CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2016

 

Franz Schubert - Complete String Quartets

Schubert: Strijkkwartet in C, D 32 - in Bes, D 36 - in C, D 46 - in g, D 18 - in C, D 46 - in Bes, D 68 - in D, D 74 - in Es, D 87 - in D, D 94 - in Bes, D 112 - in g, D 173 - in E, D 353 - in c, D 703 - in a, D 804 (Rosamunde) - in d, D 810 (Der Tod und das Mädchen) - in G, D 887 - 5 Menuetten en Duitse Dansen D 89 - Menuet in D, D 86 - Ouverture in c, D 8a - in Bes, D 470 (voltooid door Christian Starke) - Andante in C, D 3 (voltooid door Christian Starke) - fragment van Strijkkwartet in c, D 103 (voltooid door Christian Starke)

Diogenes Quartet (Stefan Kirpal en Gundula Kirpal, viool; Julia Barthel, altviool; Stephan Ristau, cello)

Brilliant Classics 94468 (7 cd's)

Opname: 2012-2015, Himmelfahrtskirche, München-Sending

   

Vorige maand had ik een paar avonden uitgetrokken om naar verschillende uitvoeringen van een aantal van Schuberts strijkkwartetten te luisteren. En niet door de minste ensembles: het Belcea, Takács, Quartetto Italiano, Amadeus, Melos, Artemis, het op authentieke instrumenten spelende Quatuor Mosaïques en niet te vergeten het Kodály Quartet, met last but not least het Artemis. Dat ik al jarenlang steeds weer bij het Italiaans Kwartet blijf 'hangen' kan ik niet zo goed verklaren. Op de een of andere manier heeft dit kwartet 'iets' dat mij steeds opnieuw doet zwichten. Het is in ieder geval niet de opnameklank, want hoewel nog uitstekend, dateren de opnamen al uit het midden van de jaren zestig en zeventig. Wel onder auspiciën van een opnameleider die ook als dirigent van wanten wist: Vittorio Negri. Misschien komt het door mijn eerste kennismaking, als jonge dertiger,met Schuberts late kwartetten door dit fameuze ensemble, waarvan vooral de langzame delen mij toen ten diepste troffen en dat nog steeds doen. Waarmee ik al die andere grootse ensembles niets tekort wil doen.

Onlangs kwam een doos uit met alle strijkkwartetten van Schubert door het Diogenes Quartet. En met alle bedoel ik ook alle, waarbij een aantal overgeleverde fragmenten en onvoltooid gebleven stukken werden voltooid door Christian Starke (tevens de opnameleider van deze set). Daar kun je het mee eens of niet, maar ik vind het een interessante bijkomstigheid. Wat ook niet is vergeten zijn de Ouvertures in c, D 8a en Bes, D 470, het Andante in C, D 3, het Menuet in D, D 86, de Duitse dansen met hun bijbehorende menuetten. Al bij eerste beluistering vielen mij de schellen van de oren. Weergaloos, overtuigend, inkervend!
Wat deze uitgave zo deksels aanbevelenswaardig maakt zijn het hart en de ziel die het Diogenes in deze vertolkingen heeft gelegd. Het lééft, voortdurend, als een weldadig dichterlijke stroom, tot in de haarvaten geëngageerd, met een expressiviteit om driewerf u tegen te zeggen. Dat is een aspect. Het andere is de techniek waarmee dit alles wordt gerealiseerd: vlekkeloos, de balans om door een ringetje te halen, het imposante vakmanschap dat van deze uitvoeringen afstráált en zoals die tot uitdrukking komt in de frasering, de dynamische opbouw en de structureel aangelegde spanningsbogen. Het is samengevat van een alles doordringende schoonheid die iets onverbiddelijks heeft, alsof het zo moet, niet anders kan (wat natuurlijk niet waar is, niet waar kán zijn). Dat geldt dus ook voor de gekozen tempi die zonder uitzondering perfect aansluiten bij dit overrompelend vormgegeven concept. Van Schuberts verre van wankele maar toch nog bescheiden schreden op het pad van het strijkkwartet naar de zwartgeblakerde wanhoop van het 'Der Tod und das Mädchen' of het van een onuitsprekelijk heimwee getuigend'Rosamunde' verloopt het discours in de meest fijnzinnige schakeringen, gedrenkt in vooruitblikkende symfonische dimensies (D 887) of nog slechts aarzelend smalbandig (D 18). Bovendien, hoe dicht staat het lied met zijn talloze stemmingsbeelden, die oneindige facetten van één diamant, niet bij deze kwartetten zoals hier gespeeld door het Diogenes! Van de gedifferentieerd dramatische lezing van D 703 tot een betoverende kijk op D 87, het is er allemaal. Het is de ultieme beheersing van dit metier dat alle grenzen openzet voor een net zo ultiem luistergenot. En omdat deze kwartetten door de bank genomen goed zijn opgenomen (al klinken de in 2012 gemaakte opnamen een fractie minder pregnant dan die van later datum en is het middenlaag in de gehele serie wat minder goed doortekend) is dit alles samengevat wat mij betreft een van de beste alternatieven binnen het toch al rijke discografische repertoire, zeker in deze prijsklasse. Eerst los verstrooid, nu verzameld in een doos. Ga ervoor want het Diogenes Quartet kan zonder mankeren aanschuiven bij de topensembles op dit gebied; en compleet is in dit geval echt compleet.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links