CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2019

 

Les Arts Florissants 40 - 1979 - 2019

CD 1: Muziek en theater (Charpentier, Lully, Rameau, Campra, Rossi, Dauvergne, Pignolet de Montéclair)

CD 2: Gewijde muziek (Charpentier, Händel, Rossi, Monteverdi, Lully, Lalande, Bach, Brossard)

CD 3: Profane muziek (Monteverdi, Gesualdo, D'Ambruys, Lambert, Pignolet de Montéclair)

Les Arts Florissants o.l.v. William Christie en Paul Agnew
Harmonia Mundi HAX 8908972.74 • 3.56 ' • (3 cd's)

 

Het Franse Les Arts Florissants werd opgericht in 1979 en bestaat dus precies veertig jaar. Niet dat dit op zich een zo bijzonder wapenfeit is, want veel ensembles die de ‘authentieke' uitvoeringspraktijk aanhangen hebben een zeer lange geschiedenis achter zich. Ik heb de meetlat er niet langs gelegd, maar zo over de duim kan ik al een aantal ‘oude bekenden' noemen die minstens een jaar of dertig al volop actief zijn: The English Concert, The Academy of Ancient Music, The English Baroque Soloists, Concentus Musicus Wien, het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Freiburger Barockorchester, Musica Antiqua Köln, Akademie für Alte Musik Berlin, Le Concert des Nations en Collegium Vocale Gent. Alle zonder uitzondering ware tempels van de barokmuziek.

Zoals het in dit domein zou vaak ging en nog gaat: eerst was er de oprichter en daarna de instrumentale en vocale entourage. De oprichter annex artistiek leider die voor de troepen uitliep en aan de hand van een – doorgaans streng – auditiebeleid het beste van het beste wilde realiseren; in ieder geval een gezelschap dat in staat moest zijn om op topniveau te acteren. Natuurlijk begon dat proces met het aantrekken en selecteren van de beste musici en vocalisten, hetzij door aanmelding of door benadering. Eenmaal voltooid kon worden begonnen met het verder op- en uitbouwen van de kwaliteiten van het enemble, met daaraan verbonden heel veel vijlen en slijpen.

Kwaliteit went snel. Het is onvoorstelbaar dat in nauwelijks enige decennia de authentieke muziekpraktijk zich niet alleen progressief heeft ontwikkeld, maar in het barokrepertoire een dominante rol heeft verworven. Zo dominant zelfs dat vooral de traditionele symfonieorkesten dit repertoire voortaan links lieten liggen.

Wat aarzelend begon, groeide al snel uit tot een niet meer weg te denken fenomeen: het barokspecialisme. De op deze leest geschoeide, eerste uitgave van de Brandenburgse Concerten in de jaren zestig was letterlijk ongehoord en de Matthäus-Passion Nieuwe Stijl bood compleet nieuwe vergezichten.

Niet minder interessant bleken de vele ontdekkingen van verloren gewaande manuscripten, maar ook materiaal waarvan niemand überhaupt het bestaan wist. En nog steeds wordt her en der iets nieuws ontdekt, in stoffige archieven, in kloosters, kerken, bibliotheken, maar ook op de meest onwaarschijnlijke plekken. Op die manier is inmiddels een schat aan zeventiende- en achttiende-eeuwse muziek naar de oppervlakte gebracht en – nog belangrijker – uitgevoerd en vastgelegd. Oprichter die hele of halve musicologen zijn: het is een groot voordeel, want de meeste van hen willen graag graven, zien er niet tegenop om een kloosterbibliotheek tot op de bodem uit te spitten of dagen- of soms wekenlang bronnenonderzoek te doen. Dat onderscheidt hen van de traditionele dirigenten die voor het traditionele symfonieorkest staan: die doet dat niet, een uitzondering daargelaten (waarbij ik gelijk moet denken aan Claudio Abbado, die dat wel deed en soms tot verrassende ontdekkingen kwam die hij in de concertpraktijk ook prompt toepaste). Ja, ze willen misschien wel de manuscripten inkijken, maar dat is meer uit curiositeit. Ze vertrouwen liever op de door de bekende muziekuitgevers gepubliceerde ‘oerteksten' (daarin is overigens een zeer levendige handel ontstaan, want iedereen wil altijd het ‘nieuwste van het nieuwste', zonder zich daarbij af te vragen of dat nieuwste ook beter is).

William Christie is de oprichter van Les Arts Florissants en was de oprichting de enige artistiek leider en tevens dirigent van het gezelschap, tot in 2013 Paul Agnew (welbekend als countertenor) de fakkel mee ging dragen. Zij beiden leiden nu een rijk geschakeerd ensemble dat ondanks de onvermijdelijke bezettingswisselingen in die afgelopen veertig jaar in kwalitatief opzicht niet wezenlijk is veranderd. De lat lag vanaf het begin al hoog en dat is zo gebleven, op basis van een omvangrijk en rijk repertoire dat zich in eerste instantie richtte van de componisten aan of rond het hof van de Zonnekoning tot de muziek in het tijdperk van de Verlichting.

Maar hoe hoog de lat ook ligt, dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen inzinkingen zouden zijn. Of dat het alleen maar een aaneenrijging van hosannaverhalen is, zo in de trant van 'niets verloren, alles gewonnen'. Dat werkt ook of juist in de muziek niet. Ook onder de zo vertrouwde banieren van Les Arts Florissants was niet ieder concert ‘Sternstunde'. Dat gezegd hebbende vormen deze drie cd's echter wel de kwalitatief representatieve staalkaart van jarenlang groots musiceren. Ja, ik stap over het bezwaar heen van een programma dat merendeels bestaat uit een brokje van dit en een brokje van dat. Veertig jaar word je immers niet zomaar en het paste de jarige niet om zich in dit geval uitsluitend tot complete werken te beperken. Het ging immers, bezien vanuit het veertigjarig jubileum, om een impressie in vogelvlucht? Voor de aanhangers (en dat moeten er veel zijn) van Les Arts Florissants bevat dit album dus geen nieuws, maar voor iedere andere geïnteresseerde zal het ongetwijfeld een zeer welkome kennismaking zijn met een repertoire dat vervolgens verdere uitdieping verdient. Zoals dat al gold voor het vorige compilatiealbum dat in 2009 verscheen naar aanleiding van het 30-jarig jubileum. Op naar de halve eeuw, misschien zelfs nog wel met Wiliam Christie (74) in de voorste gelederen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links