CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2020

La Lecture

Banville: À Madame Édouard Manet (gelezen door Ann Demeester)

Leenhoff: 't Ontslapen kind aan zijn vader (arr. Willem van Merwijk)

Nierstrasz Jr.: 't Ontslapen kind aan zijn vader (gelezen door Ab Nieuwdorp)

Köella: Teurer Herr Jesu (arr. Willem van Merwijk)

Wagner: Wesendonck-Lieder WWSV 91 (arr. voor cello en piano)

Offenbach: Les Larmes de Jacqueline op. 76 nr. 2

(Jean-Baptiste) Fauré: Les Rameaux (arr. Gaston Borch)

Baudelaire: La Musique (gelezen door Ann Demeester)

Oihana Aristizabal Puga (cello), Lineke Lever (piano)

TRPTK 0052 • 45' •
Opname: december 2019, Bij Andreas, Naarden

https://www.cellopiano.nl

   

Het exploreren van innovatieve programma's lijkt toch vooral besteed aan kleine(re) ensembles, individuele instrumentalisten en vocalisten dan aan het conventionele symfonieorkest. Dat de vrees voor het nieuwe vaak onterecht is blijkt wel uit het succes van ensembles als het Asko|Schönberg en het helaas onlangs ten onrechte ter ziele gegane Nieuw Ensemble. Zij leverden het sluitende bewijs voor de stelling dat vernieuwing niet ten koste hoefde te gaan van de bezoekersaantallen. Een ontwikkeling overigens die door bijvoorbeeld de fameuze NTR ZaterdagMatinee eveneens al jarenlang nog eens uitdrukkelijk werd bevestigd.

Geen misverstand erover: meer avontuur betekent per definitie nog niet (veel) meer moderne of eigentijdse muziek. Het sleutelwoord is juist ontdekken, aanboren van (vrijwel) onontgonnen terrein, de zoektocht naar nieuwe muziek, wat niet per se synoniem is aan eigentijdse muziek. De lijst van tot op het bot verwaarloosde negentiende- en twintigste-eeuwse componisten is enorm en geen hond die naar hun muziek omkijkt; terwijl wel degelijk talloze parels eronder schuilgaan. Niet alleen de overgeleverde partituren bewijzen het, maar ook de rijk geschakeerde discografische geschiedenis. Want die is er wel. Hoeveel muziek is er in de loop van tientallen jaren niet uitgebracht op lp en cd die op het podium geen enkele kans heeft gemaakt? Hoeveel muziek heeft de muziekliefhebber juist dankzij deze geluidsdragers (her)ontdekt, in het afgelopen decennium nog eens aangevuld door het aanbod van muziekdiensten als Qobuz, Tidal, Primephonic en Spotify?

Creatief programmeren betekent ook muziek plaatsen in een bredere historische context. Dat is iets wat de Spaanse celliste Oihana Aristizabal Puga en de Nederlandse pianiste Lineke Lever - ze vormen al jaren een duo - zich hebben toegeëigend en wat heeft geresulteerd in het op het vlak van het programmeren verleggen van grenzen, met een uitgesproken thematische aanpak als belangrijk uitgangspunt. Zo was er in 2016 hun speciale programmering rond de schilder Jheronimus Bosch ((ca. 1450-1516) en in 2018 de programmering naar aanleiding van de honderdjarige herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog. Composities plaatsen in een bredere historische context: het kan, mits zoals ook in dit geval goed gekozen, net zo vernieuwend uitpakken als een willekeurig ensemblewerk van Steve Reich. Dat gold ook voor ‘La Lecture', het programma dat het duo vorig jaar samenstelde rond Suzanne Manet-Leenhoff en waarvan in dit nieuwe album een bloemlezing is opgenomen.

Centraal in dat programma staat Suzanne Manet-Leenhoff, de Nederlandse pianiste, zangeres en latere echtgenote van de beroemde Franse schilder Édouard Manet. Ze werd geboren in Delft op 30 oktober 1829 en groeide op in Zaltbommel, waar haar vader, Carolus Antonius Leenhoff, actief was als stadsbeiaardier, componist en cellist. Een van haar broers, Ferdinand Leenhoff, was een zeer succesvolle beeldhouwer, wat tevens kan worden toegeschreven aan haar latere schoonzoon Joseph Ernest Amédée Mezzara.

