CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2019

 

Wolfgang Rihm improvisiert an der Orgel

Rihm: Improvisation IV - Präludium und Fuge nr. 2 - Improvisation II - O Du mein Volk, was tat ich Dir - Improvisation V - Improvisation III - Variationen über ein Barock-Thema - Improvisation VI - Toccata über
B-A-C-H

Wolfgang Rihm (Scherpf-Orgel, Pfarrkirche St. Peter und Paul, Karlsruhe-Durlach
Opname: ca. 1970 (mono)
Cybele SACD H061805 • 71' •

* * *

Wolfgang Rihm und die Orgel

Rihm: Präludium (1966) - Choralvorspiel Herzliebster Jesu, was hast Du verbrochen? (1967) - Fantasie nr. 1 in e (1966) - Pietà (1969) - Toccata (1966) - Herr, send herab uns deinen Sohn (1966) - Fantasie (1967) - Aria variata I (1968) - 3 Fantasien (1967) - 2 Orgel-Skizzen (1967) - Sinfoniae I (1967) - Präludium (Fantasie) (1966) - Clamatio für Orgel und Beiklänge (1971-72) - Parusie op. 5 (1970) - Choral (1966) - Kleines Präludium in cis (1966) - Orgelstück I. Medidation (1966) - Sonett für die Passionszeit (1966) - Choralvorspiel Erschienen ist der herrliche Tag (1971) - Fantasie (1968) - 5 Betrachtungen über die Pietà - Bann, Nachtschwärmerei (1980) - Fantasie in f (1967) - Liturgisches Fragment. Variationen (1969) - Contemplatio per organo (1967) - Siebengestalt (voor orgel en tam-tam) (1974) - Fantasie (1967) - Kyrie und Gloria (1967) - Intonation: O, Jesu, all mein Leben... (1966) - 3 Orgelstücke (1969) - Toccata, Fuge in c & Postludium

Martin Schmeding (Klais-Orgel, Pfarrkirche St. Stephan, Karlsruhe), in 'Beiklänge' m.m.v. Andrea Krejci (viool), Akari Yamada (trombone), Carlotta Schmeding (cello), Stefan Rapp (slagwerk), Amalie en Marie Schmeding (blokfluit), Stephanus-Consort Karlsruhe o.l.v. Patrick Fritz-Benzing
Opname: februari en november 2018, Pfarrkirche St. Stephan, Karlsruhe

Wolfgang Rihm improvisiert an der Orgel

Rihm: Improvisation I - Fantasie über ein Thema aus Liszts Faust-Sinfonie - Toccata über B-A-C-H - Vision nach Ezechiel - Toccata
Wolfgang Rihm (Scherpf-Orgel, Pfarrkirche St. Peter und Paul, Karlsruhe-Durlach
Opname: ca. 1970 (mono)

+ Mirjam Wiesemann in gesprek met Wolfgang Rihm en Martin Schmeding (2018)

Cybele KiG 012 • 5.07' • (4 sacd's)

www.cybele.de

 

 

 

 

 


Kunt u het zich voorstellen, Wolfgang Rihm (1952, Karlsruhe) aan het orgel? Zelf moest ik even met de ogen knipperen (de oren kwamen later) toen ik het las. Het verhaal gaat echter dat hij al in zijn jeugdjaren in zijn geboortestad graag het orgel bespeelde. Meerdere orgels zelfs, vaak 's avonds, als de kerk er verlaten bij lag en de huisorganist zo vriendelijk was om de sleutels bij hem achter te laten, en dan menigmaal tot diep in de nacht zich aan deze ‘koning der instrumenten' lavend. En mogelijk speelde hij toen op zo ongeveer dezelfde manier als wat zijn latere componeren zozeer zou uitstralen: zich volledig geven, er tot de laatste druppel zweet voor gaan, daarbij grenzen overschrijdend, met de emoties brandend op een hoog vuur. Improviseren op het orgel, maar ook componeren voor het orgel, het lijkt op schrifturen ‘aus einem Guss', in één machtige worp.

