CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2014

 

Sjostakovitsj: 24 Préludes en fuga's op. 87

Alexander Melnikov (piano)

Harmonia Mundi HMC 972019.20 • 2.32 • (2 cd's)

Opname: mei & december 2008, maart 2009,
Teldex Studio, Berlijn

   

 


Vanuit het musicologisch perspectief bezien zijn de 24 Préludes en fuga's geënt op Bachs Wohltemperierte Klavier, met de kanttekening dat Sjostakovitsj tijdens zijn bezoek aan het Bach-Festival in Leipzig in 1950 zó overweldigd werd door de uitvoering van Bachs contrapuntische meesterwerk door Tatjana Nikolajeva dat hij ter plekke besloot om zijn eigen WTK te componeren. Kort na zijn terugkeer in Moskou, op 10 oktober 1950 begon hij eraan. Al op 25 februari 1951 was de twee uur en een kwartier durende cyclus voltooid. Uit het manuscript blijkt dat de componist al vooraf precies wist wat hij wilde. Alleen de Prélude in bes heeft hij later alsnog ingrijpend herzien.

De Russische critici hadden weinig met deze muziek op. Er was weerstand tegen de vele dissonanten, terwijl bovendien het verwijt klonk dat het met Russische muziek niets van doen had maar eerder 'westerse decadentie' uitstraalde. In de nadagen van het Stalin-regiem was dit een 'normale' reactie, die - zoals gebruikelijk - luidkeels door de Componistenbond werd uitgedragen en waartegen de arme componist zich niet afdoende teweer kon stellen. Hij nam het maar zoals het viel, wat niet wegnam dat ondanks alle kritiek het toch tot vrij snel een eerste uitvoering kwam, en wel in Moskou, het hol van de (partij)leeuw, op 23 december 1952, door ...   Tatjana Nikolajeva .

De 24 Préludes en fuga's werden als volgt In chronologische volgorde uitgegeven:

Nr. 1 in C: Moderato - Moderato
Nr. 2 in a: Alegro - Allegretto
Nr. 3 in G: Moderato con moto - Allegro molto
Nr. 4 in e: Andante - Adagio
Nr. 5 in D: Allegretto - Allegretto
Nr. 6 in b: Allegretto - Moderato
Nr. 7 in A: Allegro poco moderato - Allegretto
Nr. 8 in fis: Allegretto - Andante
Nr. 9 in E: Moderato non troppo - Allegro
Nr. 10 in cis: Allegro - Moderato
Nr. 11 in B: Allegro - Allegro
Nr. 12 in gis: Andante - Allegro
Nr. 13 in fis: Moderato con moto - Adagio
Nr. 14 in es: Adagio - Allegro non troppo
Nr. 15 in des: Allegretto - Allegro molto
Nr. 16 in bes: Andante - Adagio
Nr. 17 in As: Allegretto - Allegretto
Nr. 18 in f: Moderato - Moderato con moto
Nr. 19 in Es: Allegretto - Moderato con moto
Nr. 20 in c: Adagio - Moderato
Nr. 21 in Bes: Allegro - Allegro non troppo
Nr. 22 in g: Moderato non troppo - Moderato
Nr. 23 in F: Adagio - Moderato con moto
Nr. 24 in d: Andante - Moderato

Naar Bachs voorbeeld?
Dat deze 24 Préludes en fuga's op Bachs Wohltemperiertes Klavier zijn geënt staat buiten kijf. Bachs kolossale werk had op Sjostakovitsj een diepe indruk achtergelaten. Bach had de traditie en de tonaliteit geërfd van zowel het contrapunt als de verschillende dansvormen en niet te vergeten de aria, die hij in het WTK op onnavolgbare wijze nieuwe dimensies zou geven. Men mag dan wel zeggen dat de Thomascantor voortborduurde op het bestaande, het oude, maar in vrijwel iedere compositie van zijn hand zijn we getuige van schitterend nieuw leven op basis van die zo vertrouwde compositiebeginselen. Daarbij gingen formele strengheid en expressie bij Bach hand in hand. Sterker nog, ze horen bij elkaar, zijn onafscheidelijk.

Een twintigste-eeuwse componist van groot kaliber kon vanzelfsprekend niet zonder meer teruggrijpen op Bachs tonaliteit, alsof er in de voorbije twee eeuwen geen schokkende bewegingen in de toonkunst waren geweest, Wagners Tristan en de Tweede Weense School bij toeval waren ontstaan, en Hindemiths Mathis der Maler op niet meer dan een 'vergissing' berustte. Let wel, Sjostakovitsj schreef muziek die weliswaar nog steeds is ingebed in een uitgesproken tonale structuur, maar wel opnieuw geordend naar een romantisch concept, waarvan alleen de bestanddelen op Bachs werktafel hadden gelegen. Sjostakovitsj wilde nieuwe wegen vinden binnen de - desnoods tot zijn uiterste grenzen opgerekte tonaliteit, zoals zijn grote voorgangers, maar ook zijn tijdgenoten hadden gedaan en nog deden. Daarmee schiep Sjostakovitsj als het ware nieuwe muziek in een oud jasje. De overbekende toonsoorten met hun specifieke expressieve eigenschappen lagen als het ware voor hem uitgestald: C-groot, helder en verlicht; G-groot, gelukkig en stralend; het krachtige D-groot; B-klein, donker, angst en lijden (met zijn dominant Fis-groot); het helle E-groot; Cis-moll, plechtstatig, somber, voornaam, tragisch (Beethovens strijkkwartet op. 131!), C-klein, gedreven somber, een treurspel op zich; enz. enz.

