CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2021

Remembering Russia

Prokofjev: Romeo en Julia (sel.) (bew. Vadim Borisovsky)

Rachmaninov: Cellosonate in g, op. 19 (bew. Vadim Borisovsky)

Stravinsky: Suite Italienne (1925) (bew. Jesus Rodolfo)

Jesus Rodolfo (altviool), Min Young Kang (piano)
Pentatone PTC 5186 287 • 84' •
Opname: aug. 2020, NV Recording Studio, New Jersey (VS)

   

‘Remembering Russia', de titel van deze nieuwe uitgave, wordt in het boekje niet nader toegelicht, maar de verklaring ligt voor de hand. Het betreft immers drie componisten die hun vaderland vaarwel zeiden om hun geluk elders te beproeven, zoal ze niet door politieke of maatschappelijke omstandigheden daartoe min of meer werden gedwongen. Maar in hun muziek is de verbondenheid met dat vaderland vast verankerd gebleven.

De ‘oogst': drie (over)bekende werken in drie bewerkingen, waarvan die van Prokofjevs delen uit diens ballet Romeo en Julia en Stravinsky's neoklassieke Suite Italienne (beter bekend als Pulcinella) het meest ingrijpend zijn. Rachmaninovs Cellosonate blijft in deze transcriptie uiteraard het dichtst bij het origineel: de altviool die de plaats van de cello heeft ingenomen.

Wat we ook zien is het groeiend aantal cd's dat zijn oorsprong vindt in de coronapandemie. Zo wordt het althans in de meeste toelichtingen door de artiest(en) zelf gepresenteerd, vaak nog aangevuld door bespiegelingen over het heden en de (mogelijke) toekomst van het virus in onze samenleving. Het is zelden een positief verhaal dat daaruit oprijst, al legt menigeen de klemtoon op niet alleen het toenemende belang van muziek in moeilijke tijden, maar ook dat zij voor ons aardse wezens daardoor van nog meer belang is (waar op de drempel van de Tweede Wereldoorlog Winston Churchill overigens al op wees).

Menige cd mag dan zijn wortels hebben in de van overheidswege (of door het gezonde verstand) opgelegde beperkingen, dat wil uiteraard nog niet zeggen dat het daardoor per se een ‘succesnummer' is. Dat er menigmaal kwalitatief wel zo het een en ander op valt af te dingen en zo'n cd dan zonder al teveel gewetenswroeging terzijde mag worden gelegd. Geen wet van Meden en Perzen dus, want artistieke kwaliteit laat zich door welke pandemie ook nu eenmaal niet afdwingen.

Een feit is ook dat achter de schermen van een opname een financieel gat schuilgaat dat primair door de kunstenaar(s) in kwestie eerst dient te worden opgevuld. Hetzij uit eigen middelen, hetzij met behulp van crowdfunding of een of meerdere mecenassen. De musicus die dus geld moet meebrengen. De aldus ontstane aderlating kan uiteraard worden ingelopen door meer cd's te verkopen, wat het 'gevaar' met zich meebrengt dat direct aansprekende muziek aldus de voorkeur verdient. Doorgaans worden over dit wordingsproces geen mededelingen gedaan, al worden de gulle schenkers meestal wel in het boekje opgesomd. In ieder geval geldt hoe bekender, des te ruimhartiger financieel support (in de eerste plaats door het label zelf).

Jesus Rodolfo schrijft in de introductie over de betekenis van dit album voor hem: dat het is ontstaan vanuit liefde (en de kunst die door liefde kan ontstaan), maar zich vervolgens heeft ontwikkeld naar de noodzaak om toch vooral vol te houden, hoop te koesteren en vastberadenheid te tonen, drie elementen die zozeer verbonden zijn met de pandemie en in het perspectief van onzekerheid, ziekte of zelfs dood. Om te besluiten met ‘I have moved forward with making this album, creating the sound world that I originally planned.'

En wát voor een ‘sound world' is dit! De verbeelding spreekt uit welhaast iedere maat, omgeven door een vlekkeloze techniek en een diepgaand inzicht in deze ook interpretatief verre van gemakkelijke partituren. Rodolfo toont zich een meester, voelt zich volkomen thuis in deze uiterst kleurrijke mengeling van verschillende stijlen die hij net zo fraai is uitgelicht als aan het quasi improviserende karakter ervan. Er valt een weelde aan nuances te registreren, de meer duistere aspecten krijgen evenveel aandacht als de sensuele, terwijl binnen de ruime kaders van de vele stemmingswisselingen het muzikale temperament voortdurend hoog gespannen blijft. In dit opzicht heeft Rodolfo in Min Young Kang de ideale ‘begeleider' (wat heet…) getroffen. Laat ik er dan gelijk aan toevoegen dat Rodolfo zich op dit album tevens ontpopt als een inventieve arrangeur (van Stravinsky's Suite Italienne).

Wat de opname betreft valt het op dat ik de laatste tijd steeds meer Pentatone-albums in handen krijg die zich tot ‘gewoon' stereo beperken. Dit in tegenstelling tot 'surround'. Geen idee waarom (de problematiek rond de pandemie of - wel of niet daarmee samenhangend - een beperkt technisch arsenaal op de opnamelocatie wellicht?). Laat ik u echter gelijk verzekeren dat de registratie geen wens onvervuld laat!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links