CD & DVD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2017

 

Mozart: Pianoconcert nr. 23 in A, KV 488

Grigori Sokolov (piano), Mahler Chamber Orchestra o.l.v. Trevor Pinnock

Live-opname: Salzburger Festspiele 2005

Rachmaninov: Pianoconcert nr. 3 in d, op. 30

Grigori Sokolov (piano), BBC Philharmonic Orchestra o.l.v. Yan Pascal Tortelier

Live-opname: 1995, BBC Proms, Londen

DG 289 479 7015 • 72' •

+ documentaire Grigory Sokolov: A conversation that never was van Nadya Zhdanova (E/D/F) • 67' • (dvd)

 

De reputatie van de Russische pianist Lipmanovitsj Grigori Sokolov (Leningrad, 1950) heeft intussen mythische proporties aangenomen. Zozeer zelfs dat het ‘gele label' –uiteraard in overleg met Sokolov – heeft besloten om twee oude opnamen van deze al bij leven legendarische pianist voor het eerst uit te brengen. Het Mozart-concert werd live opgenomen tijdens de Salzburger Festspiele in 2005, het Rachmaninov-concert eveneens live tijdens de Londense BBC Proms in 1995. En dat in een tijdgeest waarin vluchtigheid een van de belangrijkste drijfveren lijkt te zijn.

Op tournee
Natuurlijk is het volstrekt helder dat Sokolovs enorme reputatie niet uit het niets geboren is. Vrij naar Farinelli: er is slechts één God en één Sokolov. Toch heeft het tot eind jaren tachtig geduurd alvorens Sokolovs internationale reputatie zich had gevestigd. En dat terwijl hij al in 1966 het prestigieuze Tsjaikovski Pianoconcours in Moskou op zijn naam had gezet (met Emil Gilels aan het hoofd van een uiterst vakbekwame en zeer kritische jury). Mogelijk heeft daarbij een rol gespeeld dat hij toen pas zestien was. Anderen zijn van mening dat het toenmalige regiem (met Leonid Brezjnev als Algemeen Secretaris van het Centraal Comité) daarvoor mede verantwoordelijk is geweest, maar dat argument houdt geen stand in de wetenschap dat Sokolov tijdens de (door Brezjnev schoorvoetend ingezette) ‘dooi' wel degelijk internationale tournees in het vrije Westen mocht ondernemen. Hij trad in de periode 1969-1979 zelfs herhaaldelijk in de VS op. Dat zegt in ieder geval het nodige over zijn toen al danig gevestigde reputatie in de Sovjet-Unie. Al kan er uiteraard meer dan een handvol redenen worden bedacht waarom er toen niet van werd uitgegaan dat Sokolov, anders dan zoveel andere kunstenaars en wetenschappers, zou overlopen.

De mythe
Het is een voor de hand liggende vraag: is die mythe wel terecht en zo ja, is de omvang ervan dan niet overdreven? Het is immers een fenomeen van alle tijden: de naam die al bij voorbaat de kwaliteit van een kunstwerk bepaalt. Een weergaloos mooie portretstudie van een leerling van Rembrandt levert op een veiling veel minder op dan een minder geslaagde studie van de meester zelf. Reputaties snellen vaak vooruit terwijl het maaksel nog moet komen. Een verschijnsel overigens dat we ook in recensies tegenkomen. De uitvoeringen van Sokolov kunnen gewoon niet stuk en een Sokolov-concert is al bij voorbaat uitverkocht. Kort voor zijn recital op 30 juli 2008 in het Mozart-huis in Salzburg, gingen de kaartjes op de ‘zwarte markt' zelfs voor zeer forse bedragen van hand tot hand. Let wel, dat is al negen jaar geleden. Maar vorig jaar augustus, rond het grote Festspielhaus in datzelfde Salzburg, was het beeld al niet anders. Er werd zelfs nog een aantal stoelen bijgeplaatst om alle bezoekers een zitplaats te geven.

