CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2019

 

Intercontinental Ensemble - Traveling Light

Beethoven: Symfonie nr. 2 in D, op. 36

Schubert: Symfonie nr. 8 in b, D 759 (Onvoltooide)

Brahms: Symfonie nr. 3 in F, op. 90 (3. Poco allegretto)

Arrangementen: Ernst Spyckerelle (violist van het ensemble)

Intercontinental Ensemble
TRPTK TTK 0021 • 79' •
Opname: ?

 

In het begeleidende boekje toont producer Brendon Heinst zich een warm voorstander van ‘slimming things down'. In dit geval betekent dit muziek in afgeslankte vorm. In zijn eigen woorden: ‘There's nothing really like being able to hear or see anything in full clarity, detail, integrity, without distractions or clutter. Just like using less microphones on a recording can result into greater clarity and sound fidelity, the one-to-a-part-approach of the Intercontinental Ensemble results in a slimmed-down, yet unprecedentedly clear sound, where everything the composer wrote is audible in its full glory.' Daarmee is de toon gezet voor dit album met twee en een kwart symfonieën in afgeslankte vorm. In dit geval Beethovens Tweede, Schuberts Achtste (tegenwoordig is de omnummering naar Zeven in zwang omdat niemand meer gelooft dat het gat tussen Zes en Acht nog ooit zal worden opgevuld) en als een soort van toegift het Allegretto uit Brahms' Derde (het thema werd overbekend dankzij de film Goodbye Again, gestoeld op Aimez-vous Brahms, de in 1959 gepubliceerde liefdesnovelle van Françoise Sagan).

Laat ik voorop stellen dat ik veel respect heb voor de wijze waarop Brendon Henist en zijn label TRPTK zich een belangrijke plaats heeft weten te verwerven in wat zo langzamerhand een heuse niche-markt is geworden. De afkorting van de naam is gemodelleerd naar Triptiek, de drieëenheid van High-end Recording, High-end Mastering en Love for Music; waarbij het laatste ongetwijfeld vooraan staat. Tenminste, dat denk ik na een bezoekje aan de website. Maar zelfs in een andere gekozen volgorde is dit the top of the bill: auditief en artistiek van zeer hoog niveau en als productie subliem gerealiseerd. Dat geldt niet minder voor de typografische verzorging van het binnenwerk en de ‘verpakking', al zullen sommigen van u misschien minder blij zijn met het afwijkende formaat, dat overeenkomt met dat van menige dvd-verpakking. Wie zijn cd-kast(en) speciaal voor de cd heeft ingericht heeft als beste optie opbergen op zijn kant. Wat van deze productie afstraalt is liefde voor de muziek en liefde voor het opname- en weergavevak (ze horen bij elkaar, als onafscheidelijke tweeling). Vreemd is wel dat de opnamelocatie en -datum ontbreken, terwijl de gebruikte apparatuur en bekabeling wel tot in detail staat vermeld. Veel details omtrent de opname (inclusief sessiefoto's) vindt u overigens hier.

Ik schreef al over het sublieme artistieke niveau, want dat is wat het Intercontinental Ensemble (in nonetbezetting: negen instrumenten, zonder pauken: fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn, viool, altviool, cello, contrabas) in huis heeft. Natuurlijk, symfonieorkesten spelen deze muziek met de spreekwoordelijke twee vingers in de neus, maar teruggebracht naar deze pure vorm van kamermuziek liggen de kaarten toch bepaald anders: iedere individuele nuance, ieder accent telt, zoals ook frasering en dynamiek uiterste nauwkeurigheid verlangt om waar te maken waar het in dit geval uiteindelijk om gaat: uiterste artistiek vormgegeven transparantie. De reductie van symfonische naar kamermuziekproporties was ook in Beethovens tijd en nog veel later overigens verre van ongewoon. Het doel van dergelijke bewerkingen was helder: om te dienen als het (enige) alternatief voor de concertzaal. Zoals er in die tijd ook bewerkingen voor piano (tweehandig of vierhandig) verschenen. Anno nu hoeft dat natuurlijk allang niet meer: zelfs de grootste symfonie (wat dacht u van Mahlers Achtste?) kan thuis, desnoods onder het scheren of buiten, tijdens het joggen, worden genoten. Extreem? Misschien, maar daarvoor draaien we anno nu evenmin onze hand nog om.

Is het ook waar? Dat het traditionele symfonieorkest (anno nu welteverstaan) niet datgene kan bieden wat de componist (mogelijk) heeft nagestreefd? Dat een kamermuziekversie te prefereren is? We weten het: zo was de première van Beethovens 'Eroica' op 9 juni 1814 in het paleis van prins Lobkowitz in handen van slechts een klein ensemble. In citeer nogmaals Heinst: ‘where everything the composer wrote is audible in its full glory'. Hij doet er nog een schepje bovenop, maar ik geloof er niet echt in. Althans niet vanuit musicologisch perspectief. Componisten, en zeker toondichters van het kaliber Beethoven, Schubert en Brahms, zullen dat zeker niet hebben nagestreefd: álles in volle glorie hoorbaar maken. Wie die bewering wil logenstraffen kent de partituur niet. Wie zich Beethovens ‘Pastorale' op deze manier wil horen wacht een grote teleurstelling. Het is zomaar een voorbeeld. Wat zich tijdens het scheppingsproces in het hoofd van deze muziekvinders afspeelde weten we uiteraard niet, maar we weten uiteraard wel wat zij hebben neergeschreven en dan zien we hoe geraffineerd zij het beeld in zijn geheel in elkaar hebben gestoken. De ‘Pastorale' - om dit voorbeeld nogmaals aan te halen - is vanuit puur instrumentaal oogpunt geen concert voor blazers, pauken en strijkers, maar een heuse symfonie die een perfecte balans tussen en binnen de verschillende instrumentengroepen vereist. Dat is toch iets heel anders dan ‘iedere noot in zijn volle glorie te laten horen'.

Toch valt er een lans te breken voor deze kamermuzikale benadering. We kunnen immers putten uit talloze opnamen van de oorspronkelijk gecomponeerde symfonieën en dan is het zeker aardig om de stemvoering tot in detail te kunnen volgen. En zeker wanneer zo formidabel goed uitgevoerd en vastgelegd. De keuze van de instrumenten verdeeld over de beide kanalen is voor menigeen misschien wel even wennen, maar zie ook dit dan als onderdeel van het 'leerproces'. Alleen al zo bezien is ‘Traveling Light' een fascinerende aanwinst.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links