CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2010

 

 

The mystery of Sign. Mouthon -
10 Concerti à 5

Mouthon: Concerto à 5 nr. 1 in Bes - nr. 2 in F - nr. 3 in D - nr. 4 in G - nr. 5 in C - nr. 6 in a - nr. 7 in d - nr. 8 in A - nr. 9 in b - nr. 10 in e.

Ars Antiqua Austria o.l.v. Gunar Letzbor.

Challenge Classics CC72336 • 60' •

Live-opnamen, 23-26 april 2009, kasteel Ivanka pri Dunaji, Slowakije

www.challenge.nl


Het ensemble Ars Antiqua Austria, dat in de voltallige bezetting bestaat uit Gunnar Letzbor en Frits Krisler (viool), Markus Miesenberger (altviool), Pablo de Pedro (tenorviola), Jan Krigovsky (violone), Norbert Zeilberger (orgel) en Hubert Hoffmann (luit), blijft ver weg van de al betreden paden en probeert zowel nog onontdekte schatten uit het Oostenrijkse barokrepertoire boven water te halen (klik hier voor mijn recensie over de Weense luitconcerten van Wenzel Ludwig Edler von Radolt) als veronachtzaamde stukken een nieuw podiumleven in te blazen.

In het toenmalige keizerrijk waren vele culturen met elkaar verbonden en was er sprake van een grote verscheidenheid aan muzikale ideeën, melodieën, dansen, ritmes, klankkleuren, speltechnieken en composities die alle deel uitmaakten van het gewone dagelijkse leven. Zoals Gunar Letzbor in het goed gedocumenteerde cd-boekje uiteenzet was er in die tijd weliswaar geen sprake van echte vernieuwingsdrang maar stond men wel degelijk open voor nieuwe ontwikkelingen in de toonkunst die dan op hun betekenis werden getoetst. Nieuwigheden uit vrijwel alle windstreken liet men dus niet links liggen maar anderzijds was van modieuze eendagsvliegen evenmin sprake. Maar de muziek kon ook het slachtoffer worden van politieke spanningen. Zo werd de Franse muziek weinig gespeeld als gevolg van de stevige politieke spanningen tussen het keizerlijke hof in Wenen en de Franse koningen. Toch kwamen Franse balletdansers met hun typisch Franse dansvormen naar Wenen om daar - zij het met enige vertraging - met open armen te worden ontvangen. Op muzikaal terrein was Georg Muffat een van de eerst Franse componisten die in de hoofse salons in de Oostenrijkse hoofdstad voet aan de grond kreeg. Zij het dat hij met dansmuziek zijn opwachting maakte, zoals blijkt uit de twee verzamelingen »Florilegium primum« en »Florilegium secundum«.

Wat de Oostenrijkse barokmuziek uit die tijd ook duidelijk maakt is enerzijds de gemoedelijkheid en anderzijds de nogal zwaarmoedige instelling van de bevolking in en rond de Alpen aan de andere kant. Het overwegend katholieke geloof droeg bij aan een gevoelswereld die dichter bij de emotie in de muziek dan bij die in de literatuur lag. Er is in de barokperiode in Oostenrijk veel gecomponeerd, maar anno nu is daarvan maar een beperkt deel tot het grote publiek doorgedrongen. Rond 1900, in het Weense fin-de-siècle, hielden musicologen zich intensief bezig met bronnenonderzoek en werden er pogingen gedaan om de Oostenrijkse barokmuziek nieuw leven in te blazen. En dat in een tijdvak dat bol stond van de vernieuwing op het gebied van met name de beeldende kunst, de muziek, de architectuur en de literatuur. Een belangrijke mijlpaal was de verschijning van de muziekkritische uitgave van de verzameling Rozenkrans-sonates van Biber. Het speurwerk ging gepaard met tekstkritische edities van een groot aantal barokwerken, een ontwikkeling die zich tot het begin van de Tweede Wereldoorlog voortzette. Daarna werd het stil rond de Oostenrijkse barokmuziek. Het enthousiasme van musicologen, musici en muziekliefhebbers leek getaand te zijn Alleen nog in de kringen van uitvoerende musici bleef de belangstelling bestaan, maar voor het grote publiek leek het een vrijwel gesloten boek te zijn geworden. Dat er na verloop van tijd weer pioniers opstonden die de Oostenrijkse barokmuziek zoveel mogelijk probeerden te promoten kon toch niet verhelen dat met de komst van de historiserende uitvoeringspraktijk de wereldwijde belangstelling voor de barokmuziek zich toch vrijwel uitsluitend richtte op Duitsland, Italië en Frankrijk. Zelfs Oostenrijkse musici zoals Nikolaus Harnoncourt hadden niet of nauwelijks belangstelling voor het vaderlandse barokdomein.

