CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2017

 

Mozart: Vioolconcert nr. 5 in a, KV 219 - Adagio in E, KV 261 - Vioolsonate nr. 32 in Bes, KV 454

Noa Wildschut (viool), Yoram Ish-Hurwitz (piano), Nederlands Kamerorkest o.l.v. Gordan Nikolic
Warner Classics 01902958284231 • 68' •
+ bonus dvd met The making of... en interviews met Noa Wildschut en Gordan Nikolic • 11' •
Opname: november 2016, NedPhO-Koepel, Amsterdam

   

Noa Wildschut maakt deel uit van een muzikantenfamilie en alleen al dat gegeven zal zeker een stempel hebben gedrukt op haar weg naar een glanzende carrière. Jong geleerd is immers oud gedaan? Het is een adagium dat zeker in de muziek vaak opgeld doet, hoewel dat alleen geen garantie biedt voor later succes. Bovendien, wie heel veel talent heeft kan alsnog sneuvelen. Voorbeelden genoeg, oorzaken niet minder.

Noa is pas zestien, maar schijn bedriegt. Misschien herinnert u zich haar spectaculaire tv-optreden als negenjarige, samen met haar toen grote voorbeeld Janine Jansen, in duetten van Dmitri Sjostakovitsj. En op haar elfde wijdde de NTR zelf een documentaire aan haar. Nu is er, ter gelegenheid van haar eerste cd, opnieuw een documentaire. En afgelopen zondag was zij weer eens te gast bij Podium Witteman. Kortom, Noa staat volop in de belangstelling en alle tekenen wijzen erop dat dit zo zal blijven. Want Noa is allesbehalve dat spreekwoordelijke eendagsvliegje in het vaak zo hardvochtige muziekcircuit.

Natuurlijk zijn haar beide ouders (vader Arjan is altviolist bij het Radio Filharmonisch Orkest en moeder Liora Ish-Hurwitz violiste en viooldocente) trots op haar. Zij het wel met de beide benen op de grond, nuchter als zij zijn. Haar optredens volgend is het met Noa niet anders. Gek eigenlijk, dat ‘down to earth' (of in onze termen: “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”), terwijl muziek nu juist iets is om door in vervoering te raken, het gevoel te hebben op te mogen stijgen. Maar elke musicus weet dat je er keihard voor moet werken en de controle op het geheel nooit uit het oog en oor moet verliezen.

Bernard Haitink sprak lang geleden een waar woord: “Als je mij beter wilt leren kennen moet je naar mij komen luisteren.” Het is een effectieve manier om een interview te ontwijken en in de kern is het nog waar ook. Wat betreft Noa Wildschut kan het ook naar iets anders worden vertaald: niet de mediaruis rond haar debuut-cd telt, maar zoals zij musiceert. Dat laatste is immers waar het om behoort te gaan. En een hype is slechts een kort leven beschoren, terwijl die glanzende loopbaan dag in, dag uit veel inspanning maar ook offers vraagt.

Is Noa de ‘tweede Janine Jansen'? In de media schijnt dat als een bijzondere kwalificatie te worden opgevat, maar laten toch vooral hopen dat het niet zo is: dat zij haar ‘eigen stem' heeft, houdt en nog verder mag ontwikkelen. Wat zij met niemand verder hoeft te delen is haar eigen fabelachtige intuïtie die haar spel voortdurend doet oplichten. Dan valt leeftijd gewoon weg, doet het er niet meer toe of je nu wel of niet piepjong bent, bij welke coryfeeën je hebt mogen studeren of zelfs her en der als ‘wonderkind' wordt beschouwd (ook zo'n zinloze kreet die inhoudelijk niets zegt en bovendien een beperkte houdbaarheidsdatum kent).
Noa heeft jarenlang dagelijks zeer intensief gestudeerd. Niet omdat zij dat moest, maar omdat zij dat wilde. Dat is het essentiële verschil tussen enige aanleg en werkelijk talent. Wie zich helemaal wil geven aan zijn of haar instrument zonder dat er een stok achter de deur staat (laat de Chinezen het maar niet horen…) heeft dat en dat betaalt zich uiteindelijk meestal ook uit. Als men dan ook in mentaal opzicht sterk in het leven staat en tegen een stootje kan, wacht mogelijk een glanzende solocarrière of anders wel een belangrijke plaats in een orkest of als gewaardeerd docent aan muziekschool of conservatorium. Het mooie van muziek is dat met ellebogenwerk het nooit kan worden gewonnen: alleen talent en werkkracht tellen uiteindelijk, aangevuld met een forse dosis doorzettingsvermogen.

We hoeven het spel van Noa dus niet prompt te gaan vergelijken met dat van Jansen, maar ook niet dat van Hahn, Frang of wie dan ook. Laten we haar toch vooral ‘beoordelen' op haar visie op deze Mozart en dan valt daar werkelijk niets maar dan ook niets op af te dingen. De violistiek is vlekkeloos, het inzicht subliem, de verbeelding is er, de ideeën in hun volle rijkdom en met gulle hand gepresenteerd.
Dat haar debuut-cd geheel aan Mozart is gewijd ligt feitelijk in de natuur der dingen. Je moet als veelbelovende soliste toch ergens beginnen en dan liggen Bartók, Busoni, Korngold, Schönberg of Berg toch iets minder voor de hand. Natuurlijk doen Noa en haar oom in de Vioolsonate KV 454 Arthur Grumiaux en Clara Haskil niet vergeten, maar veel doet het er niet toe: de sprankeling is er, de gelaagde expressie is er en bovenal: de integriteit van een vertolking die de componist op de eerste plaats zet is er. Dan is er in KV 219 en KV 261 het onvolprezen Nederlands Kamerorkest dat onder leiding van Gordon Nikolic (zelf een violist van formaat). Hij weet precies hoe deze muziek moet klinken en dat is lastiger dan op het eerste gezicht lijkt. Het roept de integrale cyclus in herinnering, alweer jaren geleden (was het in 2011?), toen met Julia Fischer en hetzelfde orkest, maar onde leiding van de inmiddels overleden Yakov Kreizberg (hier besproken). En wie nam toen in de Sinfonia concertante KV 364 de altvioolpartij voor zijn rekening? Precies, Gordan Nikolic!

Zo te horen lijkt mij NedPhO-Koepel in Amsterdam een zeker voor deze muziek ideale opnameruimte, al zal Bert van der Wolf van Northstar Recording er het zijne aan hebben bijgedragen dat het zo fraai uit de speakers komt. Kortom, een zéér geslaagd cd-debuut van Noa Wildschut!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links