CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2019

 

After the Darkness

Krása: Passacaglia & Fuga - Tanec (Theresienstadt 1944)

Klein: Strijktrio (Theresienstadt 1944)

Weiner: Serenade (1938)

Kattenburg: Strijktrio (1937/39)

Weinberg: Strijktrio op. 48 (1950)

The Hague String Trio: Justyna Briefjes (viool), Julia Dinerstein (altviool), Miriam Kirby (cello)
Cobra 0065 • 62' •
Opname: juli 2018, Renswoude

* * *

The Voice of the Viola in Times of Oppression

Weinberg: Altvioolsonate op. 28 (1945)

Kattenburg: Altvioolsonate (1944)

Vredenburg: Lamento (1953)

Sjostakovitsj: Altvioolsonate op. 147 (1975)

Ásdís Valdimarsdóttir (altviool), Marcel Worms (piano)
Zefir ZEF 9657 • 65' •
Opname: februari en maart 2018, Zeeuwse Concertzaal, Middelburg

 

 

 

 

 


Twee cd's, twee verschillende labels, één onderwerp: muziek in tijden van vervolging. Daaronder ook werk van componisten die hun einde vonden in Teresienstadt (Terezin) of Auschwitz (Oswiecim). Zoals er ook composities bijeen zijn gebracht die ontstonden achter prikkeldraad en wachttorens. Zo schreef Hans Krása zowel Passacaglia & Fuga als Tanec in Theresienstadt, waar ook het Strijktrio van Gideon Klein ontstond. Niet dat daarmee het onoverzienbare drama van de Holocaust in muziek werd gevat, maar wel dat zij het licht zag in een tot in alle uithoeken pikzwarte wereld. ‘Muziek achter prikkeldraad', ik heb er vier artikelen aan gewijd (u vindt ze elders op deze site).

Twee cd's met uitsluitend muziek van joodse componisten die het slachtoffer van de hitlerwaan werden, zoals al die musici, zangers, beeldhouwers, kappers, timmerlieden of boekhouders. Het patroon was in Europa overal hetzelfde: eerst repressie, dan onteigening, gevolgd door deportie en dan ten slotte de laatste halte: moord. Dat het altijd in onze herinnering mag blijven, hoezeer de mist van de tijd ook zijn werk heeft gedaan en ongetwijfeld nog zal doen. Zoals het altijd gaat: al dat onpeilbare, door mensenhand aangedane leed is niet groot of niet omvangrijk genoeg of het wordt uiteindelijk niet meer dan een voetnoot in wat onze collectieve geschiedenis heet. De muziek die daaruit voortkwam blijft alleen bestaan bij de gratie van haar kwaliteit. Dat maken deze beide cd's ook duidelijk: ook zonder de verschrikkingen van de Holocaust heeft deze muziek alle eigenschappen die haar voortbestaan rechtvaardigt. Neem alleen maar dat subliem gecomponeerde, melodisch fraai vloeiende Strijktrio van Dick Kattenburg (het verschijnt voor het eerst op cd!), gecomponeerd in de periode 1937-1939 (jammer dat er slechts één deeltje van is overgeleverd), toen de ernstige gevolgen van de Jodenvervolging nog tot Duitsland beperkt bleven. Hij moet het ergste hebben bevroed, vlak na de ‘Kristallnacht' (‘Nacht van het gebroken glas') van 9 op 10 november 1938, toen de joden en hun joodse bezittingen het overal in Duitsland moesten ontgelden, synagogen door de meute in brand werden gestoken. Het bleek het begin van het einde voor miljoenen.

Dick Kattenburg staat als vervolgde en uiteindelijk vermoorde componist model voor de talloze anderen die hun lot niet konden ontgaan. Zelfs relaties, 'sperren' hielpen uiteindelijk niet meer. Alleen de onderduik kon de opgejaagde nog redden. Veel van Kattenburgs muziek ontstond juist toen, tijdens die onderduik. Maar wat heet veel? Hij werd verraden (de Altvioolsonate werd niet voltooid: het bleef bij slechts een deel) en in mei 1944 op transport gesteld naar eerst Westerbork en vervolgens naar Auschwitz. Het overlijdenskaartje geeft als sterfdatum 30 september 1944, de plaats is onbekend, maar het moet ergens in Midden-Europa zijn geweest. Zijn laatste levensteken kwam met een briefje van 8 mei, geschreven in Westerbork en geadresseerd aan zijn oom en tante in Amsterdam.

