CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2021

Thesauri Inventio 1 & 2

CD 1 - Martinelli Collectie
Goor: Sonata 7ma, Peter Stooter - Sonata 2da - Sonata 11ma - Sonata 13a
Anoniem: Allemande 1ma - Allemande 2da - Allemande 3tia - Allemande 5ta - Balletto

CD 2 - Kromeriz Collectie
Döbel: Sonata 2
Anoniem: 4 Sonates
Kertzinger?: Sonatina â Viola da Gamba aut Violino Solo
Schmelzer:
Sontata tertia (uit Sonatae Unarum Fidium, seu a violino solo)

Furor Musicus: Antoinette Lohmann (viool), Jörn Boysen (klavecimbel), María Sánchez (cello)
Cobra GLO 5279 • 75' + 60' • (2 cd's)
Opname: april 2020 & maart 2021, Koepelkerk, Renswoude

Beschikbaar vanaf 24 sept. a.s.

 

Over het spel van Antoinette Lohmann (Amsterdam, 1969) hebben we op onze site al menigmaal de loftrompet gestoken. Ze studeerde viool bij Jean Louis Stuurop en barokviool bij Lucy van Dael. Door de jaren heen is ze actief geweest op de meest uiteenlopende muzikale terreinen, van salon- tot barokmuziek en van het hedendaagse repertoire tot het muziektheater, van de Argentijnse tango tot de volksmuziek. Ze is bovendien volkomen vertrouwd met de historiserende uitvoeringspraktijk, zowel op de (barok)viool als de altviool (die weer andere eisen stelt). Daarnaast heeft zij zich intensief verdiept in aanmerkelijk minder gangbare instrumenten, waaronder de viola d'amore, de viola pomposa, de viola piccolo, de tenorviool en zelfs de klompviool. Haar repertoirekeuze mag voorts bijzonder worden genoemd, met een voorliefde voor (vrij) onbekende muziek en een voorkeur voor Nederlands repertoire. Antoinette is voorts als hoofdvakdocente verbonden aan de conservatoria van Utrecht en Amsterdam.

Maar daarmee houdt het nog niet op, getuige haar cd Der habile Violiste, geheel gewijd aan de muziek van Johann Fischer (1646-ca. 1716), niet te verwarren met zijn vakbroeder Johann Kaspar Ferdinand Fischer (1656-1746), hier door Siebe Riedstra besproken. Dit album vloeide voort uit Lohmanns grote interesse in de wijze waarop de viool door de verschillende sociale klassen in de zeventiende en achttiende eeuw werd bespeeld, met boerenfiedelaars naast geschoolde violisten. Op het album toont ze zich een groot virtuoos op zowel de viool, altviool als violino piccolo, en dan ook nog met scordatura als belangrijk expressiemiddel. Héerlijk zijn bovendien de als 'stoorzender' fungerende boerenklanken van het door haar in 2008 opgerichte Furor Musicus*, een flexibel ensemble met een vaste continuobezetting, dat voor de gelegenheid de naam Furor Agraricus(!) kreeg aangemeten.

Dan nu het nieuwe dubbelalbum dat op 24 september a.s. verschijnt, in totaal 1000 handgenummerde exemplaren (ik ontving nr. 921) en de titel Thesauri Inventio heeft meegekregen, 'volgens het boekje' te vertalen als een geordende verzameling inventies, al mag ‘schatkamer van inventies' uiteraard ook; en dat blijkt het bovendien ook te zijn! Deze kostelijke muziek is afkomstig uit de collecties van de Di Martinelli familie en die van Kromeriz (het wordt in het boekje uiteraard toegelicht), keurig verdeeld over de beide cd's en voorzien van een eigen boekje. De uitsluitend in het Engels geschreven 'liner notes' zijn van de violiste zelf, overigens een voor de hand liggende keuze want dit is merendeels uniek materiaal waaraan veel eigen voorwerk vooraf is gegaan. Voor Antoinette was de coronaperiode met zijn vele lockdowns een ideale gelegenheid en tevens een zeldzame kans om zich ononderbroken te wijden aan dit musicologisch onderzoek, wat tenslotte dit album heeft opgeleverd. Onder normale omstandigheden zou wellicht dit járen hebben gekost. Al die graafarbeid, met de klavecinist Jörn Boysen als belangrijke 'sparring partner', leverde de ene na de andere muzikale ontdekking op. Was het oorspronkelijke plan één cd, het werden er uiteindelijk twee.

