CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2017

 

Reicha Rediscovered

Reicha: Harmonie (Fantaisies sur l'harmonie précédente - nr. 20 uit 'Practische Beispiele') - Grande Sonate in C - Capriccio (nr. 7 uit 'Practische Beispiele') - Sonate op een thema van Mozart in F - Fantaisie sur un seul accord (nr. 4 uit 'Practische Beispiele') - Étude in e, op. 97 nr. 1 (uit 'Études dans le genre fugué pour le piano-forte [...] á l'usage des jeunes compositeurs)

Ivan Ilic (piano)
Chandos CHAN 10950 • 67' •
Opname: maart 2017, Studio Ansermet, Genève

www.ivancdg.com/index.php?lang=en

 

 
 
Anton Reicha (1770-1836)

Is Reicha een interessante componist? Althans interessant genoeg om zijn complete pianomuziek op te nemen? Het antwoord is in dit geval aan de Amerikaans-Servische, in Parijs wonende pianist Ivan Ilic (1978) te hebben gezet.

Wie was Reicha? Hij zag in 1770 in Praag het levenslicht en overleed in Parijs in 1836. Echt oud is hij dus niet geworden, hoewel in de negentiende eeuw een dergelijke leeftijd zeker respectabel mocht worden genoemd (hij overleefde Beethoven bijna negen jaar). We kennen Reicha ook onder een andere naam, meer typisch Tsjechisch of zo u wilt Boheems: Antonín Rejcha (in Parijs werd het Antoine). Hij was niet alleen een uitstekend instrumentalist (fluit, viool en piano), maar ook een hoog gewaardeerde docent en componist. Zijn bekendheid dankt hij vooral aan de vele blaaskwintetten en strijkkwintetten (waaraan een blaasinstrument is toegevoegd). Hij schreef met groot vakmanschap in een door de bank genomen direct aansprekende stijl, waarin een prettige verteltrant het duidelijk wint van diepgang. Want dat was niet Reicha's fort: veel expressieve lagen aanboren.
Zijn pedagogische kwaliteiten werden geroemd: hij wist als geen ander de klassieke vormstructuur op zijn vele leerlingen over te brengen, maar werd ook niet moe om hen de fijne kneepjes van de fuga bij te brengen. De diverse ‘leerstukken' op deze cd vormen er het bewijs van, al zijn ze gelukkig meer dan alleen maar oefeningen (in dit opzicht zet hij componisten als Czerny en Diabelli gemakkelijk in de schaduw).
Vermeldenswaard is ook zijn lange vriendschap met Beethoven. Reicha kwam al op jeugdige leeftijd naar Bonn, waar hij door zijn oom was aangesteld als musicus in het plaatselijke hoforkest. Daar sloot Reicha vriendschap met de net zo jonge Beethoven (ze deelden hetzelfde geboortejaar). Hij bleef er echter slechts kort. Al in 1794 verhuisde Reicha naar Hamburg, waar hij de kost verdiende met pianolessen, harmonie en contrapunt. Vijf jaar later was het Parijs dat zijn aandacht trok en waar zijn orkestwerken al snel in goede aarde vielen. Drie jaar later vestigde hij zich – evenals Beethoven - in Wenen, waar een groot aantal pianowerken uit zijn pen vloeide. Met uitzondering van de Étude op. 97 nr. 1 (gecomponeerd tussen 1815 en 17) stammen de hier gespeelde pianowerken uit de periode 1803-1805. Het was ook in Wenen dat hij de vriendschap met Haydn ontwikkelde en die met Beethoven verstevigde. Reicha schepte graag op over zijn relatie met Beethoven: ‘we vormden een koppel zoals Orestes en Pylades' placht hij te zeggen. Maar anders dan Beethoven vertrok Reicha al in 1808 naar Parijs, want hij wilde zijn naam graag verbinden aan de belangrijkste operatheaters in de hoofdstad. Hij sjeesde echter als operacomponist, maar hij slaagde er wel in om ook daar een grote schare leerlingen om zich heen te verzamelen. Dit culmineerde in zijn aanstelling als hoofdleraar fuga en contrapunt aan het Parijse conservatorium. Ook als muziektheoreticus genoot Reicha aanzien: het waren onder meer Hector Berlioz, César Franck en Franz Liszt die zijn theoretische geschriften verslonden en later praktische navolging zouden geven. En we weten wat daaruit uiteindelijk is gegroeid.
Natuurlijk is er een groot verschil tussen grote muziektheoretische kennis en inventiviteit. Kennis kan worden verworven, creativiteit moet er gewoon zijn. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor Reicha. Bruckner haalde als volleerd meester in compositie zijn contrapuntopgaven bij Simon Sechter in Wenen. Het was de leerling die zijn leraar in creatief opzicht volledig overtrof. Sterker nog, vergeleken met Bruckner was Sechter niet meer dan een muzikale schim. Toch liet hij zich door Sechter ‘prüfen'.