Aan het eind van de jaren 1840 vertrok Suzanne met haar familie naar haar oma in Parijs, waar zij tevens in contact kwam met Franz Liszt, die haar eerder had aangeraden om piano te gaan studeren. Hij moet waarschijnlijk in 1842 met haar pianospel kennis hebben gemaakt, tijdens een van zijn vele Europese tournees die hem ook naar ons land voerde. Hij was per schip onderweg naar Den Haag en voer op de Waal bij Zaltbommel toen hij van ver het stadscarillon van de Gasthuistoren hoorde. Dusdanig getroffen door deze klanken liet hij de boot aanmeren , ging aan wal en liep in de richting van het geluid. Hij kwam bij de toren, beklom de trap en ontmoette daar de beiaardier Carolus Leenhoff, die hem in contact bracht met Suzanne. Ze speelde Liszt voor en hij raakte van haar spel zozeer onder de indruk dat zijn advies niet kon uitblijven: ga verder studeren!

Eenmaal in Parijs nam Suzanne niet alleen les, maar zij verzamelde ook zelf leerlingen rond zich heen, waaronder de jongere broers van de schilder Édouard Manet. Rond 1849 begon ze met hem een liefdesrelatie. Drie jaar later, in 1852 schonk Suzanne het leven aan een zoon, Léon. De vader was echter niet Manet, maar de violist Gustave-Adolphe Koëlla. Het heeft de verbondenheid met de schilder blijkbaar niet echt in de weg gestaan, want op 28 oktober 1863 (Léon was inmiddels 11 jaar oud) Édouard met Suzanne. Niet in Parijs, maar in Zaltbommel, waar ze gedrieën nog geruime tijd bleven wonen, alvorens voorgoed naar de Franse lichtstad af te reizen. Eenmaal ingetrokken bij de moeder van Manet organiseerden de beide dames wekelijks een muzikale soiree met onder de regelmatige bezoekers een groot aantal illustere kunstenaars, waaronder niemand minder dan Offenbach, Baudelaire, Renoir, Monet, Zola, Verlaine, Degas, Chabrier, De Banvlle en Mallarmé. Chabrier droeg zelfs een impromptu aan Suzanne op, De Banville en Mallarmé hielden het bij hun belangrijkste scheppingsbron: gedichten. Suzanne moet ook als pianiste veel indruk hebben gemaakt, vooral haar Schumann- en Wagner-vertolkingen genoten een grote reputatie. Toen Baudelaire in 1866 als gevolg van een beroerte in het ziekenhuis belandde speelde ze speciaal voor hem uit het werk van Wagner.

Natuurlijk heeft Manet ‘zijn' Suzanne geportretteerd: zij was immers zijn muze. Daarvan getuigen ook de vele schilderijen waarop zij door hem is afgebeeld, waaonder ‘La Lecture' (tevens de titel van dit album), ‘Madame Manet au piano', ‘Madame Manet dans la serre' en ‘Portrait de madame Édouard Manet sur un canapé bleu'. Ook zijn peetzoon Léon heeft Manet vaak geportretteerd: ‘in Le fifre' staat hij afgebeeld als fluitist. Manet stierf in 1883 aan de gevolgen van syfilis, Suzanne overleed in 1906. Beiden werden begraven op het Parijse kerkhof Passy.

Vanuit dit rijk gevulde historische perspectief ontstond het programma voor de concerten en dit album, voornamelijk gewijd aan bewerkingen voor cello en piano van composities van Franz Liszt, Carolus Leenhoff, Gustave-Adolphe Koëlla, Richard Wagner, Jacques Offenbach en Jean-Baptiste Fauré. De laatste was niet alleen een gevierd operazanger en componist, maar gold ook als een belangrijke kunstverzamelaar. Zo bezat hij maar liefst 68 schilderijen van Manet, terwijl de schilder hem een aantal keren heeft geportretteerd in diens operarol in Hamlet. Ook zijn naam hoort er dus uitdrukkelijk bij.

De muziek wordt voorafgegaan door zes dichtregels van Théodore de Banville: ‘À Madame Édouard Manet', fraai voorgedragen door Ann Demeester. Niet minder kleurrijk en net zo goed verstaanbaar is de door Ab Nieuwdorp gesproken tekst in ‘'t Ontslapen kind aan zijn vader' van Johannes Leonardus Nierstrasz Jr., door Carolus Leenhofff oorspronkelijk als lied gecomponeerd, maar door Willem van Merwijk smaakvol bewerkt voor cello en piano. En zo volgt het ene juweeltje na het andere in ronduit exemplarische vertolkingen door twee musici die – volkomen terecht! – met hart en ziel in deze muziek geloven en dat ook voortdurend uitstralen. Het slotwoord is in de meest letterlijke zin aan Ann de Meester, met haar voordracht van ‘La Musique' van Charles Baudelaire. Brendon Heinst tekende voor de schitterende opname. De Wesendonck-teksten zijn, evenals de gesproken teksten, eveneens in het keurig verzorgde boekje opgenomen. Weer een Nederlands topproduct om heel trots op te zijn!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links