CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2021


The Russian Album

Sjostakovitsj: Concertino voor twee piano's op. 94

Rachmaninov: Suite voor twee piano's op. 17

Stravinsky: Concert voor twee piano's

Arensky: Suite nr. 2 voor twee piano's op. 23 (2. La Coquette) - Suite nr. 1 voor twee piano's op. 15 (2. Valse)

Lucas en Arthur Jussen (piano)
DG 4855371 • 61' • (2021)

   

Het succes van de broers Lucas (28) en Arthur (24) Jussen is evident. Er is voor hen veel media-aandacht weggelegd en met The Russian Album (de titel komt overigens veelvuldig in de discografie voor) zijn ze inmiddels toe aan hun zevende album op het Deutsche Grammophon label. Daarover zegt Lucas:

Voor veel klassieke liefhebbers is de Russische muziek vooral romantisch, maar er zit altijd een extra laag onder. In het werk van Sjostakovitsj zit bijvoorbeeld het gevoel van angst en onderdrukking, zelfs als de muziek vrolijk klinkt. Rachmaninovs noten kunnen pure schoonheid uitstralen, maar er is doorlopend dat nostalgische gevoel van heimwee. Dat is de magie van de Russische muziek.

Ook andere Nederlandse musici ontdekten die weg, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het album With Love from Russia van de bariton Henk Neven, de cellist Jan Bastiaan Neven (eveneens broers!) en de pianist Hans Eijsackers, op het Onyx label (hier besproken).

De keuze van Lucas en Arthur voor hun album viel primair op drie zwaargewichten: Dmitri Sjostakovitsj, Sergei Rachmaninov en Igor Stravinsky, met nog een bescheiden uitstapje naar Anton Arensky. Het streven was om – ik citeer uit het persbericht – ‘de essentie van (de) Russische muziek met haar specifieke klank, kleur en energie te vatten'. Natuurlijk, dat is arbitrair, want alleen op grond van dit uitgangspunt komen er heel wat meer componisten in beeld. Dat deze werken voorts onverkort een aantal roerige decennia in de Russische geschiedenis beschrijven is zowel waar (wanneer was het er eigenlijk niet roerig?) als onwaar. Het geldt in ieder geval niet voor Rachmaninovs Tweede suite voor twee piano's uit 1901, geschreven in dezelfde periode als zijn Tweede pianoconcert, nog ruim voordat revolutionaire krachten zich echt begonnen te roeren en bezit van het land wilden nemen. Voor de overige twee composities ligt dat anders: Stravinsky voltooide zijn Concert voor twee piano's in 1935, toen de stalinistische zuiveringen in volle gang waren (in 1937 bereiken ze een hoogtepunt, en daarmee het dieptepunt van menselijke misère). Sjostakovitsj trok de dubbele maatstreep van zijn Concertino in 1953, kort nadat Stalin (maar ook Prokofjev!) was overleden. Anton Arensky valt sowieso buiten de roerige boot: hij overleed in 1906 in Sint-Petersburg.

Maar het gaat wat dit nieuwe album betreft uiteraard niet zozeer over geschiedschrijving maar over de muzikale realisatie en die is in een woord fenomenaal. Het eerste dat daarbij opvalt is het (ogenschijnlijk) gemak waarmee de Jussens deze partituren vorm en inhoud hebben gegeven, waarbij die van Rachmaninov en Stravinsky zeker het predicaat ‘hondsmoeilijk' verdienen. Dat ze er door al dat coronagedoe ruimschoots de tijd voor hadden doet aan die enorme prestatie niets af. En dat op twee piano's, recht tegenover elkaar, wat zowel pianistisch als interpretatief nóg lastiger kan zijn dan naast elkaar aan een piano, ofwel quatremains. Het viel ze ook niet mee, zoals in een interview viel te lezen: sommige stukken kostten hen meer moeite dan zou gelden voor pianisten als Lang Lang, Evgeny Kissin of Yuja Wang. Zou dat echt zo zijn, vroeg ik mij af.

