CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2022

Toccatas and Fantasies - J.S. Bach | C.P.E. Bach | P. Seabourne

Klik hier voor de inhoudsopgave

Konstantin Lifschitz (piano)
Willowhayne Records WHR073 • 2.25' • (2 cd's) (2022)
Opname: okt. 2021, Steinway Recording, Fulbeck, Lincolnshire (VK)

   

Bachs zeven toccata's ondergebracht in het BWV onder de nummers 910 t/m 916 werden anders dan de nummering misschien doet vermoeden al gecomponeerd in de periode 1707-1713. Aldus hebben we te maken met werk van de jonge Bach (hij was toen tussen de 22 en 28 jaar). De originele handschriften hebben de tand des tijds helaas niet overleefd, maar dankzij o.a. familieleden en leerlingen zijn er gelukkig wel afschriften van overgeleverd; al moet er wel gelijk bij worden vermeld dat we – de kopieerfouten nog daargelaten – niet voldoende zekerheid hebben over het precieze waarheidsgehalte ervan, zoals blijkt uit de verschillende overgeleverde kopieën die onder meer zijn opgenomen in de Bach-verzameling van Johann Sebastians oudere broer John Christoph. Wel heeft het uitgevershuis Bärenreiter met zijn Edition nr. BA05235 (ISMN 9790006506019) onder redactie van Peter Wollny van het Bach-Archiv in Leipzig voor een zo betrouwbaar mogelijke uitgave gezorgd.

Bachs Toccata's BWV 910-916 zijn niet bedoeld voor orgel (hoewel op dit instrument uitstekend speelbaar), maar voor klavecimbel gedacht (het clavichord wordt in dit verband ook wel genoemd, maar de speltechnische mogelijkheden daarvan zijn voor deze toccata's net iets te hoog gegrepen). Bach mag ze dan merendeels geschreven hebben aan zo ongeveer het begin van zijn loopbaan als componist (hij was in die tijd als organist in dienst van graaf Wilhelm Ernst in Weimar), technisch veeleisend zijn ze wel degelijk. De kans is zelfs groot dat Buxtehude er met goedkeurende blik naar gekeken zou hebben, als hij niet in 1707, dus min of meer op de valreep van het ontstaan van deze toccata's, was overleden.

Er is lang over gediscussieerd of de zeven toccata's als een cyclus moeten worden beschouwd, mogelijk ingegeven door wat we in sommige afschriften (van BWV 913) tegenkomen: Toccata Prima. En het is zeker zo dat ze op grond van hun vormtechnische en stilistische karakteristieken een zekere mate van cohesie uitstralen. Echter, veel doet het er niet toe: wie er anders over denkt heeft evenzeer gelijk als wie het tegendeel beweert.

Het concept van de toccata vindt zijn oorsprong in de snelle toonherhalingen, het begrip afgeleid van het Italiaanse ‘toccare', wat ‘aanraken' betekent. In de toccata draait het om fantasierijke virtuositeit zonder duidelijk vastgelegde vorm, waarbij veel aandacht uitgaat naar waartoe het instrument technisch in staat is. Het is dus ook een probaat ‘middel' om het danig op de proef te stellen. Bach hanteerde in zijn toccata's verschillende stijlen, met gebruikmaking van toonladders, arpeggio's, figuraties, fuga's, gigues, recitatieven en aria's. Geen wonder dus dat door deze zo contrastrijke inventie het rapsodisch karakter in menige toccata niet of nauwelijks te missen is.

Op dit dubbelalbum heeft de Russische pianist Konstantin Lifschitz (1976, Kharkov, nu Oekraïne), een van de belangrijkste pianisten van onze tijd, Bachs zeven Toccata's als het ware afgezet tegen eigentijdse composities van de Brit Peter Seabourne (1960): zes toccata's, vijf fantasieën en een aria (‘Sarabanda con Variazioni'), naast nog een fantasia van Carl Philipp Emanuel Bach. Van Seabourne besprak ik al eerder Fall (klik hier).

Konstantin Lifschitz

De veronderstelling dat Bach, ook op jonge leeftijd, muziek schreef dat als ‘universeel' geldt, in de betekenis van alles omvattend, is even juist als dat juist daardoor muziek die ruim driehonderd jaar later is gecomponeerd er uitstekend bij past, er zelfs mee gecombineerd kan worden in een en hetzelfde programma, zowel in de studio als op het concertpodium. Dat laatste is in deze context nog kritischer omdat de volgorde van de stukken zich niet door een gewijzigde trackindeling niet anders laat inrichten…

Dat de werken van Seabourne zich moeiteloos bij die van Bach laten voegen heeft alles te maken met de zeer hoge kwaliteit van diens (hedendaagse) composities. Dat heeft Lifschitz als een van de eersten ingezien (anders had hij het uiteraard niet gedaan), maar belangrijker nog is dat het ook door de perceptieve luisteraar zo zal worden ervaren. Seabourne's Toccata's zijn onmiskenbaar op die van Bach geïnspireerd , met inbegrip van het doorzichtige contrapunt (wat evengoed geldt voor Prokofjevs typerende toccatastijl), al domineert daarin de eigentijdse ‘toontaal', terwijl in de fantasieën juist - in de meest letterlijke betekenis - een geheel andere toon wordt aangeslagen, het Franse impressionisme zich zelfs even gemakkelijk laat invoegen als de stilistische karakteristieken van de negentiende-eeuwse nocturne; terwijl de snit toch duidelijk die van vandaag is. Dat is bepaald niet iedere contemporaine componist gegeven.

Peter Seabourne

Het visionaire vinden we niet alleen terug bij Bach en Seabourne, maar ook bij Carl Philipp Emanuel Bach, de ongetwijfeld – althans in muzikale termen – meest ‘reactionaire' zoon van de Thomascantor. Deze grondlegger van wat zou uitgroeien tot de klassieke stijl was bovendien een vooraanstaande toetsenist en auteur van twee bekende leerboeken: Versuch über die wahre Art das Clavier zu spielen, verschenen in respectievelijk 1753 (deel 1) en 1762 (deel 2). Hij had zelf al lang en breed de daad bij het woord gevoegd door niet alleen zijn spel, maar ook door het door hem gecomponeerde grote aantal fantasieën, rondo's en sonates. Steeds weer uitermate verrassende muziek die haar tijd ver vooruit was en op de toenmalige luisteraars maar ook de muzikanten diepe indruk moet hebben gemaakt.

Lifschitz, de eminente pleitbezorger van het (al)oude en het nieuwe, subliem op dreef in deze twintig stukken, exemplarisch in termen van toonvorming en klankkleur, fris en dynamisch, soepel en beheerst, frasering en articulatie boven iedere kritiek verheven en zich met deze muziek als het ware 'hautnah' verbonden voelend. Een paar dagen geleden nog speelde hij tijdens het muziekfestival in Aix-en-Provence delen uit dit album, naast Messiaens Catalogue d'Oiseaux en Couperins Pièces de Clavecin (voor piano uiteraard).

Seabourne was zowel de producer als de editor van deze productie, maar zorgde tevens voor de op de verschillende stukken toegesneden toelichting. Ín één woord: magnifiek!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links