrijk - in uitvoeringen die de toets der kritiek overtuigend kunnen doorstaan. Dat mag dan misschien als een reclametekst klinken, het is daarmee niet minder waar.

Dit gezegd hebbende: hoe groot(s) is de muziek van Vivaldi werkelijk? Het is in deze uitgave met drie werken vertegenwoordigd. Een objectief antwoord is onmogelijk (wat u uiteraard al wist), maar wat wel mogelijk is: de muziek (te) klein maken, door een matige tot slechte interpretatie of technische onvolkomenheden in de uitvoering of door de opname. Muziek kan echter ook groter worden gemaakt dan zij in werkelijkheid misschien (daar komt het subjectieve element weer boven tafel!) is. Door kunstgrepen toe te passen waardoor schijn en werkelijkheid door elkaar gaan lopen; en zeker voor degenen die de muziek in kwestie niet goed of nauwelijks kennen, daardoor misschien zelfs wel denken dat het zo hóórt. De eigen perceptie is in ieder geval altijd doorslaggevend: zoals eenieder van ons de muziek (het doet er niet toe welke) zelf ervaart, vanaf het buitenoor tot diep in de hersenen. Dat is geen onderwerp dat zich voor een simpele cd-bespreking niet leent, al is het wel goed als er soms, al is het maar even, bij wordt stilgestaan.

Voor mij (daar is de persoonlijke perceptie weer) is Vivaldi een groot componist. Het maakt wat mij betreft verder niet uit of een ander dat niet of veel minder vindt (en hopelijk geldt dat voor u ook zo). Daarbij moet ik steevast aan Stravinsky denken die er – zelfs in zijn neoklassieke periode – niks mee had: in zijn optiek een zich steeds maar weer herhalend fenomeen. Had hij gelijk? Niet omdat het Stravinsky was die daarover zijn ongezouten mening verkondigde.

Het brengt me weer even terug bij het begin van deze recensie: de grote productie van Alpha. Want ook Vivaldi kende een grote productie: hij was wat we tegenwoordig een veelschrijver noemen, met een negatieve connotatie, of anders wel het stigma dat in sommige kringen niet als een aanbeveling wordt gezien. ‘Veel van hetzelfde' klinkt het dan algauw (Stravinsky vond dat dus ook). Of net zo dodelijk: ‘er zit geen echte ontwikkeling in'. Maar voor mij klinkt Vivaldi's muziek zo niet, al besef ik ook wel dat van een progressieve ontwikkeling geen sprake is. Maar…dat doet geen afbreuk aan de dramatiek noch aan de intense gloed die in veel van Vivaldi's muziek huist. Alleen al door het uitgelezen raffinement blijft saaiheid buiten de deur, is een ogenschijnlijk onbelangrijk accent iets verderop verrassend genoeg van veel betekenis, doet een bescheiden ingreep de muziek plotsklaps strálen, of juist (doelbewust!) in dofheid of somberheid verzanden. Een vleugje programmamuziek zelfs als het zo te pas komt, zoals in de vier vioolconcerten die samen De vier jaargetijden vormen, overigens nog steeds verreweg het meest opgenomen stuk (de discografie ervan is zelfs onoverzienbaar geworden).

Ik kan er zelf niet omheen: in Vivaldi's muziek is altijd wel iets interessants te ontdekken, terwijl deze ‘rode priester' als Venetiaans componist toch ter dege rekening moest houden met de beschikbare vocale en instrumentale krachten voor wie hij zijn muziek schreef. Maar hoe inventief heeft hij daarvan gebruik weten te maken! In de beperking de meester herkennen? Het zal best, maar zijn muziek is zo rijk van textuur dat dit niet eens opvalt. Bovendien is het inmiddels eeuwenoude muziek die ook vandaag de hoogste eisen stelt aan de uitvoerenden. De lat lag toen hoog en zo ligt hij er nog steeds.

De jaartallen bij de verschillende componisten op deze cd zijn helaas weggelaten, maar in hun historische context niet zonder belang. Plaats en tijd bepalen mede de verschillen en overeenkomsten, vandaar. Daarom wat dit programma betreft in volgorde van opkomst: Serafino Razzi (Marradi, 1531 – Florence, 1613), Francisco Soto (Langa de Duero, 1534 - Rome, 1619), Pietro Antonio Locatelli (Bergamo, 1695 – Amsterdam, 1764) en ten slotte dan Antonio Vivaldi (Venetië, 1678 – Wenen, waar hij op 28 juli 1741 verlaten en berooid stierf).

