CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2017

 

The Romantic Piano Concerto (72)

Potter: Pianoconcert nr. 2 in d (1832) - nr. 4 in E (1835) - Variazioni di bravura op een thema van Rossini (voor piano en orkest) (1829)

Howard Shelley (piano), Tasmanian Symphony Orchestra o.l.v. de solist

Hyperion CDA68151 • 74' •

Opname: mei 2016, Federation Concert Hall, Hobart (Tasmanië)

 

Howard Shelley (Londen, 1950) moest er wel heel ver voor reizen om deze drie pianoconcerten (de Rossini-variaties vormen in feite een verkapt pianoconcert) op te nemen: helemaal ‘down-under', in Tasmanië. U denkt misschien of all places. Maar daar zetelt wel een uitstekend orkest: het Tasmanian Symphony Orchestra. Het resultaat mag gehoord worden, in deze alsmaar uitdijende serie ‘The Romantic Piano Concerto' (waarvan het merendeel uit pianoconcerten van vrijwel tot geheel onbekende componisten bestaat). Waarom stop Shelley zoveel tijd en moeite in dit zo omvangrijke project? Voor het gros van de in deze serie opgenomen composities moet immers worden gezegd dat ze zich hoogstens in de periferie van het ‘grote werk' bevinden en dat het maar de vraag is of het ten onrechte is dat ze al een paar eeuwen een slapend bestaan leiden. Tot voor kort dan. Wat natuurlijk niet a priori wil zeggen dat het bijna allemaal ondermaatse stukken zouden zijn. Dat is trouwens wel erg kort door de bocht. Bovendien, het is niet altijd gemakkelijk te definiëren waarom dit of dat stuk, die of die componist geheel of gedeeltelijk uit het beeld is verdwenen. Zoals het ook vaak lastig te verklaren is waarom in hun tijd beroemde componisten door toedoen van vadertje tijd het onderspit moesten delven terwijl hun toen (veel) minder beroemde collega's nu juist hoog op de ranglijst prijken. Voorbeelden te over, aan beide zijden van dat denkbeeldige mer à boire.

Van Cipriani Potter (want over diens muziek heeft Shelley zich in 2016 ontfermd) kan worden gezegd dat hij een stadgenoot van Shelley was, zij het natuurlijk in een ander tijdperk. Hij werd geboren in Londen op 3 oktober 1792 (dat is bijna een jaar na de dood van Mozart) en stierf er op 26 september 1871, na een zéér werkzaam leven. Hij was een echte Londenaar met een Italiaanse voornaam die naar Italiaanse voorouders verwijst.

Potter mag dan nu (vrijwel) zijn vergeten, het was toch niemand minder dan Ludwig van Beethoven die zich prijzend uitliet over Potters composities en na ze serieus te hebben bekeken hem daarover zelfs goede adviezen gaf. Potters persoonlijke kennismaking met de Grote Meester heeft er niet toe geleid dat hij in Wenen lessen bij hem nam. Potter ging wel in de leer bij Emanuel Aloys Förster, na Albrechtsberger de grootste autoriteit op het gebied van het contrapunt. Later, eenmaal terug in Engeland, stak Potter zijn bewondering voor Beethoven niet onder stoelen of banken, getuige zijn ‘Recollections of Beethoven' in de ‘Musical World' van 1839.

De drie bewaard gebleven, tussen 1832 en 1835 gecomponeerde maar pas onlangs gepubliceerde pianoconcerten bevinden zich in de Londense ‘Library' (om precies te zijn in de archieven van de ‘Philharmonic Society'). De op deze cd vastgelegde nummers 2 en 4 tonen, evenals de ‘Variazioni di bravura', een weliswaar duidelijk geïnspireerd glanzend raderwerk (de daarvoor vereiste pianistische gaven zijn zeker niet mals), maar het is geen muziek met echt pakkende thema's en dito doorwerking. Ook in structureel opzicht valt er wel iets aan deze concerten af te dingen: sterk geprofileerde verbindingen ontbreken en nieuwe ideeën leiden eerder tot een nieuw discours dan dat ze van grote invloed zijn op de uitwerking van het bestaande. Dat maakt het geheel er ook vormtechnisch niet sterker op, zij het dat de slotdelen in conceptueel opzicht door toepassing van relatief bondige stijlfiguren en een meer strakke vormgeving het best geslaagd zijn. Dat in het slotstuk, de ‘Variazioni di bravura' op een thema van Rossini, de structuur zich nogal losbandig ontwikkelt en sprake is van veel virtuoos vlagvertoon is weliswaar niet verrassend (de titel zegt het al: het is een typisch bravourestuk), maar Potter toont zich in dit werk wel een variatiekunstenaar van portee.
Muziek dus met plussen maar ook minnen, wat allemaal niet wegneemt dat zij over de gehele linie toch iets heeft dat zich niet goed onder woorden laat brengen, maar wel degelijk een positief effect op de luisteraar heeft; althans op mij. Er gebeurt heus genoeg dat de moeite van het beluisteren waard maakt. Dat een hoge graad aan inventiviteit niet voortdurend wordt volgehouden betekent nog niet dat dit dan gelijk maar derderangsstukken zijn. En wat zeker voor deze concerten pleit is het voor ons nieuwe karakter ervan, want slechts weinigen zullen van het bestaan ervan op de hoogte zijn, laat staan ze ooit hebben gehoord. Dat Howard Shelley en het orkest er duidelijk het allerbeste van hebben gemaakt is aan geen spoortje twijfel onderhevig. Alleen de basweergave had wat mij betreft best een paar streepjes minder gekund.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links