CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2019

 

Reflections - Arseny Tarasevich-Nikolaev

Rachmaninov: Moments Musicaux op. 16

Medtner: Vergeten melodieën (Boek I) op.38

Skrjabin: Deux poèmes op. 32

Prokofjev: Visions fugitives op. 22

Tsjaikovski/Rachmaninov: Wiegenlied op. 16 nr. 1

Nikolajeva: 24 Concert-Études op. 13 nr. 18 en 15

Rachmaninov: Polka de V.R.

Arseny Tarasevich-Nikolaev (piano)
Decca 4833922 • 82' •
Opname: juli 2017, Potton Hall, Dunwich, Suffolk (VK)

   

Ik had nog niet eerder van hem gehoord: de Russische pianist Arseny Tarasevich-Nikolaev (Moskou, 1993). Ik weet niet of wijlen Karel van het Reve, de belangrijkste slavist die ons land heeft voortgebracht, het met mij eens zou zijn, maar uitgaande van de Russische spelling zou de naam van deze jonge Rus er althans naar het Nederlands getranscribeerd, er iets anders uit moeten zien: Arseni Tarasevitsj Nikolajev. Maar belangrijker: van wie zou hij zijn grote muzikale talent hebben geërfd? Misschien wel het meest van zijn grootmoeder, de pianiste en componiste Tatjana Nikolajeva, die tijdens haar zéér werkzame leven maar liefst ruim vijftig opnamen maakte van pianowerken van onder meer de grote klassieken, maar ook van Dmitri Sjostakovitsj (inmiddels ook 'klassiek'). Deze was zo onder de indruk van haar spel dat hij, nadat hij Tatjana's uitvoering van Bachs WTK had gehoord, hij haar als de ideale vertolkster beschouwde van zijn (24) préludes en fuga's op. 86, een werk dat hij aan haar opdroeg en waarvan zij op 23 december 1952 in Leningrad de eerste uitvoering gaf. Een werk ook dat zij in haar hart had gesloten en daarna nog talloze malen heeft uitgevoerd (en uiteraard ook opgenomen, driemaal zelfs). Zij deelde het lot van haar levenseinde met dat van een andere grote pianiste: de Roemeense Clara Haskil, die eveneens Tatjana aan een hersenbloeding bezweek. Haskil viel tijdens de aanval op de trappen van het Centraal Station in Brussel, Tatjana werd getroffen tijdens een concert in San Francisco. Ze werd 69 en Arseni was toen nog maar net negen maanden jong. Hij heeft haar dus niet echt gekend, maar ongetwijfeld wel naar haar opnamen geluisterd en niet zonder ontzag aan zijn oma hebben teruggedacht. Op deze cd vinden we ook een eerbetoon aan haar, in de rol van componiste: twee deeltjes uit de 24 Concert-Études op. 13.

Dit is Arseni's debuut-cd op het Decca label. Hoe dat precies zit weet ik niet, maar het had misschien net zo goed Deutsche Grammophon kunnen zijn, want Universal bestiert beide labels. Ach, wat maakt het uit onder welke paraplu of hoed een nieuwe opname verschijnt. Waar het de muziekliefhebber om gaat is het artistieke resultaat is en dat is in dit geval van de hoogst denkbare orde. Arseni is een buitengewoon muzikaal talent en het moet toch wel raar lopen als hij niet tot de absolute wereldtop zal weten door te dringen (voor zover dat al niet het geval is). Ik weet het, dat is niet alleen een kwestie van muzikaal charisma en techniek maar ook van allerlei andere hoofd- en bijzaken, maar het grote talent is onmiskenbaar en dat is alvast een goed begin.

Wat mij in het bijzonder voor deze pianist inneemt is zijn bijna intuïtieve gevoel voor sfeertekening. Hier is een musicus aan het woord die bij wijze van spreken iedere noot een fenomenaal vormgegeven expressie meegeeft en daarbij zoveel verbeelding etaleert dat het eindresultaat – hoe moet ik het anders zeggen? –niets anders dan adembenemend is. Niets klinkt bestudeerd of gekunsteld, maar spontaan en met groot technisch gemak .Muziek ook die onder zijn handen door merg en been kan gaan zonder ook maar een moment naar het sentimentele over te hellen, met als wel zeer welsprekend voorbeeld Rachmaninovs Moments Musicaux.

In de meest simpele bewoordingen: Arseni Tarasevitsj Nikolajev is een pianist naar mijn hart, in de klasse van – om slechts één pianist te noemen – Daniil Trifonov. Het duurt misschien niet eens zo lang of Arseni kan zijn opwachting maken in de serie Meesterpianisten van Marco Riaskoff in het Amsterdamse Concertgebouw.

Het ‘feest' op deze cd is daarmee nog niet ten einde, want de opname laat ons een door Graham Cooke volmaakt gestemde Steinway D horen waarvan de klank dankzij Ben Connellan met een natuurlijke sonoriteit uit de luidsprekers komt. Een schitterend album, van begin tot eind, zonder enig voorbehoud. Wel hoogst merkwaardig - en dat geldt zeker voor een debuutalbum - is het ontbreken van enigerlei informatie omtrent de artiest. Decca moet daar toch ruim de tijd voor hebben gehad: de opname dateert reeds van de zomer van 2017 en werd pas in november van het vorig jaar uitgebracht.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links