CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2020

Vasks: Vioolconcert (Distant Light) - Vientulais Engelis (Lonely Angel) - Plainscapes - Dona nobis pacem

Daniel Rowland (viool), Maja Bogdanovic (cello), Consensus Vocalis, Stift Festival Orchestra o.l.v. Thomas Carroll en Benjamin Goodson
Challenge Classics CC72830 • 72' •
Live-opname: 24 augustus 2019, St. Piechelmusbasiliek, Oldenzaal

 

Peteris Vasks (1946) noemde zich eens de componist van een cultuur aan de rand van de afgrond en die misschien wel gedoemd was om te verdwijnen. Dat het componeren onder zulke omstandigheden eigenlijk onmogelijk was en dat hij zich afvroeg hoe in een dergelijke ‘chronisch rampzalige situatie 'überhaupt viel te overleven. Er sprak vertwijfeling uit de woorden van deze Letse toondichter, die als enige voor hem geldende oplossing het ‘meelijden met de gehele wereld' zag. Niet als spel of fantasie, maar werkelijk als gevoel, met de muziek als zijn voornaamste krachtbron.

Het klinkt in veel van Vasks' muziek door wat het land decennialang in zijn greep hield: voortdurende repressie, sociaal-maatschappelijke wantoestanden, politieke wanorde, het door de Russische industrie zwaar aangetaste milieu en natuurlijk het protest. Muziek die het weliswaar zonder kanonnengebulder en mitrailleurvuur kan stellen, maar waaruit wel de verbetenheid spreekt. De tragiek is binnen dit discours eerder van een gepantserde abstractie en heeft het lijden meer een universeel karakter gekregen, eigenlijk precies dat wat hij zelf al aangaf: het ‘meelijden met de wereld'.

Het is ook voor de toehoorder een onbestemde reis door de nacht, een reis die wordt vergezeld van angstdromen die soms zelfs uitgroeien tot een ware nachtmerrie, die is vervuld van wanhoop en verlatenheid en in de kern daardoor beheerst door buitenmuzikale voorstellingen die alleen de componist door componist volledig worden gekend.

Dat lijkt alles bijeen genomen nogal deprimerend, maar toch is het beeld niet uitsluitend dat van een sombere zwaarte: gelukkig heeft Vasks ook ruimte geschapen voor wat de mens zozeer en altijd nodig heeft: troost, hoop, zelfs spiritualiteit. Al heeft Vasks dit naar mijn smaak nogal gemakzuchtig ‘vertaald' naar momenten van bijna religieuze meditaties die eerder als contrast lijken te fungeren. Zo krijgt het meer de dimensies van een muzikaal vormgegeven preek, zo klinkt het althans. Ofschoon niet zo vreemd voor deze zoon van een dominee. Zoals hij het zelf eens zei: “Zoals mijn vader met woorden predikte, zo preek ik door mijn muziek.”

Het lijden van een natie, maar ook het lijden van de wereld: het is besloten in het Vioolconcert, Distant Light ( Licht van Verre) of in het Lets Tala Gaisma, gecomponeerd in de periode 1996-97, voltooid zes jaar na de Letse onafhankelijkheid. Alles zit erin: de beklemming, de pijn, het verdriet, het isolement, maar ook flarden van verlichting in deze uiterst bewogen partituur. Zo bewogen dat het gevaar van overexpressie daarbij voortdurend op de loer ligt.

Van het werk bestaan al meerdere uitstekende uitvoeringen én opnamen, met in de voorste gelederen die van Gidon Kremer met zijn Kremeratica Baltica, in wier opdracht Vasks het Vioolconcert componeerde. De uitvoering door Daniel Rowland en het Stift Festival Orchestra is uitstekend, maar tegen dit Baltische krachtsvertoon is deze, en dat geldt dan met name voor het aandeel van het orkest, toch niet opgewassen. Vasks' overdadige orkestratie is bij de Baltische musici in betere handen en Kremers verzengende toon zet het werk bijna letterlijk in vuur en vlam. Al valt er zeker veel te zeggen voor de bijzonder fraaie klank die Rowland aan zijn viool ontlokt en, ondanks de vele terecht pittige accenten, zijn meer naar heimwee en verlangen zwemende benadering van dit werk.