Toen Ars Antiqua Austria twee decennia geleden werden opgericht was er nauwelijks belangstelling voor de Oostenrijkse barokmuziek en de daarop gerichte uitvoeringspraktijk deplorabel. Het notenmateriaal in de muziekbibliotheken en archieven was er wel, maar er was nagenoeg geen musicoloog te vinden die het onderhanden wilde nemen. Dus gingen de gelijkgezinden van Ars Antiqua zelf maar aan de slag. In het archief van het klooster in Kremsmünster doken ze uit de verzameling met het opschrift »Scr.H. Fasc. 43 Nr. 128« vijf partijen op met de titel »Concerto à 5 Dell Sign: Mouthon«.

 
  Denis Gaultier

Charles Mouthon werd geboren in 1626 en stierf omstreeks 1699. Waar hij werd geboren en waar hij is gestorven is onbekend. Nar zijn leerperiode bij de Franse luitenist en componist Denis Gaultier, ook bekend als Gaultier le jeune en Gautier de Paris (ca. 1600-1672) ging Mouthon in Turijn aan de slag, waarna hij zich in 1678 definitief in Parijs vestigde en daar als luitenist en leraar in hoog aanzien stond. Tot voor kort waren er van zijn hand zijn slechts twee luittabulatuurboeken aangetroffen. Ze bevatten ieder negen suites die in totaal negenentwintig deeltjes beslaan. Dan worden er in verscheidene bibliotheken nog enige losse muziekstukken en bewerkingen bewaard. Des te opmerkelijker dus dat daar in Krems, in Opper-Oostenrijk die vondst werd gedaan. Bovendien worden in Oostenrijk slechts zeer zelden Franse ensemblestukken van vóór 1700 aangetroffen.

De op deze cd verzamelde tien concerten zijn in stijl en vorm sterk verwant aan de toen populaire Italiaanse ensemblestukken, al geldt dat minder voor de vijfstemmige bezetting (twee violen, twee altviolen en violone), die eerder in Frankrijk en Oostenrijk gebruikelijk was. In Italië was men in die tijd al volop in de weer met de lossere drie- en vierstemmigheid. Mogelijk heeft Mouthon zich (mede) laten inspireren door Muffat, die voor het hof in Salzburg een verzameling vijfstemmige stukken componeerde, waarin Franse en Italiaanse stijlelementen met elkaar werden verbonden. Het is zeer wel mogelijk dat Mouthon die verzameling, »Armonico Tributo«, heeft gekend. Toch zijn de stukken van Mouthon, vergeleken met die van Muffat, gedurfder, moderner, minder sjabloonachtig. Zowel in de figuraties als in de harmoniek wijzen ze eerder naar Händel dan naar Muffat. De meeste concerten zijn vijfdelig, afwisselend langzaam en snel. Alleen het Concert nr. 1 heeft vier en het Concert nr. 4 zeven delen.

Omdat we van Mouthon zo weinig weten kan niet worden uitgesloten dat de vondst in Kremsmünster betrekking heeft op een geheel ándere Mouthon, een componist die we zelfs helemaal niet kennen, waar we totaal niets van weten. Die slag houdt Letzbor zelf eveneens om de arm. Het lijkt onwaarschijnlijk, maar toch. Wat echter wel vaststaat is dat deze verzameling concerti à 5 een echte aanwinst voor het barokrepertoire betekenen; en te meer omdat de musici van Ars Antiqua Austria er zich met hun niet geringe muzikale gewicht achter hebben geplaatst en fonkelende vertolkingen afleveren. Ook de zeer sfeervolle live-opname mag er zijn. Een bijzondere uitgave van tien bijzondere concerten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links