En wat schreef de ‘Salzburger Nachrichten' in 2005? Dat Sokolov met zijn ongekend intense vertolking van Mozarts KV 488 alles en iedereen had overweldigd. Dankzij de cd kunnen we nagaan of het inderdaad zo is. En voor degenen die er toen bij waren: zoals het toen werd ervaren, kan het misschien thuis net even anders uitpakken. Maar nee. Sokolov speelde fenomenaal en dat wordt thuis nog eens uitdrukkelijk in alle toonaarden bevestigd. En als we de door de krant gesignaleerde ‘intensiteit' toch met een korrel zout moeten nemen is dat eigenlijk des te beter, want Mozart is nu eenmaal geen Liszt of Rachmaninov. De intensiteit van Mozart schuilt niet in het grote romantische gebaar, maar in (soms bijna onmerkbare) halftinten, in de nuance. Of om met ‘Dichterliebe' te spreken: het ‘kleine, feine, reine'. De bij Mozart werkzame krachten moeten gelaagd zijn, ingebed in een masculien raffinement dat zich waar nodig progressief laat ontwikkelen. Zoveel is zeker, het parcours dat Sokolov samen met Pinnock in deze superieure Mozart heeft uitgezet leidt tot ademloos luisteren. Dit is een vertolking van KV 488 zoals die maar zelden wordt gehoord, we bewegen ons voortdurend op het terrein van Haskil, Lipatti, Curzon en Gieseking, in deze feërieke variëteit, dit alles gevat in een pianistisch spectaculaire kleurenpracht waarin zowel het gehele ensemble als het publiek in diezelfde adem wordt meegenomen. We horen een betoverend mengsel van improvisatorisch getinte perfectie, fijnzinnige timing, intens (daar is het woord weer!) kleurrijke gestalten in linker- en rechterhand, gepaard gaande aan een kristalhelder zicht op zowel de melodische als harmonische structuur die Mozart altijd zo na aan het hart lag. Wat niet minder opvalt is de volmaakte agogiek waarvan de drie delen voortdurend zijn doortrokken en de exquis uitgewerkte detaillering die Sokolov daarbij weet aan te brengen. Terwijl het geen moment bestudeerd klinkt. Integendeel, alsof het zomaar spontaan is ontstaan, uitsluitend gestoeld lijkt op pure intuïtie. Dit is niet ‘een' Mozart, maar unieke Mozart van – vergeef mij de paradox – universele proporties. Terwijl iedere noot, iedere muzikale geste, zo uit de partituur zelf kan worden gehaald. Er gebeurt niets in de marge dat buiten de marge zou moeten vallen. Misschien is wel het enige echt waardevolle criterium voor grote kunst dat zij zich niet tot vast afgebakende grenzen laat herleiden of afdwingen. Dat het intellect naar de achtergrond verschuift, het benoemen en het verklaren hier stopt. Ook het filigraan vormgegeven Adagio laat daarover geen enkele onduidelijkheid bestaan. We voelen ons betrokken als bij een opera, met zijn de soepele stembuigingen, de zorgvuldig aangelegde accenten en fijnmazige dynamische gradaties. Ze spreken de expressieve taal spreken van de opera buffa. En niemand die ontkomt aan een van de meest sprankelende finales van een Mozart-concert. De in de historiserende uitvoeringspraktijk gepokte en gemazelde Trevor Pinnock weet het European Chamber Orchestra tot een daarbij passende begeleiding te verleiden.

Betovering
Dan het ‘hoofdgerecht' op deze cd, een 'war horse' pur sang, Rachmaninovs hondsmoeilijke Derde pianoconcert, een werk dat dankzij de speelfilm ‘Shine' (met de Australische pianist David Helfgott in de hoofdrol) ook bij niet-liefhebbers bekend is geworden. Het is ook een opus dat in de handen van de meest uiteenlopende pianisten tot de meest uiteenlopende interpretaties leidtt. Met als belangrijkste toetssteen uiteraard Rachmaninovs eigen vertolking met het Philadelphia Orchestra onder Eugene Ormandy uit 1939, eerst op 78-toerenplaten en later op lp en dan uiteindelijk ook op cd. Een opname die iedereen zou moeten bezitten.