In Vientulais Engelis, Lonely Angel, feitelijk Vasks Tweede vioolconcert (een meditatie voor soloviool en strijkers), gecomponeerd in 1999 en herzien in 2006, overheerst het bijna tot een soort heiligdom verheven, religieus-instrumentale minimalisme waarop Arvo Pärt ooit het patent vestigde en dat een groot aantal liefhebbers kent . Een klankwereld waarin de eenvoud domineert en die de suggestie van etherische zuiverheid wil wekken. Je raakt er net niet van in trance (ook trouwens een nieuwe stroming die het 'doet': Joep Beving is er met zijn slaapverwekkende muziek in geen tijd schatrijk mee geworden). Een vergelijkbaar beeld biedt Plainscapes uit 2002, waarin het Letse landschap met zijn vogelgeluiden, de violist Daniel Rowland, de celliste Maja Bogdanovic en de bescheiden koorbijdrage (2 sopranen, 2 alten, 2 tenoren, 2 bassen) centraal staan. Waarmee we opnieuw in de wereld van Pärts flakkerende spiritualiteit zijn aanbeland. Hoe je met relatief weinig noten weinig kunt zeggen. En hoeveel je ermee kunt zeggen zonder gelijk de muzikale ortnitholoog uit te hoeven hangen, zoals Olivier Messiaen dat kon.

Dona nobis pacem voor gemengd koor en orkest bezit alle eigenschappen van de typisch Letse koortraditie en is vanaf het aarzelende pianissimo tot de geleidelijk aan opgebouwde extatische jubel wel knap geconstrueerd, maar de onderliggende substantie is nogal dun uitgevallen en waardoor het stuk een slechts bescheiden indruk achterlaat. Daar dacht het publiek toen bepaald anders over, zoals blijkt uit het deels meegesneden slotapplaus en de enthousiaste uitroepen. Al zal daarbij de waardering voor de zeer fraaie koorklank ongetwijfeld mede een rol hebben gespeeld.

Hoe zit het eigenlijk met het Stift Festival Orchestra? De naam is ontleend aan het gelijknamige zomerfestival dat zich heeft toegelegd op de kamermuziek en dat wordt gehouden in en rond Het Stift in de schitterende omgeving van het Twentse Weerselo. Het model of het recept is door de jaren heen her en der ingeburgerd geraakt: professionele musici die in de zomer van heinde samenkomen om met elkaar te musiceren, in dit geval van – aldus het programma – traditioneel tot experimenteel. Alle denkbare ‘ismes' komen aldus voorbij: classicisme, impressionisme, serialisme, minimalisme en futurisme. Er valt overigens niet alleen van muziek te genieten, maar ook van allerlei aanpalende activiteiten, zoals film, literatuur en dans. Een all-inclusive happening zogezegd.

Het zag er eerst naar uit dat het festival dit jaar als gevolg van de coronacrisis zou worden afgelast, maar met enig kunst- en vliegwerk is het er toch nog van gekomen, zij het in limited edition. Het festival, de zestiende editie alweer, ging op 23 augustus daarom noodgedwongen met aanzienlijk minder publiek van start, maar wel met als pleister op de wonde voor degenen die er niet bij konden zijn twaalf concerten in livestream.

Daniel Rowland (hij is van oorsprong zowel Nederlands-Twents als Engels) is de belangrijkste gangmaker van het festival. Natuurlijk is de locatie daarom niet toevallig gekozen: zijn geboortestad was weliswaar Londen, maar hij groeide op tegenover de Stiftskerk. Hij kende de akoestische kwaliteiten en de ruime mogelijkheden voor het geven van concerten die de kerk bood als geen ander. Rowland studeerde bij Davina van Wely, Herman Krebbers, Viktor Liberman en Igor Oistrach (de zoon van David) en woont in Amsterdam, van waaruit hij met zijn viool de wereld bereist. Velen van u zullen hem bovendien kennen van het het beroemde Brodsky Quartet, waarvan hij vorig jaar als primarius afscheid nam om zich geheel aan een solocarrière te kunnen wijden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links