CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2012

 

 

Schubert: Strijkkwartet nr. 13 in a, D 804 (Rosamunde) - nr. 14 in d, D 810 (Der Tod und das Mädchen) - nr. 15 in G, D 887

Artemis Quartet

Virgin Classics 602512 2 0 • 79' + 52' • (2 cd's)

Opname: mei-juli 2009, Siemensvilla, Berlijn

 


Het valt nauwelijks te geloven dat het in 1989 opgerichte Artemis Quartet erin is geslaagd een diep ingrijpende crisis überhaupt als ensemble te overleven. Oorspronkelijk opgezet door vier studenten aan het conservatorium van Lübeck (Natalia Prischepenko, eerste viool; Heime Müller, tweede viool; Volker Jacobsen, altviool; Eckart Runge, cello), ging het in 2007 plotsklaps mis en verkeerde het ensemble van het ene op het andere moment in een zware bestaanscrisis.
De ellende begon met het plotselinge vertrek van Volker Jacobsen, wegens familieomstandigheden. Vervolgens viel Heime Müller uit: hij kampte met dystonie, een stoornis die aanhoudende spiercontracties tot gevolg heeft en tot invaliditeit kan leiden. Er bleven toen slechts twee opties over: opdoeken of op zo kort mogelijke termijn audities organiseren in de hoop de beide opengevallen plaatsen weer te kunnen bezetten. Dat lijkt misschien gemakkelijker dan het is. Natuurlijk is er in het domein van de klassieke muziek - en zeker op wereldschaal - voldoende talent te vinden, maar ten eerste moeten mogelijke kandidaten beschikbaar zijn en ten tweede moeten ze in het team passen.
Uit de audities en de daaropvolgende gesprekken kwamen uiteindelijk twee serieuze finalisten bovendrijven: de violist Friedemann Weigle en de altist Gregor Sigl (die overigens ook uitmuntend viool speelt). Het lukte om ze te engageren. Het Artemis Quartet was weer terug, zij het dat vrijwel iedereen ervan uitging dat deze ingrijpende personeelwisseling gevolgen moest hebben voor het karakteristieke spel- en klankkarakter van het ensemble: het verschil tussen 'oud' en 'nieuw' moest eigenlijk wel aanzienlijk zijn. Het pakte evenwel anders uit: als er al verschillen waren, dan bleken die zo marginaal dat niet of nauwelijks betekenis konden hebben. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de door het kwartet gemaakte opnamen, eerst op het Ars Musici label (kwartetten van Mozart, Brahms, Verdi, Webern en Zemlinsky, naast de Lyrische suite van Berg), en later
- in de nieuwe samenstelling - op het Virgin Classics label (Beethoven, elders op deze site besproken, en nu Schubert): Dat zegt ook wel iets over de voorbereidingen van de leden van het kwartet, alvorens zich weer als Artemis Quartet te manifesteren, in zowel technisch als interpretatief opzicht. Het kwam eerder in de geschiedenis voor, waarbij de 'wisseling van de wacht' goed verliep (denkt u maar aan het Beaux Arts Trio in verschillende samenstelling), maar er zijn ook ensembles geweest die roemloos ten onder gingen omdat het uiteindelijk toch niet klikte, er wrijvingen ontstonden die de verdere voortgang in de weg stonden. Want let wel: de leden van een duo, een trio of een kwartet zijn niet alleen op het podium en tijdens repetities met elkaar verbonden, maar ook onderweg, als een soort familie. Het kan bijna niet anders dan dat het soms tot spanningen leidt, die dan op een goede manier moeten wegvloeien. Als dat lukt levert dat bovendien meerwaarde voor de toekomstige verhoudingen op; lukt het niet, dan is het afgelopen.
Kort geleden, en dat is dan écht het laatste nieuws, heeft nu ook Natalia Prischepenko afscheid genomen van het Artemis. Net als eerder Volker Jacobsen nam zij het ferme besluit om meer tijd over te houden voor haar familieleven en voor het opzetten van haar eigen muzikale projecten. Alleen cellist Eckart Runge is nu nog 'origineel'. Hoe het zónder Prischepenko als primarius klinkt weet ik (nog) niet, maar volgens insiders is er alle reden om de moed er goed in te houden: het Artemis lijkt in de violiste Vineta Sareika een meer dan uitstekende opvolger te hebben gevonden.

Het Artemis Quartet in New York: v.l.n.r. Gregor Sigl (tweede viool), Natalia Prischepenko (eerste viool), Eckart Runge (cello) en Friedemann Weigle (altviool)
(Foto: Julieta Cervantes voor de New York Times)

Terug nu naar Schuberts drie laatste strijkkwartetten, waarin de magie in de vertolkingen van het Artemis tot in alle uithoeken bijna voelbaar wordt. Het instrumentale coloriet dat het ensemble hier demonstreert weerspiegelt onmiskenbaar topniveau, maar niet minder exemplarisch zijn de energie (D 887, Allegro molto moderato, in een grote spanningsboog), de lyriek (D 804, Andante con moto) en de onderhuidse broeierigheid (D 804, Allegro ma non troppo) die het ensemble uit deze partituren laat opstijgen, soms bijna op het wanhopige af, zoals in het variatiedeel van D 810. Het grensverleggende karakter van Schuberts laatste kwartet, met een speelduur van maar liefst ruim vijftig minuten, wordt door het Artemis met volle overtuiging en grote expressieve diepte duidelijk onderstreept, zij het net even anders dan door bijvoorbeeld het - eveneens uitzonderlijke - Belcea Quartet (op zusterlabel EMI). Dat brengt me dan tevens op de stevige concurrentie in dit metier, met onder meer het Quartetto Italiano (Philips), Henschel (Arte Nova), Lindsay (ASV), Hagen en Emerson (DG), Alban Berg (EMI) en (het op authentieke instrumenten spelende) Quatuor Mosaïques (Auvidis Astrée). Dan schijnt er nog een schitterende uitvoering te zijn door het Mandelring op het Audite-label, maar die is mij - helaas! - ontgaan.

Zoals gezegd, het Artemis heeft zich met deze Schubert-vertolkingen in de hoogste regionen genesteld. De Berlijnse opname doet dit vlekkeloze spel bovendien volkomen recht. Een belangwekkende aanwinst in dit nog steeds uitdijende repertoire!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links