CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2018

 

Shostakovich - Complete Music for Piano and Strings

Sjostakovitsj: Pianotrio nr. 1 op. 8 (Poème) - nr. 2 op. 67 - Pianokwintet op. 57 - Vioolsonate nr. 1 op. 134 - nr. 2 op. 147 - Moderato (voor cello en piano) - Cellosonate op. 40

DSCH - Shostakovich Ensemble: Filipe Pinto-Ribeiro (piano), Corey Cerovsek en Cerys Jones (viool), Isabel Charisius (altviool), Adrian Brendel (cello)
Paraty 718232 • 2.31' • (2 cd's)
Opname: december 2016, Centro Cultural de Belém, Lissabon (Portugal)

   

Het DSCH – Shostakovich Ensemble is officieel geworteld in Portugal, al zijn niet alle musici daar geboren. De violist Corey Cervosek stamt uit het Canadese Vancouver, zijn collega Cerys Jones is een echte Welshman uit Cardiff, de wieg van de altiste Isabel Charisius stond in Zwitserland en Adrian Brendel, de cellist, is de zoon van Alfred. Resteert de pianist van het gezelschap, Filipe Pinto-Ribeiro en zoals de naam al verraadt: hij is de enige Portugees in het gezelschap, maar ook artistiek leider en in 2006 (tevens het jaar waarin de 100ste geboortedag van Sjostakovitsj werd gevierd: vandaar de naam van het ensemble) de oprichter. Dit overzicht haalt al gelijk de wind uit de zeilen van diegenen (en echt, ze zijn er!) die menen dat een Portugees ensemble zich maar beter niet met de muziek van deze - door menigeen beschouwd als de grootste cynicus uit de Russische muziekgeschiedenis - componist kan bezighouden. Hoewel: vooroordelen bevestigen zich in de praktijk vaak niet. Gelukkig maar!

Wie alvorens te luisteren de moeite neemt om naar de doopceel van deze vijf musici te googelen, ontdekt al snel dat zonder uitzondering sprake is van topmusici die met name in de kamermuziek hun sporen hebben verdiend; en dat betreft dan uiteraard niet alleen de muziek van Dmitri Dmitriëvitsj Sjostakovitsj (1906-1975). Trouwens, het ensemble heeft - met een overvolle agenda - een breed repertoire dat zich uitstrekt van de ‘klassieken' tot eigentijds. Dat maakt de naamgeving op het eerste gezicht wellicht enigszins merkwaardig, maar – om een beroemd voorbeeld te noemen - het Borodin Quartet hield zich ook niet alleen bezig met de kamermuziek van de componist waaraan het zijn naam ontleende.

Een topensemble verraadt zijn kwaliteiten al in de eerste maten en daar maakt het DSCH geen uitzondering op. De intonatie en balans zijn perfect en de afwerking (frases, accenten, dynamiek) van het hoogst denkbare niveau. Kortom, het is een uitermate rijke spelcultuur die deze zeven stukken (ze vormen samen de complete kamermuziek voor piano en strijkers), in het flonkerend licht zet. Dat dit ook in interpretatief opzicht alleen maar rijpe vruchten afwerpt, ligt niet per se voor de hand, maar het is in dit geval wel degelijk zo. De diepgang en de gelaagdheid waaraan de vijf musici deze werken onderwerpen toont hun verbeeldingsvolle grootheid en de diepe gelaagdheid van hun exploraties. Dat zij hebben gekozen voor een duidelijk evenwichtige benadering heeft mijn warme sympathie. Ik hoor deze muziek helaas te vaak vervuld van een dusdanig diep geëtste gekweldheid dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan het puur muzikale karakter ervan. De neiging is dan (te) groot om het tijdperk van repressie en vervolging er als het ware bij de luisteraar in te rammen. Evenwicht moet voortvloeien uit de muziek zelf en niet uit een door vooroordelen beladen zoektocht ernaar. De pianotechnicus heeft de Steinway D het vereiste cachet meegegeven en Laure Casenave tekende voor een realistische registratie in het cultureel centrum van Belém in Lissabon, de officiële thuishaven van het ensemble.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links