Op 18 maart beleefden ze met hun nieuwe album de vuurdoop vanuit het Amsterdamse Concertgebouw tijdens een livestream. Het bleek een ware belevenis: volkomen zelfverzekerd, op het scherp van de snede, met een muzikale overtuigingskracht die diep respect afdwong. Dat beeld herhaalt zich feitelijk op deze cd die een dag later werd uitgebracht: uitvoeringen waarin de onderste steen echt boven wordt gehaald.

Stravinsky's neoklassieke Concert voor twee piano's speelden de broers al eerder, in 2015 tijdens de NTR ZaterdagMatinee. Dat was toen al zeer respectabel, maar dit nieuwe album toont aan dat hun spel nog facetrijker en expressiever is geworden. Alsof beiden de diepere gelaagdheid onlangs pas goed hebben ontdekt. Dit is pianospel dat zich in de topcategorie heeft genesteld, want er kan geen twijfel over zijn dat het niet (nog) beter kan. Wel anders; en gelukkig maar!

Waar ze ook bijzonder goed in zijn geslaagd is in het uitspelen (uitbuiten vind ik binnen deze kaders niet bepaald passend) van het diabolische karakter van Sjostakovitsj' Concertino. Hoe speels het ook mag schijnen, we stuiten hier wel degelijk op die subversieve onderlaag die onder meer zo duidelijk maakt hoezeer lichtvoetigheid en sarcasme bij deze componist in elkaars verlengde liggen. Stalins dood moet voor hem een opluchting hebben betekend, want daardoor gloorde er hoop aan de horizon: dat misschien geleidelijk aan afscheid kon worden genomen van het ‘socialistisch realisme' in zijn muziek die juist daardoor veel aan betekenis had verloren. Dat dan eindelijk die onverbiddelijke staatscensoren op afstand konden worden gezet, het componeren vanaf nu hem meer creatieve vrijheid toeliet.

Rachmaninov heeft zijn Tweede suite zelf ook uitgevoerd, de laatste keer begin jaren veertig in Los Angeles, met als zijn ‘tegenspeler' de toen al legendarische Vladimir Horowitz. Van deze uitvoering van het (vierdelige) werk is helaas geen opname gemaakt of bewaard gebleven. Vrij kort daarop overleed Rachmaninov, in 1943 in Beverly Hills.

Anders dan de Eerste suite is de opzet van de Tweede suite vrij conventioneel met een openingsmars, gevolgd door een wals, een romance en ter afsluiting een snelle dans (naar het model van de Italiaanse tarantella). De Eerste suite daarentegen kent een bijzondere inspiratiebron: het werk is gemodelleerd naar gedichten van Lermontov, Komjakov, Tjoetsjev en Lord Byron.

Stravinsky's vierdelige Concert voor twee piano's (op de cd zijn ook de vier variaties in het derde deel keurig van een aparte track voorzien) mag dan uit zijn neoklassieke periode stammen, het is pianistisch bepaald geen sinecure. Het stuk is bedoeld als hommage aan zijn leermeester Rimski-Korsakov (waarnaar ook, zij het besmuikt, wordt verwezen) en was in eerste instantie bedoeld voor eigen gebruik (met zoon Soulima als muzikale partner). Anders dan in het werk van Rachmaninov, de typische vertegenwoordiger van de Russische pianoschool, komt het minder op fysieke kracht aan maar juist meer op de hoogste graad van souplesse. Althans, zo lijkt het wervelende stuk op de toehoorder over te komen.

Met een totale speelduur van 60 minuten had deze fascinerende ‘koek' wat mij betreft nog niet op hoeven te zijn. Waarom bijvoorbeeld niet méér Arensky? Er was ruimte genoeg voor geweest, ruim twintig minuten zelfs (misschien had zelfs Rachmaninovs Eerste suite er nog bijgekund). Nu moeten we het doen met de Coquette uit de Tweede en de wals uit de Eerste suite (beide werken oorspronkelijk voor piano vierhanden). Ze hangen als ietwat vreemde vruchten aan een verder rijk uitgedoste boom.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links