CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2019

Schumann: Liederkreis op. 24 - Kerner-Lieder op. 35

Matthias Goerne (bariton), Leif Ove Andsnes (piano)
Harmonia Mundi HMM 902353 • 54' •
Opname: maart 2018, Teldex Studio, Berlijn

   

Robert Schumann (1810-1856) staat te boek als de eerste in de Romantiek gewortelde componist die niet alleen zeer goed op de hoogte was van de hem omringende nieuwe muziek en wat daarin zoal omging, maar ook een zeer grondige kennis bezat van de eigentijdse literatuur. De vele sporenelementen daarvan vinden we terug in zijn eigen composities, en niet alleen in zijn vocale werken, want ook zijn instrumentale muziek is ervan doortrokken. Het toont hoezeer het hem eraan gelegen was om al dat bijzondere dat deel uitmaakte van zijn geesteswereld zoveel mogelijk in zijn muziek te integreren. Zelfs na bijna twee eeuwen staat die muziek nog als een rots in de branding en is de daaruit volgende conclusie zo helder als glas: het tijdelijke veranderde onder zijn handen in het tijdloze.

Dat deze volbloed romanticus zich tot de gedichten van zijn tijdgenoot Heinrich Heine (1797-1856) aangetrokken voelde mag misschien enige verbazing wekken. Het was immers deze Duitse dichter die met zijn spottende en vindingrijke lyriek zich eerder een wereldburger dan een romanticus voelde en dat in zijn werk ook - vaak alleen besmuikt, maar toch onmiskenbaar - tot uitdrukking bracht. Van hem is de uiterst beladen uitspraak ‘Dort wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen'. Een nadere beschouwing leert evenwel dat Schumann zich met Heines ironische en soms zelfs spottende lyriek wel degelijk uitstekend wist te identificeren, al maakte hij uiteraard eerst wel een kritische selectie alvorens aan het componeren te slaan. Maar een feit is dat Schumann de gebrokenheid van Heines dichtkunst in zijn muziek moeiteloos wist over te nemen. Het leidde tot het muzikaal vormgegeven spanningsveld tussen dat ironische bij Heine en het kleinburgerlijke bij Schumann. We mogen er dankbaar voor zijn, getuige deze Liederkreis; en niet deze cyclus alleen.

De poëzie van de Duitse dichter (hij was ook praktiserend medicus) Justinus Kerner (1786-1862), eveneens een tijdgenoot van Schumann, is afwisselend teder en krachtig, veelal in het teken staand van de meest uiteenlopende natuurschilderingen, gemoedsstemmingen en natuurlijk de typisch romantisch uitgesponnen thematiek rond liefde en verlangen. In Schumanns Kerner-Lieder worden de contrasten danook met veel raffinement uitgewerkt, maar zonder dat het traditionele element daarin wordt verlaten.

Wat deze en een groot aantal andere liederen met elkaar verbindt is de diep gevoelde innigheid zoals die zich manifesteert. Een innigheid overigens die wel degelijk met spanning geladen kan zijn. Hij vereist nogal wat van de liedzanger om die spanningsgeladen intimiteit met behulp van een sterk ontwikkelde verbeeldingskracht op de toehoorder over te brengen. Pas dan ontstaat de chemie die deze liederen zo onweerstaanbaar maakt. Het is dit fluïdum waarover de Duitse bariton Matthias Goerne in zeer ruime mate beschikt. Zeker, het begint altijd bij de techniek, die van een dusdanige orde dient te zijn dat het de interpretatie is de aandacht volledig naar zich toe trekt. Maar anderzijds mag de interpretatie weer niet zoveel aandacht van de zanger zelf vragen dat het zingen erdoor in het gedrang komt.

Bij Goerne, wellicht de grootste Duitse bariton na Dietrich Fischer-Dieskau, is Schumanns liedkunst in de allerbeste handen. Hoewel ik een hekel heb aan rechtstreeks vergelijken heb ik toch maar een oude opname (1997) van Liederkreis uit de kast gehaald, toen met als pianist Vladimir Ashkenazy. Die vergelijking toont aan dat Goerne nog verder is gegroeid, hij zich de teksten als liedzanger nog intenser en daarmee expressief nog dieper gelaagd eigen heeft gemaakt. Terwijl dat zo diep inkervende, filigreine pianissimo is gebleven (Alte Laute, op. 35 nr. 12).

In de Noorse pianist Leif Ove Andsnes (ach, wie kent hem niet), voor deze gelegenheid afgestaan door Sony Classical, vond Goerne ook ditmaal een ideale partner. Evenals zijn Britse collega, de tenor Mark Padmore, verkent Goerne het liedrepertoire graag met verschillende pianisten, ongetwijfeld ingegeven door zijn wens om de liederen vanuit meerdere gezichtspunten gezamenlijk te exploreren. Goerne op zoek naar synergie? Ongetwijfeld, en hoe, want dat maakt dit nieuwe album haarscherp duidelijk. Ook dit fenomenale recital is subliem vastgelegd door het team Martin Sauer en René Möller. Het had wat mij betreft nog veel langer mogen duren dan 'slechts' 54 minuten...


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links