Fascinerend
Twee albums, in totaal vijf sacd's, gewijd aan de complete orgelmuziek van Wolfgang Rihm, aangevuld met vraaggesprekken met Rihm en de organist Martin Schmeding). Is dat uitsluitend ‘gefundenes Fressen' voor de diehards? Er zullen voor menigeen in ieder geval wel twee hindernissen te nemen zijn: het instrument (ik ken veel muziekliefhebbers die ‘niets hebben' met het orgel) en de muziek zelf, die - het klinkt als een eufemisme - verre conventioneel is. Waar nog bijkomt dat zelfs voor die diehards dit vastgelegde repertoire grotendeels volkomen onbekend zal zijn. Tweederde van de orgelmuziek op het album ‘Wolfgang Rihm und die Orgel' en de orgelimprovisaties op het vierde album werd nog nooit commercieel verdoekt. Het belooft dus al bij voorbaat een fascinerende orgel- maar ook tijdreis te worden!

Veelzijdig
Rihm staat niet alleen bekend om de hoge kwaliteit van zijn composities, maar ook om het ontzagwekkende oeuvre. De telling is nog niet gestopt bij 500 en dan ook nog in de meest uiteenlopende genres. Een componist ook die over een geweldig kennisplatform beschikt dat zich uitstrekt van de filosofie, de beeldende kunst en de literatuur tot de muziek. Dat laatste lijkt voor een componist nogal voor de hand te liggen, maar dat hoeft het niet te zijn: ik ken toondichters, maar ook uitvoerende musici die in technisch opzicht veel weten van hun vakgebied, maar waaraan de zo rijke westerse muziekgeschiedenis merendeels voorbij is gegaan. Zo weten ze precies hoe Beethovens Vijfde in elkaar steekt, maar van het Heiligenstädter Testament hebben ze nooit gehoord. Dit is geen sneer, maar een feit.

Mijlpalen
Rihm heeft als componist grote daden verricht waarvan een substantieel aantal het zelfs tot ware mijlpalen in de geschiedenis van de moderne en eigentijdse muziek heeft gebracht. En anders dan in Nederland worden Rihm en meerdere collega's in hun vaderland op handen gedragen. De man ook die niet doelbewust de belangstelling voor zijn werk naar zich toe wil trekken, maar die in de belangstelling staat door de kwaliteit en daarmee het belang van dat werk.

Universum
De muziek van Rihm is een universum op zich dat blijft uitdijen. Dat brengt me op de opmerking dat zijn zo bijzondere taal veel meer inhoudt dan het beperkte aantal en zich steeds weer herhalende aspecten die steevast in recensies en concertprogramma's worden genoemd. Zoals dat ook een van zijn grote voorgangers, Arnold Schönberg – al is het dan postuum – nog steeds overkomt door altijd maar weer alleen met de dodecafonie te wordt geassocieerd.

Wolfgang Rihm

Neo-expressionist
Misschien heeft die nogal eenzijdige benadering te maken met het feit dat Rihms muziek op zich niet uniek is (vanuit het perspectief van ‘nooit eerder vertoond') maar wel uitgesproken divers. Het zegt op de keper beschouwd niet zoveel dat elementen ervan ook zijn terug te vinden bij andere componisten (en omgekeerd!) Zo staat hij ook te boek: als een neo-expressionist die zich graag ziet als een vernieuwer in de traditie van de Tweede Weense School. Dat maakt hem – zoals sommige critici nog steeds menen – nog geen vertegenwoordiger van de Duitse (of Oostenrijkse) Laatromantiek. Steeds weer duikt die onjuist geponeerde associatie op van Rihms componeren en zijn voorliefde voor de muziek van Beethoven, Schubert en Schumann, een liefde overigens die hij deelt met zijn Zwitserse en niet minder progressief schrijvende collega Heinz Holliger.