Reicha, de componist van onder andere vijftien opera's, drie symfonieën, een groot aantal kamermuziekwerken in de meest uiteenlopende bezettingen en tal van pianostukken. Ze zijn merendeels in vergetelheid geraakt. Daaraan heeft zelfs het positieve oordeel van Berlioz over Reicha's muziek niets kunnen veranderen: ‘Il existe plus de cent oeuvres gravées de la composition de Reicha sans compter un grand nombre d'autres, encore manuscrites, et parmi lesquelles plusieurs sont pour l'art de la plus haute importance', schreef Berlioz op 3 juli 1836 in het ‘Journal de Débats'. Het gaat daarbij vooral om dat laatste: ‘van het grootste belang'. Zo werd er toen tegenaan gekeken, en niet door de eerste de beste. Alleen al daarom is het enigszins wrang dat deze Chandos-cd uitsluitend ‘premiere recordings' bevat: deze stukken zijn nog niet eerder opgenomen. Zelfs in (stok)oude discografische overzichten komen ze niet voor.

De vergelijking met zijn grote tijdgenoot Ludwig van Beethoven hoeft Anton Reicha niet te doorstaan. Dat zou trouwens neerkomen op een zinloze exercitie, want Beethoven is nu eenmaal Beethoven. Zeker, er zijn idiomatische overeenkomsten tussen beide componisten, zij het minder pregnant dan bij bijvoorbeeld Ferdinand Ries het geval is. Of bij Czerny, zelfs Cherubini (voor wie Beethoven grote waardering had). Met evenveel recht kan worden gezegd dat het niet uitzonderlijk is dat tijdgenoten elkaar op de een of andere manier beïnvloeden. Of dat sprake is van een zekere mate van ‘concurrentie'. Puur op zichzelf beoordeeld tonen deze pianostukken van Reicha niet alleen zijn vakmanschap en spreken zij niet alleen onmiddellijk aan, maar is daarin ook sprake van een diepere expressieve gelaagdheid en zeker in vergelijking met zijn overige (mij bekende) werken. Dat geldt in de eerste plaats voor de ‘Grande Sonate' uit waarschijnlijk 1805 en de Sonate op een thema van Mozart (het priesterkoor uit Die Zauberflöte), die mogelijk in hetzelfde jaar is ontstaan. De overige drie werken zijn vooral goed geconcipieerde leerstukken, afkomstig uit de serie ‘Practische Beispiele' uit 1803. De afsluitende Étude op. 97 nr. 1 (1815-1817) lijkt te zijn bedoeld voor Reicha's studenten die zich nog moeten bekwamen in het schrijven van fuga's, speciaal voor de piano. ‘Voor gebruik door jeugdige componisten' staat er uitdrukkelijk bij.

Van Ivan Ilic besprak ik al eerder opnamen: Godowky's Chopin-Études voor de linkerhand (klik hier) en werken van Skrjabin, Cage, Feldman en Wollschleger, onder de titel ‘The Transcendentalist' (klik hier). Ilic toonde toen al zijn uitzonderlijke muzikale maar ook technische talenten (ik beweer niet dat hij een voorkeur heeft voor hondsmoeilijke stukken, maar ze maken wel een belangrijk deel uit van zijn repertoire). Die openbaren zich in niet mindere mate in deze ‘Reicha Rediscovered', wat in feite en onder zijn handen neerkomt op een fabuleuze ‘herontdekking' van al lang en breed vergeten repertoire. Ilic toont hierbij een bewonderenswaardig gevoel voor de ontwikkeling van de melodische en harmonische lijnen. Het discours is bij hem zowel intellectueel als expressief, een combinatie die minder voor de hand ligt dan je op het eerst gezicht misschien zou denken (hij deelt die eigenschap met bijvoorbeeld de dirigent Pierre Boulez). Er zijn prachtige kleuren binnen een niet minder rijk aangekleed algeheel perspectief. Een perfectionist ook die iedere noot zijn exacte waarde geeft, maar daarbij ook de suggestie van pure improvisatie weet te wekken en waarin motieven en thema's zowel individueel als in samenhang met meesterhand worden belicht. En dus hebben we te maken met een meesterpianist die Reicha's muziek indrukwekkend in beeld brengt en bovendien de vier typische 'leerstukken' nog beduidend meer artistieke waarde weet mee te geven. Nog een apart compliment aan het adres van opnametechnicus Renaud Miller-Lacombe die voor een bijna levensechte piano-opname heeft gezorgd. Alsof het instrument zomaar in de kamer staat. Veelbelovender kan dit eerste deel echt niet zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links