CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2019

(R.) Strauss: Don Quixote op. 35 - Don Juan op. 20 - Till Eulenspiegels lustige Streiche op. 28

Oslo Philharmonic Orchestra o.l.v. Vasily Petrenko
Lawo LWC1184 • 77' •
Opname: oktober. november, december 2017, Oslo Concert Hall

   

Vasily Petrenko (1976, Sint-Petersburg) is een zeer talentvolle dirigent (overigens niet te verwarren met zijn bijna-naamgenoot Kirill Petrenko, de chef van de Berliner Philharmoniker). Vasily moet het inmiddels erg druk hebben, want hij combineert maar liefst drie chef-schappen(die van het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, het filharmonisch orkest van Oslo en het European Union Youth Orchestra) met dat van vaste gastdirigent van het Staatsakademie Symfonieorkest van Rusland ‘Evgeny Svetlanov'. In 2021 komt er zelfs nog een functe bij: ‘Music Director' van het Royal Philharmonic Orchestra. Zijn artistieke en commerciële belangen worden bestierd door IMG Artists (hij zal een hele klus zijn om zijn agenda in te delen en bij te houden), waar hij zich in zeer goed gezelschap weet van collega's als Jakob Hrusa, Vladimir Jurowski, Stéphane Denève, Yuri Temirkanov, Yan Pascal Tortelier, Alexander Vedernikov, Franz Welser-Möst, Antonio Pappano, Claus Peter Flohr, Thomas Dausgaard, Semyon Bychkov en Andrey Boreyko. Zonder uitzondering die er in het internationale muziekbedrijf zeer toe doen.

Van een specialisme is bij Vasily geen sprake. Dat zie je trouwens bij meer jonge dirigenten. De tijden zijn veranderd, de leerschool is anders. Nu zie je zelfs twintigers al het wereldpodium bestijgen. En terecht of niet terecht, vaak met groot succes: een enthousiast publiek en slechts milde kritiek. Dat laatste hoort misschien bij deze zelfde tijd, want ook de muziekkritiek is duidelijk veranderd. Er is in de dagbladpers minder ruimte voor dan vroeger, wat mede ten koste gaat van de diepgang. Dat is overigens een internationaal verschijnsel. Dat valt eens te meer op in het domein van de opera en het lied, waar in veel muziekkritieken een ontstellend gebrek aan grondige kennis van het stemvak en in het verlengde daarvan het historisch besef zich duidelijk wreekt. Hoe minder kennis des te vrijblijvender het voortkabbelende geleuter.

Maar terug naar Petrenko die op onze site al veel lof ten deel is gevallen en waar deze spiksplinternieuwe Strauss-opname aan kan worden toegevoegd. Áls er een bedenking zou kunnen zijn, dan is die van geringe portee: in Don Quixote, de ‘fantastische variaties over een ridderlijk thema', was en waarschijnlijk blijft de vertolking van het duo Karajan-Rostropovitsj (DG, Warner en HDTT) een heel bijzonder baken waaraan iedere andere uitvoering zich hoogstens nog kan spiegelen. Zo frank en vrij, zo verbeeldingsrijk Rostropovitsj zijn partij gestalte gaf, zo keurig gekarakteriseerd is die van Louisa Tuck, de solocelliste van het orkest.

Dit zijn zonder uitzondering orkestrale ‘showpieces'. Geen wonder dus dat Don Juan en Till Eulenspiegel graag worden meegenomen op grote internationale tournees. Muziek waarmee gescoord kan worden. Hoe brengt het filharmonisch orkest van de Noorse hoofdstad, het Oslo Filharmoniske Orkester het er vanaf? Het lijstje met chef-dirigenten is in dit opzicht eigenlijk al veelzeggend: Okko Kamu (1975-79), Mariss Jansons (1979-2002), André Previn (2002-06), Jukka-Pekka Saraste (2006-13) en dan vanaf concertseizoen 2013/14 Vasily Petrenko, die volgend jaar zal worden opgevolgd door Klaus Mäkelä. Het succes begint immers bij de kwaliteit van de orkesttraining en de akoestiek waarin vrijwel dagelijks moet worden gewerkt.

Dat brengt me dan tevens op nog een ander thema: de idiotie van ‘het beste orkest ter wereld', een aantal jaren geleden, door de commercie gedreven, in het leven geroepen door het Britse muziektijdschrift Gramophone. Dat beste orkest bestaat namelijk niet en alleen al de suggestie wekken uitsluitend en alleen op grond van bijeengeraapte, puur subjectieve waarnemingen is kortweg gezegd oliedom.

Het Oslo Filharmoniske Orkester hoeft zich in ieder geval nergens voor te schamen, want het presenteert zich in dit zeer veeleisende Strauss-programma als een geweldig en coherent ensemble. Alleen zo kunnen Strauss' kleurrijke orkestpartituren echt welsprekend tot leven komen. Zoals ook de talloze en menigmaal gewaagde klankeffecten met een groot gevoel voor muzikaal decorum tot leven worden gewekt. De vele instrumentale soli zijn als om door een ringetje te halen en het algehele beeld is dat van pure klanktoverij. Wie er meer achter wil zoeken zal Strauss' feilloze karaktertekeningen (zowel in Don Quixote als in Till Eulenspiegel) evenmin kunnen ontgaan.

Had Schönberg gelijk toen hij opmerkte dat Strauss' muziek ‘banaal' was? Het nu eenmaal muziek die haar voor- en tegenstanders kent. De geschiedenis gaf Mahler sowieso ongelijk: ‘Mijn tijd zal komen wanneer zijn (Strauss') tijd voorbij is'. En dirigent Vasily Petrenko? Hij laat er in deze uitvoeringen geen enkel misverstand over bestaan dat hij tot het gilde behoort dat Strauss' virtuoze schrijfwijze tot de laatste druppel inkt eruit wil persen. En gelijk heeft hij… Een tamelijk schandelijk randje mag niet onvermeld blijven: het Noorse label heeft de solist in de altvioolpartij in Don Quixote niet vermeld. Bij deze dan: het is Catherine Bullock.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links