Bijzondere ordening
De spanningen die Rihm in zijn muziek oproept zijn die van de interactie tussen samenhang en chaos en de expressieve maar ook instrumentale lagen die hij daarin aanbrengt. Zou het verband kunnen houden met zijn grote belangstelling voor de beeldende kunst? Het zou zomaar kunnen.

Wat niet wil zeggen dat ordening bij Rihm een toevalstreffer zou zijn. Bij hem is de motiefherhaling juist een van de functionele dragers voor het zo onmisbare structurele houvast. Zoals ook het scheppen van horizontale en verticale klankmodellen tot zijn bijzondere ordening horen die daardoor deel uitmaakt van de algehele werkstructuur. Twee essentialia, omdat Rihm zelf de dynamiek in veel van zijn stukken zo fijnzinnig (anderen zouden kunnen zeggen: zo overdreven) onder- maar ook herverdeelt dat alleen al daardoor aan de structuur zeer hoge eisen moeten worden gesteld. Eisen die Rihm in een wonderlijke combinatie van intuïtie en kennis zonder meer weet in te willigen,zo niet uit te buiten, al kan het beeld de indruk maken van losbandigheid. Zij het een losbandigheid die rust op een door intensieve studie verkregen discipline. À propos: chaos lijkt bij Rihm eerder geconditioneerd te zijn, een toestand die zich enigszins laat vergelijken met de door Haydn gecreëerde, in een volmaakte vorm gegoten en daardoor gesublimeerde chaos aan het begin van zijn Die Schöpfung.

Collage
Maar er is nog een wezenlijk element in Rihms muziek waarvoor Gustav Mahler in zijn Negende symfonie voor het eerst het pad heeft geëffend: de collagetechniek. Niet dat Rihm die slaafs navolgt, integendeel. Anders dan bij Mahler maakt de collage bij Rihm geen deel uit van rigide of anderszins vastgelegde vormprincipes, maar neemt zij intuïtieve en daardoor niet goed in te schatten gedaanten aan; met ook hier weer de (mogelijke) relatie tussen muziek en beeldende kunst. Het is bovendien intuïtie van het goede soort omdat zij de grenzen tussen de conventie en het onverwachte doet vervagen. Rihm voelt zich als componist niet vastgeklonken aan het een of andere systeem (hoe goed dat op zich ook kan zijn), maar hij voelt zich juist vrij. Geen discours de la methode, waardoor de componist meerdere stappen voor blijft op de luisteraar.

Bergop, bergaf
Het klinkt al door in zijn orgelwerken (het tijdpad loopt van 1966 tot 1980), waarvan hij het laatste, Bann, Nachtschwärmerei in februari 1980 componeerde (hij werd in de maand daarna 28), afgezien van een revisie in 2012 van de Toccata, Fuge c-Moll und Postludium uit 1972. Het is weliswaar geen Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt, maar het gaat emotioneel-evocatief vaak wel bergop, met een wat langer verblijf op de top omdat de beklimmer onderweg ademloos is geraakt maar ook nog even van het wonderschone uitzicht wil genieten, om pas daarna aan de afdaling te beginnen. Ook deze (feitelijke vroege) orgelmuziek geeft al Rihms sterk ontwikkelde intuïtie prijs. Muziek ook die daardoor haaks lijkt te staan op Hanslicks Tönend bewegte Formen en liever grossiert in het vrije, pompeuze en dreunende.

Improvisatie
Dat binnen deze kaders de improvisatie in Rihms jonge jaren een belangrijk ankerpunt moet zijn geweest spreekt welhaast voor zich. Zelf schreef hij hierover: ‘Gerne hatte ich Visionen, etwa als Wiedergeburt Regers oder als Fortsetzung der französischen Orgelsymphonik, und was man sonst alles sein muss. So war das Spiel Ernst. Die Orgel war auch mein Orchester, das man mir damals noch nicht geben wollte, was ja normal ist… Orgel hatte immer etwas Lustvolles für mich, etwas tränenfroh Wildes'.

