CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2019

 

London - Circa 1700 - Purcell & his generation - Vol. I

Purcell: Sonate nr. 3 in d, Z 792 - nr. 6 in g, Z 807

Finger: Ground in d - Suite in d - Sonate nr. 2 in D

Blow: Ground in g

(D.) Purcell: Sonate nr. 3 in d - nr. 6 in f

Croft: Sonate in F

La Rêveuse
Mirare MIR 368 • 70' •
Opname: oktober 2017, 'Église protestante allemande, Parijs

   

Dat de ‘klassieke' muziek kan bogen op een ongekend langer rijke geschiedenis en onverbrekelijk deel uitmaakt van de westerse cultuurcanon weten we natuurlijk allemaal. Zij is hecht verbonden met de overige kunstvormen, vanaf de vroege Middeleeuwen, de Renaissance, de Klassiek, de Romantiek en de Laatromantiek tot vervolgens de twintigste eeuw, om pas te eindigen – en dan alleen nog maar voorlopig – bij de eigentijdse, of deftiger gezegd, de contemporaine muziek. Oude muziek en Nieuwe muziek, ze beslaan samen meer dan zeshonderd jaar. Niet dat we ons er voortdurend van bewust zijn, maar soms is er een bijzondere aanleiding, zoals dit nieuwe album van het Franse Mirare: ‘London – Circa 1700 – Purcell & his generation'. Een titel die eigenlijk alles zegt. Dit is volgens de cover het eerste deel, dus er volgt ongetwijfeld meer. In de schijnwerpers: intieme kamermuziek van zeven componisten die rond 1700 in Londen woonden en werkten. Daaronder ook een Italiaanse naam: Giovanni Battista Draghi (1640-1708). Hij werd geboren in Rimini en stierf in Londen. Hij was een van de vele musici die koning Charles II rond 1660 naar Londen haalde om diens wensdroom: de vestiging van een echt Italiaans operagezelschap, te realiseren. Het werd niks, maar Draghi bleef in Londen hangen. De overige componisten van dit eerbiedwaardige gezelschap zijn wel van Engelse snit: Henry Purcell (1659-1695), Godfrey Finger (ca. 1655-1730), John Blow (1649-1708), William Croft (1678-1727) en Daniel Purcell (1664-1717, een broer of neef van Henry).

Een uit zeven musici bestaand Frans gezelschap heeft zich over hun intieme kamermuziek gebogen: La Rêveuse. De naamgeving doet misschien vermoeden dat het er nogal dromerig aan toe gaat, maar ik kan u geruststellen: als daarvan al sprake is, dan beperkt dat zich gelukkig tot de langzame delen in deze zeven sonates, een suite en tweemaal een ‘Ground' (Engelse barokke dansvorm). Want zo bescheiden als de bezetting is (twee violen, vier alt- en tenorblokfluiten, viola da gamba, theorbe, klavecimbel en orgel (de laatste twee worden, evenals de verschillende blokfluiten, afwisselend bespeeld), zo uitbundig wordt er gemusiceerd. De instrumenten zijn niet authentiek, maar replica's, wat uiteraard niets afdoet aan het historiserende karakter van deze uitvoeringen. Het Franse esprit spat er vanaf, waarmee we mijlenver verwijderd zijn van het soms calvinistische gedreutel dat voor ‘authentiek' wordt versleten. Prachtig opgenomen ook. Kortom een aanwinst, dit veelbelovende eerste deel van ‘une histoire de la musique de chambre londondienne'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links