CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2019

Morel: Gambasuites Boek I (1e. Livre de Pièces de Violle avec une Chaconne en Trio, 1709)

Fuoco E Cenere o.l.v. Jay Bernfeld
Paraty 129264 • 79' •
Opname: december 2018, Salle Colonne, Parijs

   

Van de Franse componist Jacques Morel weten we vrijwel niets. Zelfs zijn geboorte- en sterfdata vallen niet nauwkeurig te bepalen. In de toelichting wordt daarover dan ook driftig gespeculeerd. Zijn ‘1e. Livre de Pièces de Violle avec une Chaconne en Trio pour une Flûte traversière, une Violle, et la Basse Continué' werd gepubliceerd in Parijs in 1709. Met de toevoeging ‘Composées par Mr. Morel, Cy devant Page de la Musique du Roi'. Een ‘page' (dienaar) van de koning dus. Dan zijn er nog twee werken overgeleverd, respectievelijk gecomponeerd in 1706 en 1717 en is er het Te Deum (gegoten in de typische vorm van het Grand Motet) uit 1706, niet zoals gebruikelijk in de Latijnse, maar in de (vertaalde) Franse zetting. En omdat het niet waarschijnlijk lijkt dat hij dit werk vóór zijn twintigste schreef, wordt, de reeds genoemde werken daarbij tevens in ogenschouw genomen, zijn geboortejaar in de jaren tachtig van de zestiende eeuw gepositioneerd. Maar het blijft natuurlijk gissen.

Over zijn sterfjaar weten we evenmin iets. In de toelichting wordt als jaartal ‘ergens' na 1730 genoemd, maar dat is alleen gestoeld op het feit dat het op op 9 maart 1709 aan hem verleende koninklijk privilege van Versailles om zijn composities te laten graveren, verkopen en distribueren, rond die tijd werd verlengd. Merkwaardig: wel die eerste precieze datum, terwijl de rest in nevelen is gehuld.

Dat de ‘page' Morel in hofkringen moet hebben verkeerd blijkt ook uit het feit dat het Te Deum is opgedragen aan de markies Louis Marie d'Aumont, ‘Pair de France, Premier Gentilhomme de la Chambre du Roy, Gouverneur de Boulogne'. Deze edelman had invloed en behoorde tot de intieme kring van vertrouwelingen van de Zonnekoning. Het is niet duidelijk wat de achterliggende gedachte van Morel is geweest. Mogelijk wilde hij met deze hommage de markies als beschermheer voor zich winnen of anders met diens bemiddeling een permanente positie aan het hof verwerven. We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

Morels reeds genoemde en op dit album integraal vastgelegde ‘1e. Livre de Pièces de Violle' droeg hij op aan zijn tijdgenoot en leer- en grootmeester in dit genre, de Parijse componist Marin Marais (1656-1728), die maar liefst zo'n zeshonderd werken voor voor een tot drie gamba's en basso continuo schreef, met daarnaast dan nog een groot aantal triosonates, suites voor gamba, viool en klavecimbel, en bovendien een handvol tragédies en musique. Dat de gamba in het oeuvre van Marais een centrale plaats innam was zo vreemd niet: de honkvaste Marais (hij bleef tot zijn dood verbonden aan de hoven van respectievelijk Lodewijk XIV en XV) behoorde tot de beste gambisten van zijn tijd. Maar ook zijn composities zullen veel aftrek hebben gevonden, want die stralen buitengewone creativiteit en technisch vernuft uit.

Uit Morels dedicatie blijkt ook dat hij bij Marais heeft gestudeerd en gaandeweg door hem sterk werd aangemoedigd om zelf te gaan componeren. Marais, zelf op dit gebied niet voor een kleintje vervaard, moet Morels talent dus ongetwijfeld hebben onderkend. Zijn ‘1e . Livre de Pièces de Violle' bewijst dat overigens ook. Waar nog bijkomt dat de ‘violle' (in de oude spelling) of gamba aan het begin van de achttiende eeuw in Parijs en omgeving ook in amateurkringen een uitgesproken populair instrument was. Er werd in die tijd bijna hongerig naar nieuwe publicaties uitgekeken en componisten als Marais en Louis Caix d'Hervelois, maar ook Morel konden daarin dankzij de combinatie van inventie en vakmanschap gemakkelijk voorzien. Door een facultatieve begeleiding (op het klavecimbel) eraan toe te voegen werd het publieksbereik er nog verder door vergroot. Mogelijk heeft Marais Morel bij de publicatie van Boek I een handje geholpen, want het is dezelfde uitgever bij wie Marais diens tweede ‘Livre' in druk had laten verschijnen.

Curieus genoeg bevat Morels s Boek I niet alleen de gebruikelijke barokke dansvormen (allemande, courante, sarabande, gigue, enz.), maar ook verwijzingen naar de verschillende paleizen waar Lodewijk XIV regelmatig vertoefde: zo horen we in de derde suite de ‘Boutade de Saint Germain' (naar het gelijknamige kasteel waar de vorst werd geboren) en in de vierde suite het ‘Rondeau Dauphin' (waarin de zoon van Lodewijk al ronkend in het zonnetje wordt gezet). Het kan niet anders worden uitgelegd als een duidelijke hommage aan hen beiden.

Het eveneens in Parijs gevestigde, in 2002 opgerichte ensemble Fuoco E Cenere heeft deze stukken vastgelegd met twee gamba's, theorbe, blokfluit, violon en klavecimbel. De naam van het ensemble verwijst naar de uit de as herrezen feniks, in overdrachtelijke zin het opnieuw tot leven wekken van allang vergeten partituren. De beide oprichters, de gambist Jay Bernfeld en de blokfluitiste Patricia Lavail, zijn binnen dit collectief nog steeds volop actief. De intussen opgebouwde discografie bestrijkt de periode vanaf de Middeleeuwen tot het begin van de twintigste eeuw. De bezetting wisselt al naar gelang het repertoire, zowel instrumentaal als vocaal.

Voor zover ik heb kunnen nagaan bestaat er van het complete Boek I slechts één andere opname, door het ensemble La Spagna, op het Brilliant Classics label, toevallig of niet eveneens vrij kort geleden uitgebracht. Spotify biedt u in ieder geval de mogelijkheid om beide opnamen te beluisteren. Vaststaat dat Fuoco E Cenere voor een meer dan welkome aanvulling van dit bijzondere genre heeft gezorgd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links