Iedereen begrijpt wat met ‘improvisatie' wordt bedoeld, maar om het nog even scherp te slijpen: een voordracht die plaatsvindt precies op het moment dat deze wordt bedacht. Er is nog een ander mooi woord voor: extemporisatie. Waarbij soms sprake kan zijn van gerede twijfel: is dat wel een improvisatie die wij horen? Of toch van tevoren bedacht of zelfs tot in detail uitgewerkt? We kunnen immers niet in het hoofd van de improvisator kijken, al zal zeker niemand twijfelen aan deze zo aparte kunst zoals die werd beoefend door giganten als Bach en Bruckner. Zoals ik ook niet twijfel aan het ‘pure' karakter van Rihms orgelimprovisaties (uit allerlei kleine details blijkt dat ze echt als zodanig mogen worden beschouwd).

Rihms orgelimprovisaties uit ca. 1970 (enige daarvan kondigt hij zelf aan) op het Wolfgang Scherpf orgel, in de Pfarrkirche St. Peter und Paul in zijn woonplaats Karlsruhe (wijk Durlach) werden mono vastgelegd op 19 cm/s band en onlangs door Cybele overgezet naar DSD. Ik ken de oorspronkelijke band niet, maar ik ga er voetstoots vanuit dat dit de klankkwaliteit alleen maar ten goede is gekomen. Dat het geen stereo-opname is vormt daarbij geen enkel beletsel.

Martin Schmeding

‘Wolfgang Rihm und die Orgel'
Dit album bevat in totaal vier sacd's die Rihms complete orgelwerken ‘mit Beiklänge' (waarover straks meer) omvatten, met in de hoofdrol de organist Martin Schmeding, naast vijf door Rihm zelf gespeelde improvisaties (die met uitzondering van de Toccata über B-A-C-H op de separaat uitgebrachte improvisatie-sacd ontbreken) en uitvoerige vraaggesprekken uit 2018 van Mirjam Wiesemann (samen met haar echtgenoot Ingo Schmidt-Lucas medeoprichter van het Duitse muzieklabel Cybele) met zowel Rihm als de organist Martin Schmeding. Een door het Duitse label Cybele al eerder met succes beproefd concept (u vindt daarvan voorbeelden op onze site als u de op de zoekfunctie op de thuispagina klikt en in het zoekvak ‘Wiesemann' intypt).

‘Beiklänge'
Martin Schmeding (1975) behoort tot de absolute top in het Duitse orgellandschap en heeft in zowel de barok- als de romantische, moderne en eigentijdse muziek zijn sporen ruimschoots verdiend. Ik tref hem vrijwel jaarlijks bij het Bachfest in Leipzig, waar hij in de Thomaskerk de orgelwerken uit de Barok op werkelijk schitterende wijze tot klinken brengt. Wat ik echter niet wist is dat hij aan het hoofd staat van een uitermate muzikale familie, wat blijkt uit de namen van een deel van de in het boekje opgesomde vertolkers: Carlotta (cello) en Amalie en Marie (blokfluit). Wat men dan tevens op die ‘Beiklänge' brengt, want uit kunt uit het hierboven weergegeven colofon al opmaken dat er meer in het spel is dan uitsluitend het orgel. Dat maakt deze uitgave nog interessanter dan deze van nature al is. Maar er is meer, zoals het begeleidende, tot in de puntjes verzorgde boekwerk dat als een waar sieraad mag gelden, mede dankzij de vele aansprekendefoto's, de uitstekend geschreven toelichting en de zeer lezenswaardige samenvatting van Rihms verschillende ‘Lebensstationen'. Zoals altijd bij Cybele is bovendien optimaal aandacht geschonken aan de opnamekwaliteit. Het is zelfs mogelijk om gebruik te maken van de geboden optie ‘Kunstkopf', ofwel ‘3-D-Binaural-Stereo'. In surround, maar ook in stereo is de magnifieke klank van het Wolfgang Scherpf Orgel (1965) niet alleen subliem, maar ook duidelijk voelbaar! Tenminste, als u daarvoor geschikte luidsprekers bezit (tot -3dB bij 30Hz).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links