CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2017

 

Mozart: Pianokwartet nr. 1 in g, KV 478 - nr. 2 in Es, KV 493

Kuijken Quartet (Veronica Kuijken, fortepiano; Sigiswald Kuijken, viool; Sara Kuijken, altviool), Michel Boulanger (cello)
Challenge Classics CC72758 • 67' •
Opname: september 2016, Paterskerk, Tielt (B)

   

De beide pianokwartetten van Mozart zijn – en ik zeg dat zonder een spoortje overdrijving – in feite verkapte pianoconcerten. Zeker, de thematiek is anders. Een voorbeeld: het begin van het Pianoconcert in d, KV 466 is niet voorstelbaar in de vorm van een pianokwartet (wat overigens van meer pianoconcerten kan worden gezegd: ik noem slechts KV 491 en 503), maar toch zijn er onmiskenbare raakvlakken tussen beide aan te wijzen. Dat hoeft musicologisch niet eens te worden uitgelegd: het wordt vrijwel direct hoorbaar, voor zowel de kenner als de liefhebber. Het is Mozarts genie en niets anders dat het fenomeen pianokwartet zoveel glans en luister heeft meegegeven. Het was in de tijd dat er grote belangstelling bestond voor de kamermuziek en dat muziekuitgevers daarin wilden voorzien. Zo ook de Weense componist en muziekuitgever Frans Anton Hoffmeister, die zich tot Mozart wendde met het verzoek er maar liefst drie te componeren – en wel zo snel mogelijk. Het zegt ook iets over Mozarts genie dat hij zich daarbij weinig gelegen liet liggen aan wat amateurs in speltechnisch opzicht aankonden. De complexe receptuur van het (eerste) Pianokwartet in g-klein en zeker die van de rijpe Mozart (we schrijven 1785, al was Mozart toen pas 29: hij zou nog slechts zes jaar leven) was voor hen duidelijk te hoog gegrepen. Geen wonder dus dat het werk geen succes oogstte. Het pakte zelfs uit als een regelrechte teleurstelling voor Hoffmeister; en niet voor hem alleen. Dat Mozart zich nog geen jaar later alsnog aan een tweede pianokwartet (ditmaal in het heldere Es-groot) zette mag zeker verbazing wekken als we bedenken dat dit werk niet minder complex was dan het eerste. Ook in dit geval mag gelden dat Mozarts genie zijn eigen weg zocht en zich niet liet beïnvloeden door wat de goegemeente ‘aankon'. En dat Mozart bovendien per se voor deze muziekvorm wilde schrijven. Daarmee hebben we twee volwassen pianoconcerten in miniatuurformaat (alleen wat de bezetting, niet de uitwerking betreft!) als een soort godsgeschenk gekregen. En, het mag misschien geen verbazing wekken, evenals zijn pianoconcerten uitsluitend driedelig.

De ‘Kuijkens' worden in deze beide pianokwartetten bijgestaan door de cellist Michel Boulanger, maar dat het desalniettemin een echte ‘familieaangelegenheid' is geworden, moge duidelijk zijn. Een hechte familie trouwens, met voldoende muzikale en technische capaciteiten om deze beide werken in het fraaist denkbare daglicht te zetten. Wat overigens niet minder geldt voor de cellist. Dat Mozarts tijd in Veronica Kuijkens fortepiano wordt weerspiegeld, verhoogt de waarde van deze cd: echte ‘concurrentie' is er op dit vlak (nog niet?) te duchten. Het betreft een door Claude Kelecom in 1978 gebouwde kopie naar een origineel van Andreas Stein (1728-1792), de bouwer die bij Mozart in zeer hoog aanzien stond. Dat het vibrato bovendien spaarzaam is gehouden en het expressieve karakter eveneens wordt geplaatst binnen deze historiserende context is logisch. Hoe groot de verschillen wat dit betreft kunnen zijn blijkt wel uit bijvoorbeeld KV 478 door de combinatie Brendel/Zehetmair/Zimmermann/Duven (Philips). Het blijft uiteindelijk toch die open vraag: uit wiens handen ontvangen we uiteindelijk Mozarts geest?

Veronica schreef een korte, maar niettemin zeer lezenswaardige toelichting, waarin zij de essentie van deze muziek uitstekend uit de doeken doet. De man die het allemaal in pure klank uit uw speakers laat komen, Bert van der Wolf, legt gedegen uit hoe deze prachtige opname kon ontstaan.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links