CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2017

 

Schubert: Winterreise D 911

Florian Boesch (bariton), Roger Vignoles (piano)
Hyperion CDA68197 • 71' •
Opname: september 2016, Potton Hall, Dunwich, Suffolk (VK)

   

Het is soms verre van gemakkelijk om te achterhalen waarom een artiest ‘op herhaling gaat'. Of in dit geval waarom een vorige opname om de een of andere reden voor verbetering vatbaar wordt geacht. Want waarom zou je anders opnieuw naar de studio togen om hetzelfde werk op te nemen? Wat we ook weten is dat een herhaling (een begrip dat we zeker in de muziek niet in de meest letterlijke zin moeten nemen) niet altijd een verbetering is. Dat kennen we bijvoorbeeld van de vele Karajan-opnamen voor Deutsche Grammophon (ook al was er toen eerder een technische dan een artistieke reden voor: de inmiddels danig voortgeschreden techniek).

Florian Boesch heeft zich binnen en tijdsbestek van nog geen vijf jaar opnieuw tot Schuberts Winterreise gewend. Toen voor Onyx, ditmaal voor Hyperion. Toen was het (al) geweldig en nu is dat gelukkig niet minder; maar ook niet beter. Dat er verschillen tussen de beide opnamen zijn is evident. Zoals er ook sommige aspecten zijn gebleven. Toen speelde de pianist, Malcolm Martineau, net zo schilderachtig als de pianist nu, Roger Vignoles. Evenmin verbazingwekkend, want beide maken deel uit van de hogeschool van de liedbegeleiding. Ik kan ze wat dit betreft in een adem noemen met andere coryfeeën als Gerald Moore, Graham Johnson, Dalton Baldwin, Helmut Deutsch en zeker ook Christoph Eschenbach. Ze moeten ook om een andere reden in slechts een adem worden genoemd, zangers en hun pianisten: ze kunnen in de liedkunst niet zonder elkaar, vullen elkaar interpretatief ook voortdurend aan. En à propos, wie spreekt van ‘begeleiding' doet de ‘begeleider' daarmee ernstig tekort.

Natuurlijk zijn er verschillen. Het is al gezegd. Boesch heeft daarvoor meer dan voldoende interpretatieve kwaliteiten in huis en bovendien: zelfkritiek is bij hem een tweede natuur. Hij zoch het gelukkig niet in verdergaande verfijning (ten opzichte van een eerdere opname). Hij moet de onwenselijkheid daarvan ter dege hebben beseft. Dat geldt zeker voor Winterreise, waarin de ruwe kanten van de voordrachtintensiteit nooit en te nimmer mogen worden afgevlakt of gecosmetiseerd.
Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen toen en nu? Primair dat Boesch – en daarmee de pianist – het ervaringsniveau van de ‘wanderer', diens ervaringen en gevoelens, een minder ‘schilderend' ('schilderachtig' zou hier de verkeerde woordkeus zijn) karakter hebben meegegeven. Wat je daardoor misschien niet zou verwachten, gebeurt daarentegen wel: de cyclus wordt er nog huiveringwekkender door. Alsof beiden wilden uitdrukken: de werkelijkheid is al heftig genoeg. Bij die ervaringen wordt nu een fractie minder lang stilgestaan door middel van scherpere contouren in de frasering en doorgaans wat snellere tempi. Ook de dictie is daaraan aangepast. Het is daardoor fractioneel wat minder nadrukkelijk geworden en daardoor meer vloeiend, maar let wel: het zijn dus geen grote verschillen. Wie de eerste (eveneens uitstekende) opname bezit hoeft dus wat mij betreft niet met gezwinde spoed deze nieuwe cd te bemachtigen. Wie het fascinerend vindt om vertolkingen in detail met elkaar te vergelijken weet wat hem te doen staat. De slotconclusie kan zonder mankeren hieruit worden afgeleid: beide versies verdienen een ereplaats in de Winterreise-discografie. Wie de voorkeur geeft aan de tenorversie zal deze uitgave ongetwijfeld links laten liggen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links