CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2024

Sibelius: Vioolconcert in d, op. 47

Prokofjev: Vioolconcert nr. 1 in D, op. 19

Janine Jansen (viool), Oslo Philharmonic o.l.v. Klaus Mäkelä
Decca 4870237 • 55' •
Opname: juni 2023, Konserthus, Oslo

 

Het is discografisch lang, té lang stil geweest rond onze stervioliste Janine Jansen, maar nu is er dan toch een nieuw album met het Vioolconcert van Sibelius en het Eerste vioolconcert van Prokofjev, twee meesterwerken waarin zowel het technisch als interpretatief niet alleen de solist[e]), maar ook het orkest danig op de proef wordt gesteld. Daarin is alleen Janine Jansen (ze bespeelt op dit album de Shumsky-Rode Stradivarius uit 1715),van begin tot eind met vlag én wimpel geslaagd, wat helaas enige afbreuk doet aan het geheel.

Om ditmaal eens bij de Finse dirigent Klaus Mäkelä (Helsinki, 1996) te beginnen: natuurlijk kent hij het filharmonisch orkest van Oslo, waarvan hij in 2018 met ingang van het concertseizoen 2020-21 werd benoemd tot chef-dirigent, op zijn duimpje en dat verleidt blijkbaar tot een overdosis aan orkestraal raffinement en verfijning, die vanuit dit onwelkome perspectief het Prokofjev-concert doet belanden in salonachtige sfeertekeningen die in dit werk absoluut niet thuishoren. Ook al mogen de beide hoekdelen tot de meer lyrische in Prokofjevs oeuvre worden gerekend.

Natuurlijk, er zijn werkelijk schitterende momenten aan te wijzen (zoals in het openingsdeel de bijzonder fraai kleurende houtblazers in een uiterst bekoorlijk samenspel), maar vooral het Scherzo stelt teleur door het sterk cosmetisch getinte klankraffinement waardoor het weerbarstige, wilde en intense karakter ervan deels ondersneeuwt. Orkestrale virtuositeit neigt bovendien naar leegheid, wordt het meer een kwestie van alleen maar koud vuur, waar Jansen juist een en al gloedvolle passie is, zij met dikke penseelstreken durft te schilderen tegenover het hierbij tamelijk bleek afstekende, orkestrale palet. In haar aandeel worden, anders dan door het orkest, de bijna desperate trekjes terecht wel geaccentueerd.

In het Sibelius-concert lukt het Mäkelä met zijn orkest gelukkig beter om een goede balans te vinden tussen orkestrale schittering en expressieve substantie. Er valt bij alle betrokken partijen veel sensitiviteit te registreren, is routine heel ver weg en is het klankpanorama dat wordt ontvouwd op sommige momenten zelfs bijna bloedstollendj. De pizzicati van de contrabassen zijn - zoals de Duitsers zeggen - 'hart und trocken ', het koper wordt fel aangezet en is de de warme klarinetklank zelfs beduidend sfeer verhogend. Het orkest uit Oslo is weliswaar geen Berliner Philharmoniker, maar intonatie, samenspel en de balans binnen de verschillende orkestgroepen laten niets te wensen over. Virtuositeit gaat hier wél hand in hand met warmbloedig en lyrisch engagement.

Janine Jansen is ook in Sibelius' Vioolconcert de solistische rots in de orkestrale branding, maar er is gelukkig veel meer dan dat: haar spel is diep doorleefd, schitterend van toon, technisch verbluffend, de aanpak wisselend heftig, onstuimig en intiem, maar altijd sprankelend en opwindend, en als het zo uitkomt even gemakkelijk terugschakelend van een grote glanzende toon naar kamermuzikale intimiteit, stemvoering en textuur zo helder als glas voorgesteld en steeds in ideale balans met het orkest dat diepgang niet opgeeft voor brille en bravoure.

De slotsom, zoals zo vaak: plussen en minnen, met hoe dan ook een dikke plus voor de zeer geslaagde opname.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links