Wat zeggen die verschillende data? Dat ze deels verschillende plaatsen en stijlperioden omvatten. Stilistische kenmerken overigens die soms keurig op elkaar aansluiten (Locatelli en Vivaldi) of vrijwel gelijk opgaan (Razzi en Soto). Daartussen dan nog tijdloos gregoriaans gezang: het Nisi Dominus, van een anoniem gebleven componist, later door Vivaldi in fonkelende barokke vorm gegoten; zoals alleen hij dat toen kon.

We horen op dit album niet-liturgische, maar wel degelijk religieus getinte muziek, waarvan de herkomst teruggaat naar de lauda spirituale, de geestelijke muziek in het Italië op het breukvlak van de late Middeleeuwen en de Renaissance. De paradox van sobere tekstuele pracht en muzikale praal. Je zou het van dat laatste misschien niet zeggen, want de laude werden als boetedoening in de open lucht gezongen, maar ze maakten evengoed deel uit van het urengebed en de daarmee verbonden Mariaverering. Maar zo'n paradox is het bij nadere beschouwing toch niet, want deze muziek om de lofprijzing van de Heer, sacraal tot op het bot en duidelijk bedoeld als ‘versterkend middel' ter ondersteuning van die altijd weer wankele geloofsbeleving, met als belangrijke eigenschap dat de teksten door hun eenvoud ook de intellectueel wat minder bedeelden in de toenmalige, ook toen al sterk gedifferentieerde samenleving direct aanspraken. Eenvoudige volkstaal waarin werd herinnerd aan al die goddelijke wonderen waarvan eenieder deelgenoot mocht en kon zijn. Waar niemand minder dan Franciscus van Assisi rond 1225 al een direct aansprekend voorschot op had genomen met zijn Altissimu, Onnipotente bon Signore / tue so le laude, la gloria, et l'onore. Ofwel: de Hoogste, Almachtige, Goede Heer, U zij de lof, de heerlijkheid en de eer. Vijfhonderd jaar later was daar Bach met zijn Soli Deo Gloria: God alleen zij de eer. De woorden van Franciscus maakten deel uit van zijn Laudes creaturamum, het Zonnelied, dat, omgezet in de gewone-mensentaal van Umbrië, door iedereen kon worden verstaan en begrepen.

Het bleek meer dan een handvat voor de Italiaanse componisten die veel later, vanaf de zestiende eeuw, in beeld kwamen en met hun kunstzinnige uitingen konden profiteren van de toenmalige sterke opleving van het katholicisme binnen de gegeven context van spiritualiteit, devotie en broederschap. De muziekgeschiedenis is ons ook in dit opzicht goed gezind geweest, want het heeft heel veel mooie muziek opgeleverd, waarvan dit nieuwe album een fascinerende maar bovenal kleurrijke staalkaart biedt. Muziek die ertoe doet, al zijn we inmiddels eeuwen verder in de tijd.

Maar tegelijkertijd is dit wel muziek die echt moet léven (welke muziek niet trouwens, denk ik dan). Bezien vanuit de huidige historiserende uitvoeringspraktijk is dat een bijnan vanzelfsprekende eis; en dat gebeurt hier ook. Spiritualiteit en engagement in plaats van stijfkoppige dogmatiek: dat is dit instrumentaal ensemble met deze vijf vocale solisten als het ware aangegoten. Vincent Dumestre (van huis uit gitarist) kneedt en smeedt zijn troupe op zeer hoog niveau en voegt daaraan ook nog een fikse dosis muzikale levenskracht toe, ver verwijderd van welke dertien-in-een-dozijn uitvoering ook. Bovendien – we kennen dat van vrijwel alle Alpha-opnamen – klinkt het als een klok, met de instrumentale en vocale stemmen prachtig in balans en een helder zicht op die vele bijzondere momenten die deze muziek zo onweerstaanbaar maakt. Steeds weer wordt wat mij betreft bewezen dat Stravinsky het wat Vivaldi betreft (alleen al deze twee motetten zijn in mijn beleving niet anders dan weergaloos) gewoon bij het verkeerde eind had. Gelukkig maar!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links