Er is met dergelijke muziekverzamelingen iets bijzonders aan de hand, want anders dan misschien gedacht betreft het geen collectie gedrukte uitgaven, maar handgeschreven afschriften van meest uiteenlopend repertoire. Het was in die tijd, aan het einde van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw, de meest goedkope oplossing om muziek te verspreiden, want een gedrukte uitgave was duur, voor menigeen zelfs onbetaalbaar. Logisch ook dat de meeste afschriften bestemd waren voor lokaal of eigen gebruik, een deel ervan afkomstig van plaatselijke toondichters. Wat dergelijke collecties ook aantonen is de toenmalige populariteit van de daarin opgenomen composities: hoe meer afschriften des te belangrijker de componist. In de beide genoemde verzamelingen werd een groot aantal werken speciaal voor viool en continuo aangetroffen, waarvan een groot deel tot op de huidige dag onontgonnen is gebleven. Er ligt dus nog meer dan voldoende werk in het verschiet.

Antoinette's toelichting is hoewel vaktechnisch verhelderend voor de leek geschreven, een combinatie die je helaas niet al te vaak aantreft. Bovendien bezit ze de eigenschap om in weinig woorden veel uit te leggen. Dat maakt deze uitgave - nog afgezien van het grote aantal wereldpremières - nog eens extra bijzonder, want er wordt veel onthuld en zorgt voor een duidelijk beeld van wat de beide verzamelingen muzikaal én historisch inhouden, wat op zich al een regelrechte aanrader is.

U mag rekenen op een fascinerende excursie door een muzikaal landschap dat u ongetwijfeld (nog) niet zult kennen en dat een nadere kennismaking meer dan waard is, mede geholpen door de uitstekende vertolkingen en de fraaie door Jean van Vugt verzorgde opname.

_______________
* 'De naam Furor Musicus is ontleend aan de term Furor Poeticus, een Latijnse uitdrukking die verwijst naar het fenomeen poëtische (of artistieke) inspiratie in de literatuur uit de Griekse en Romeinse Oudheid. Het woord furo(r) refereert aan een staat van intense opwinding, soms grenzend aan waanzin. De term Furor Poeticus refereert aan het vermogen om geïnspireerd te raken en anderen te inspireren. Inspiratie (letterlijk: adem) is een staat van verrukking van de geest die boven talent en bewustzijn uitstijgt. Poëtische, artistieke inspiratie wordt vaak omschreven als een staat waarin de dichter (of de musicus) passief en onbewust wordt geleid door een hogere macht, hetgeen tot de conclusie zou kunnen leiden dat inspiratie en vaardigheid tegenstrijdig of onverenigbaar zouden zijn, maar er is geen bewijs voor dat de Griekse dichters in de Oudheid deze mening waren toegedaan. Integendeel, in de Oudheid werd juist evenveel belang aan ambacht (vaardigheid) als aan inspiratie toebedeeld. Er werd verschil gemaakt tussen poëtische inspiratie; een tijdelijke staat van zijn, veroorzaakt door een kracht die op zijn minst ogenschijnlijk van buitenaf kwam, en poëtisch genie; de permanente kwaliteit en vaardigheid van de dichter. Om dit naar de muziek terug te brengen: zelfs tot ver in de achttiende eeuw werd muziek niet in de eerste plaats als een kunst beschouwd, maar als een ambacht. Baillot beschrijft zelfs nog in zijn vioolmethode van 1835 dat inspiratie pas tot een passende uitvoering kan leiden wanneer de musicus ook over de kennis en de vaardigheden beschikt waarmee hij deze inspiratie in overeenstemming met het onderwerp vorm kan geven. Dit is waar vaardigheden, kennis en inspiratie samenkomen en wat in de naam Furor Musicus wordt weerspiegeld'. Zo valt aldus te lezen op de website http://www.antoinettelohmann.nl/furormusicus.html


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links