Interessant is om de Londense uitvoering uit 1995 van Sokolov te vergelijken met die in Stockholm uit 1998, toen met het Zweeds Radio Symfonieorkest onder leiding an Tuomas Ollila. U vindt het audiospoor op YouTube. Het is het perfect klinkende bewijs voor de stelling dat bij Sokolov – en daarin vindt hij in zijn landgenoot Valery Gergiev een warm medestander - geen concert volgens vooraf nauwkeurig uitgezette paden verloopt. Ondanks de onmisbare voorbereidingen hangt bij Sokolov veel af van het moment. In de uitvoering in Stockholm (Sokolov speelt in het openingsdeel de minder gebruikelijke lange cadens) is er evenals eerder in Londen het reusachtige stamina dat de gehele uitvoering beheerst, maar de vele tempowisselingen zijn in Londen binnen Sokolovs conceptuele context beter gestructureerd (of gemotiveerd) dan in Stockholm. In Londen horen we in de beide hoekdelen ook meer expressieve krachtpatserij en nog meer druk op het expansievat. Dat gaat dan in de tedere, gevoelige momenten gepaard met een ongekende, soms zelfs hartverscheurende lyriek. Het pakt uit als een bijzonder mengsel van dichterlijke vervoering en dagdromerij. Alleen al de manier waarop Sokolov het tweede deel inzet, met zijn dalende schurende akkoorden getuigt van verbeeldingsvolle indringendheid. Net zo'n verhaal apart is de transitie naar het slotdeel, waarin alle remmen net niet los worden gegooid om de krachtsexplosie aan het begin van de finale werkelijk het volle pond te kunnen geven. Het vervolg is niet minder indrukwekkend, als zich een gepassioneerd stretto ontwikkelt. Ook in deze finale creëert Sokolov met zijn pianistische kleurenrijkdom een magische sfeer die laveert tussen puur virtuoze trots en diepgevoelde poëzie. Er gaat een enorme expressieve kracht van dit zo sterk contrastrijke spel uit, alsof de inkt van dit kunstwerk nog maar net droog is. De uitvoering van Rachmaninov zelf lijkt, hiermee vergeleken, zelfs tamelijk koel en afstandelijk. Maar ook Horowitz blijft in dit opzicht op respectabele afstand. Natuurlijk gaat het er niet om wie gelijk heeft, nog afgezien van het feit dat niemand zijn gelijk kan claimen. Om het beeld ietwat scherper te krijgen: wat Cortot was in Chopin is Sokolov in Rachmaninov. Misschien is dit het ook wel dat van Sokolov een bijna mythische figuur heeft gemaakt: dat hij in staat is om in een oogwenk zijn publiek mee te zuigen in die unieke betovering die de tijd stil doet staan. Het is een betovering die teruggrijpt op pianisten als Józef Hofmann, Shura Cherkassy, György Cziffra, Josef Lhévinne en de reeds genoemde Alfred Cortot. En om bij de huidige tijd te blijven: Arcadi Volodos. Misschien is het ook wel zo dat Sokolov, ondanks de Russische school waaruit hij voortkomt, uiteindelijk dichter bij Liszt staat dan we voor mogelijk houden.

Differentiatie
Wordt er door Sokolov ‘geschmiert'? Voor zover het meelezen dit mogelijk maakt: alle noten zijn er. De tempovoorschriften worden gerespecteerd, maar wel met dien verstande dat binnen de tempokaders versnellingen en vertragingen worden aangewend om het expressieve karakter van de muziek of te onderstrepen, of gradueel eruit de lichten. Dat is het recht dat de interpreet zich toemeet en waarvan Sokolov ruimhartig gebruik maakt. De manier waarop hij frases modelleert, een melodielijn extra reliëf geeft, de stemvoering net even contourrijk toevertrouwt aan de bas, akkoorden individualiseert en het pedaalgebruik precies (hoewel ik denk dat het eerder intuïtief is) afstemt op het discours in linker- of rechterhand met de daarbij horende sonoriteit is net zo exemplarisch als de verwondering (en daarmee tevens bewondering) die hij oogst als er een moment ontstaat dat als zodanig opvalt, terwijl dat bij andere pianisten ongemerkt voorbijgaat. Differentiatie is geen toverwoord, maar maakt ‘gewoon' deel uit van Sokolovs rijke klankpalet. Hoe ongewoon dat echter is blijkt als naar dit concert gespeeld door andere pianisten wordt geluisterd. Het is pianospel dat is ontdaan van iedere vorm van alledaagsheid, van iedere routine, van ieder déjà vu.

