CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2019

 

Lekeu: Vioolsonate - Pianotrio

Bruno Monteiro (viool), João Paulo Santos (piano), Miguel Rocha (cello)
Brilliant Classics 95739 • 78' •
Opname: juni-juli 2018, Igreja da Cartuxa, Caxias (Portugal)

 

De muziek van de Belgische componist Guillaume Lekeu (1870-1894) heeft het – met uitzondering van diens (aan de Belgische violist Eugène Ysaÿe opgedragen) vioolsonate - in ons land nooit tot echte bekendheid gebracht. Daar is, voor zover ik heb kunnen vaststellen, ook na de cd-box met voor het eerst het complete werk op het Ricercar-label (hier besproken) geen verandering in gekomen. Terwijl we inmiddels toch ruim twee decennia verder zijn. Dat de vioolsonate wel tamelijk bekend is geworden hebben we waarschijnlijk te danken aan de twee topviolisten die zich er jaren geleden stevig voor hebben ingezet: Yehudi Menuhin en Lekeu's landgenoot Arthur Grumiaux.

Waar het aan ligt valt niet zo gemakkelijk te achterhalen, hoewel ik het wel met collega Emanuel Overbeeke eens ben, wanneer hij in zijn desbetreffende recensie opmerkt dat er een zekere muzikale onvolwassenheid uit het werk van Lekeu spreekt, wat zich vooral op het proportionele vlak afspeelt. Disproportie ontstaat als een op zich uitstekend muzikaal idee in de uitwerking ervan eerder te veel dan te weinig soortelijk gewicht meekrijgt, waardoor het gekozen traject breedsprakig of soms zelfs onsamenhangend dreigt te worden. Het is een ‘probleem' dat overigens veel muziek aankleeft: de ideeën zijn prima, vaak zelfs grandioos, maar de uitwerking ervan schiet tekort. Zelfs een genie als Schubert kampte ermee, terwijl Bruckners symfonieën door een Weense muziekcriticus tot 'reuzenslangen' werden gedegradeerd.

Guillaume Lekeu (1870-1894)

Lekeu werd op de kop af slechts 24: hij werd geboren op 20 januari 1870 in Verviers en hij overleed op 21 januari 1894, op de dag na zijn verjaardag, in Angers. Doodsoorzaak: paratyfus als gevolg van besmet sorbetijs.

Lekeu heeft dan al zo'n honderd composities achter zich, waarvan slechts een bescheiden deel echt Lekeu's oorspronkelijkheid laat horen. Het vinden van een geheel eigen stijl was, is en blijft voor menige componist een tamelijk langdurig proces van zoeken en proberen, en daarop maakte Lekeu geen uitzondering. Het is de wagneriaanse chromatiek die is verbonden met het onbestemde en ongedurige dat zijn werk in hoge mate domineert. Zijn grote belangstelling voor Wagners muziek blijkt ook uit zijn bezoek aan Bayreuth in de zomer van 1889. Het verhaal gaat zelfs dat hij daar tijdens een voorstelling zo buiten zinnen raakte dat hij buiten bewustzijn zou zijn geraakt. Vrij kort daarop ging Lekeu in Parijs bij César Franck studeren, die Lekeu zijn warme liefde voor de grote meester uit Bayreuth zeker niet zal hebben afgenomen. Want ook Francks harmonische ‘taal' was geïnspireerd op die van de laatromantici, met Wagner en Liszt in de voorste gelederen.

Lekeu schreef in een direct aansprekend idioom dat de sporen draagt van de laatromantische ‘Sehnsucht'. Schitterende muziek die zeker niet onderdoet voor die van zijn grote leermeester, een grenzeloos karakter draagt en alleen al daarom niet kan worden geassocieerd met Lekeu's landsaard. Dat geldt zelfs eens te meer voor zijn laatste werken. Zowel het pianotrio als de vioolsonate dateert uit Lekeu's laatste levensfase, gecomponeerd in respectievelijk 1890 en 1892. Daarbij past de typering van volwassen meesterwerken, hoe onbeholpen een dergelijke omschrijving ook mag zijn. Niet alleen zijn het in melodisch en harmonisch opzicht topstukken, maar ook in structureel perspectief geplaatst lijken alle hindernissen nu toch wel overwonnen te zijn. Waarbij het treft dat het pianotrio, het twee jaar eerder gecomponeerde werk, vergeleken met de vioolsonate nauwelijks nog de invloed van Wagner en Franck in zich draagt. Het zijn in ieder geval twee werken waarin Lekeu's voldragen muzikale geest optimaal tot uiting komt. Tegelijkertijd dringt het besef door hoezeer zijn veel te vroege dood de verwachting van nog komende grote werken voorgoed de bodem heeft ingeslagen.

De kracht van deze muziek is bovenal gelegen in haar strikt eigen expressieve karakter en verdraagt zij niet waarmee helaas teveel musici (zelfs sommige van naam) zijn behept: de neiging tot ‘hineininterpretieren'. De ware kunst is altijd nog om onder de huid van de muziek en daarmee de componist te kruipen en verwijderd te blijven van kunstgrepen, van gekunsteldheden die het expressieve en structurele concept geweld aandoen. Mag dat van Portugese interpreten worden verwacht? Want staan zij juist in idiomatisch opzicht niet te ver van Lekeu's muziek af? Dat mag op het eerste gezicht (niet gehoor!) misschien zo lijken, het is juist dat grensoverschrijdende karakter van Lekeu's muziek dat meer dan voldoende ruimte biedt aan interpretaties die – dus net als de muziek zelf – ver boven de eigen landsaard uitsteken. Dat gebeurt hier ook: dit perfect op elkaar ingespeelde Portugese trio houdt zich afzijdig van ongemotiveerde diepgraverij, maar bereikt juist het optimale affect door de muziek 'gewoon' zelf te laten spreken, zonder opsmuk, zonder agogische accentuering, maar daardoor juist des te treffender, ontroerender, indrukwekkender. Muziek ook die van heel dichtbij net zo overrompelend is als van ver af. Hoe wonderlijk is het bovendien niet dat ze de indruk maakt geschreven te zijn in een lang moment van diep gevoelde inspiratie – en zeker in deze uitvoeringen - terwijl we van het ontstaan van de vioolsonate weten dat het scheppingsproces gepaard ging met - in de woorden van de componist - ‘oneindig lijden'.

Dat dit Portugese driemanschap zijn naam aan deze schitterende, maar deels helaas nog steeds weinig bekende muziek heeft verbonden, geeft dat warme gevoel dat uitstekend past bij de Iberische zon en waarbij het zonovergoten, uitgesproken lyrisch getinte, maar soms ook weerbarstige landschap evengoed in het verre Arcadia had kunnen zijn. De opname laat het u tot in de kleinste details meebeleven. Dat de naam van de pianostemmer. Paulo Pimentel, ons niet wordt onthouden is meer dan terecht: hij zorgde voor een perfect gestemde Steinway. De violist tekende voor de gehele productie die een zeer waardevolle bijdrage levert aan de hopelijk toch nog eens op gang komende Lekeu-renaissance. Het wordt nu toch wel de hoogste tijd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links