CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2017

 

Schubert: Pianosonate in A, D 959 - in Bes, D 960

Krystian Zimerman (piano)

DG 479 7588 5 • 82' •

(In het boekje dat mij digitaal werd toegestuurd miste ik de opnamegegevens)

Internationale release op 8 september a.s.

 

De Poolse pianist Krystian Zimerman heeft er lang en diep over nagedacht. Dat blijkt althans uit zijn visie op Schuberts laatste twee sonates. Een visie die niet alleen voortvloeit uit de pianistiek en de techniek, maar ook en vooral uit de melodische en harmonische structuur tot in het kleinste detail, gestalte gegeven met zo ontstellend veel raffinement dat het in één woord adembenemend is. Ik heb – zowel met als zonder partituur erbij – zelden zoveel details gehoord. Zimermans vertolking is niet alleen een fraai maar bovenal overtuigend voorbeeld van muzikaal conceptueel denken. Melodie, harmonie, tempo, articulatie, dynamiek, het is allemaal zo facetrijk dat het lijkt alsof iedere bouwsteen van deze monumenten tot het uiterste is scherpgeslepen. En dat ook nog eens op een moderne vleugel waarvan de baskant doorgaans minder details prijsgeeft dan de fortepiano uit Schuberts tijd.

Die extreme helderheid schept ook iets dat door sommigen mogelijk wordt ervaren als distantie. Dat het karakter van dit spel juist door zijn frisheid en transparantie de expressieve warmte van deze muziek enigszins in de weg staat. Dat die warmte, die gloed alleen vanuit een geheel ander perspectief kan ontstaan en groeien. Wat tot in de finesse is afgewogen kan tevens een gevoel van gekunsteldheid oproepen, alsof het net niet allemaal ‘echt' is (puur- en echtheid zijn dan in dit geval twee verschillende dingen). Maar het is niet zo.
De contrastwerking ontstaat uiteraard vanuit de thematiek zelf, zoals bijvoorbeeld het contrast tussen eerste en tweede thema, maar het is toch de pregnante behandeling ervan, zoals in de articulatie, de frasering of juist door een subtiel aangebracht rubato (of accelerando), waardoor in dit discours het beeld optimaal wordt opgelicht. Het is alleen maar een aanvullend bewijs van Zimermans diepgaande analyse van deze twee sonates. Het is tegelijkertijd een opvatting die buitenmuzikale gedachten in hoge mate uitsluit. Het gaat hier om muziek sui generis. Het is spel dat is ontdaan van niet-muzikale franje, een spel ook waarin Schubert zich openbaart als een modernist die niets gemeen heeft met de componist als naïeve beidermeier. Zimerman en Schubert raken elkaar, maar op een bijzondere manier en misschien wel zonder dat je het zo zou verwachten. Dat levert een nieuwe dimensie op die mij zeer aanspreekt. Dit spel kan ook niet goed worden geklasseerd. Niet zoiets als ‘tussen Lupu en Richter'. Het is Zimerman, punt uit. Het is tot op het bot uitgekristalliseerd individualisme dat afrekent met vooroordelen, vooringenomenheid en vooral: eigen zekerheden. Wat iets geheel anders is dan ‘clean' en koel.
De opname past naadloos bij de opvatting van Zimerman, met een uiterst doortekende baskant, een discant zo helder als glas en een net zo volmaakt transparant middengebied. De slotconclusie kan even helder zijn: een subliem recital.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links