Uitsluitend live
Dat brengt me op een ander thema. Sokolov is niet de eerste musicus die niets voelt voor studio-opnamen. Zo ging de dirigent Sergiu Celibidache hem al decennia terug daarin voor. Dit is niet de plaats om de voor- en nadelen van een studio-opname te bespreken, maar wel moet worden gezegd dat hoe onweerstaanbaar een live-opname ook mag zijn (en dat geldt zeker voor die van Sokolov), de herhaling daaraan onverbiddelijk afbreuk zou kunnen doen. Maar in vertolkingen als deze wemelt van de details die zich pas na herhaald beluisteren in hun volle omvang en betekenis laten openbaren. Dat is een belangrijke eigenschap van kunst met een grote k en het geldt voor zowel de muziek als de vertolker(s). Met en passant de kanttekening dat het in mijn ogen onmogelijk is om het spel van Sokolov tot op het bot te analyseren. Daar is deze interpretatie te groot voor. Schoonheid in deze orde van grootte onttrekt zich eenvoudig aan al het andere behoudens aan haar eigen diepste wezen.

Wat het orkestaandeel betreft geeft het BBC Philharmonic onder Yan Pascal Tortelier (de zoon van de beroemde cellist Paul Tortelier) Sokolov uitstekend partij, al zijn er wel oneffenheden te registreren (zoals bijvoorbeeld aan het begin van de finale). Maar ook Sokolov heeft zo zijn onzekere momenten, wat in een live-uitvoering en zeker in een complex en virtuoos werk als dit zo vreemd niet is. Laten we vooral blij zijn dat er niet achteraf de edit-machinerie op los is gelaten en we daardoor met volle teugen mogen genieten van de fabuleus gedoseerde spanningsbogen die in dit grandioze opus worden getrokken! Slechts incidenteel had ik het gevoel dat Sokolov een wat andere koers wilde varen dan het orkest, wat mogelijk ook verklaart dat Sokolov al geruime tijd niet meer met een orkest optreedt. Heer en meester zijn over het eigen domein en dat niet met anderen willen delen, zo lijkt het devies. Sokolov in dit opzicht als de absolute tegenpool van Martha Argerich!

De live-opnamen zijn uitstekend gelukt. Er zijn wel achtergrondgeluiden waarneembaar, maar ik heb die niet als echt storend ervaren. Dat met name aan het slot van ‘Rach 3' het publiek in luid gejuich uitbarst hoort bij het uitermate spirituele karakter van de uitvoering!

Documentaire
De titel van de bijgevoegde dvd ‘A conversation that never was' van Nadya Zhdanova heeft wat mij betreft een dubbele bodem. Sokolov heeft een uitgesproken hekel aan interviews en zegt waarschijnlijk hetzelfde wat menige musicus zegt, in de trant van ‘als je mij beter wilt leren kennen moet je maar naar mijn muziek luisteren'. Voor Zhdanova zat er dus weinig anders op dan bij familie, vrienden, collega-musici en andere binnen- en buitenstaanders te rade te gaan. Wat konden zij vanuit hun eigen ervaringen over dit pianofenomeen vertellen? Het beeld dat daaruit oprijst is van een musicus die uitsluitend leeft om musicus te kunnen zijn. Die voor vrijwel niets anders tijd vrijmaakt, bereid is alles ervoor opzij te zetten. Hij is niet de Russische Brendel die in iedere plaats waar hij optreedt er uitvoerig de tijd voor neemt om op zoek te gaan naar beziens- en wetenswaardigheden. Nee, hij gaat liever in de nog lege zaal op het podium aan de vleugel zitten, om eerst met de stemmer te overleggen en dan vervolgens te oefenen en nog eens te oefenen, en daarbij eindeloos de klankmogelijkheden binnen de gegeven akoestiek en het instrument beproeven. Het boeiendste deel van de documentaire zijn de originele beelden uit de archieven de Sokolovs en de schaarse videobeelden van het Tsjaikovski Pianoconcours in Moskou in 1966 en zijn prijswinnaar, Grigori Sokolov. De documentaire is opgedragen aan Inna Sokolova, de overleden echtgenote van Grigori. In het begeleidende boekje is een aantal gedichten van haar opgenomen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links