Het resultaat van dit alles heeft caleidoscopische trekken, als een bonte verzameling levensindrukken die aan de toehoorder in hoog tempo voorbijtrekken. Dan weer zo ruw als een rotsblok, dan weer fijnzinnig poëtisch, in het zicht van de overwinning, of puur beschouwend, of weemoedig op het sentimentele af, dan weer met diepe treurnis vervuld, of uitgespoken zwatgallig, ironisch, opstandig. Het treurspel met een glimlach, het verwijt met een grimas, het keurig verpakte protest, maar toch altijd weer de bonte afwisseling van grote diepgang met bijna verpletterende oppervlakkigheid. De omarming van het schone, afgewisseld door vlijmscherpe ironie, een bulderlach, een verstikte stem, maar in al zijn geledingen een magistraal opus dat het niet zonder een magistrale vertolking kan stellen. Want anders wordt het een fragmentarische lappendeken. Onderlinge samenhang dus, maar niet slechts op basis van een verbindende verhaallijn tussen de delen. Nee, dit is ook de kunst van de verbintenissen binnen de deeltjes, de coherentie in miniatuur, die zich dan vervolgens ook daarbuiten mogen, nee moeten manifesteren, wil de som aanmerkelijk groter zijn dan de delen. Dát kon Tatjana Nikolajeva in haar Melodyia-opnamen en dat kon zij niet meer in haar laatste opname (Hyperion). Alexander Melnikov mag zich in alle opzichten haar waardige opvolger noemen

Melnikov
Ik denk dat Nikolajeva een van de weinigen is geweest die de Russische 'ziel' (al is het, toegegeven, een nogal vraag begrip) in deze muziek bloot te leggen. Wat de uitvoeringen door Sjostakovitsj zelf betreft, beschikken we in ieder geval over twee (matige) opnamen met de nrs. 1-8, 12-14, 23-24, die in speltechnisch opzicht weliswaar te wensen overlaten, maar - nog belangrijker! - interpretatief bijna objectiverend koel en afstandelijk zijn. Dit is een 'eye-opener' die er niet om liegt en herinneringen oproept aan Igor Stravinsky die zijn eigen werk juist sober placht te dirigeren.

Dan was ik al eerder enthousiast over de visie van Keith Jarrett op deze Préludes en fuga's. Die kwam sterk overeen met hetgeen de Russische pianist Svjatoslav Richter eens over zijn eigen spel opmerkte: "Ik speel gewoon wat er staat, niets meer, niets minder, punt uit." (Hij merkte ook eens op: "Ik speel altijd van blad, want anders sluipen er ongemerkt fouten in mijn spel.") Kortom, Let the music speak. Of Jarrett de sfeer wel of niet raak heeft getroffen vind ik minder relevant dan de nuchtere constatering dat hij precies speelt wat er staat, zonder enige technische beperking, maar wel met volle overgave. Er zijn geen maniertjes, er is geen opgelegd pandoer, er wordt niet gepronkt en van hineininterpretieren is geen sprake. Dat leidt misschien tot nuchterheid, maar niet tot ontnuchtering. Het is een prestatie van de bovenste plank, die zonder meer een waardige plaats verdient naast de Melodyia-opnamen van Nikolajeva (die inderdaad een soort onnavolgbare authenticiteit uitstralen, ook door de vleugelklank met alle nare eigenschappen van een Russische Petroff-vleugel, ditmaal niet meer dan een slechte imitatie van de grandseigneurs van Steinway, Bechstein en Bösendorfer). Jarretts spel overvleugelt wel met gemak dat van Nikolajeva in haar (laatste) opname voor het label Hyperion, waar de Grande Dame duidelijk last heeft van geheugenlacunes en (teveel) missers. Hij is bovendien bijna een halfuur sneller(!) maar zonder dat zijn spel gehaast of rafelig klinkt. Hij leek mij qua tempo sowieso ook op het juiste spoor te zijn, want hij was toen volgens mij de enige pianist die de metronoomaanduidingen van de componist serieus nam. Ook over authenticiteit valt overigens te twisten!

Ik denk dat Melnikov ten slotte het beste alternatief is omdat zijn spel mij het meest idiomatisch in de oren klinkt, zijn techniek vlekkeloos is en hij ook qua nuancering en finesse werkelijk prachtige momenten voor ons in petto heeft. Het enorme scala van gemoedsstemmingen die Sjostakovitsj in deze muziek heeft gelegd, komt onder zijn handen optimaal tot zijn recht. Sterker nog dan Jarrett zocht en vond hij de diepere inhoud van deze stukken. De fuga's lijken op ware beeldhouwwerken, de dynamische intensiteit verloopt duidelijk volgens een vooropgezet plan, de expressieve verstilling is adembenemend en zelfs na de krachtigste explosies blijft het momentum kaarsrecht overeind. Melnikov geeft in dit werk de geloofsbrieven af van een groot pianist en een groot vertolker (begrippen die niet per se hetzelfde hoeven te betekenen). De grootse slotfuga in d zet niet de kroon op het werk, maar is de logische, monumentale optelsom van alle voorafgaande delen. Dit is zowel grootse als groteske muziek en zo wordt zij vertolkt en is zij door de technici vastgelegd. Magnifiek, in alle opzichten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links