Wie de persoonlijk achtergrond van de maker kent ervaart zijn muziek misschien toch anders dan wie er volkomen blank tegenoverstaat. Muziek kan meer inhouden dan alleen ‘emotie'. Zelfs het adagium (met Igor Stravinsky en Louis Andriessen als belangrijke pleitbezorgers) dat muziek uitsluitend over muziek zou moeten gaan, verandert daaraan niets. In de donkere jaren dertig en veertig ging het de nazi's vaak niet eens om die muziek zelf, maar om degenen die haar hadden geschreven. Zeker, jazz en atonaliteit werden door de machthebbers als ‘entartet' beschouwd, maar het ging hen toch voornamelijk om ‘gedegenereerde' muziek omdat zij nu eenmaal was gecomponeerd door ‘gedegenereerde' - met andere woorden joodse - componisten. Hun werk mocht niet in het openbaar worden uitgevoerd en natuurlijk konden ze geen lid worden van de door de nazi's ingestelde Kultuurkamer (net zo min trouwens als de niet-joodse componisten die weigerden te tekenen of zich er publiekelijk tegen hadden afgezet).

Na de Tweede Wereldoorlog is dat gruwelijke beeld slechts deels gekanteld. Voor ons mag het na de bevrijding afgelopen zijn, in de Oostbloklanden lagen de kaarten bepaald anders. Daar waren de sovjetgezinde vazallen aan de macht die, nadat het Duitse leger was verslagen, onverdroten voortgingen met waarin zij na de Duitse invasie waren blijven steken: de communistische heilsleer die – althans op papier – alles mogelijk maakte en in de praktijk alles rechtvaardigde. Wie het beleg van Stalingrad of Leningrad ternauwernood had overleefd, wachtte in de jaren vijftig onherroepelijk weer nieuwe beproevingen. De dood van Stalin in 1953 bracht weliswaar verlichting, maar daarmee kwam er nog lang geen einde aan het proces van de ontmenselijking. Daarom op deze twee cd's ook muziek van Weinberg (Vainberg) en Sjostakovitsj (die Weinberg in 1953 uit diens gevangenschap wist te verlossen).

Het Haagse Strijktrio (2006) bracht op het Nederlandse Cobra-label onder de naam ‘After the Darkness', de titel ontleend aan het gelijknamige boek van Elie Wiesel, deze cd uit die in het teken staat van de reeds eerder genoemde vier componisten wier leven door de nazi's werden verwoest: Hans Krása (1899-1944), Gideon Klein (1919-1945), László Weiner (1916-1944) en Dick Kattenburg (1919-1944). ‘After the Darkness' deed mij overigens prompt denken aan een bijna vergelijkbare boektitel: ‘Into that Darkness', van Gitta Sereny, een biografie van de beruchte kampcommandant Franz Stangl, die in Treblinka tienduizenden de dood injoeg.

De cd ‘The Voices of the Viola in Times of Oppression' op het eveneens Nederlandse Zefir-label, is thematisch sterk aan de Cobra-ce verwant, maar rekent bovendien af met het vooroordeel dat de altviool het stiefkind is van de strijkinstrumenten. Wie ernaar luistert ontkomt niet aan de indruk dat niemand dit beter kan aantonen dan de IJslandse altvioliste Ásdís Valdimarsdóttir (zoals de naam zegt is zij de dochter van Valdimar: zo gaat dat op zijn IJslands). Ze zal voor dit eminente spel ongetwijfeld het een en ander aan bagage hebben meegekregen van haar docenten op de Juilliard School of Music in New York. De Nederlandse pianist Marcel Worms is niet alleen een bijzonder getalenteerde musicus, maar hij heeft ook al eerder zijn verbondenheid gedemonstreerd met vervolgde Nederlandse componisten, onder meer door zijn activiteiten voor de Leo Smit Stichting. Hij droeg ook als auteur bij aan het boek ‘Vervolgde componisten in Nederland' (op onze site besproken). Ook deze cd dus eveneens uitsluitend vervolgde componisten: Mieczyslaw Weinberg (1919-1996), Dick Kattenburg (1919-1944), Max Vredenburg (1904-1976) en Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975).

Kort en goed twee geweldige aanwinsten, in muziek gegoten ware monumenten, die niet alleen doen herinneren aan de verschrikkingen van de Holocaust, maar vooral dankzij de hartverwarmende betrokkenheid van de vijf musici de muziek op haar best doet klinken. Hoeveel talent ging niet door harde hand verloren en hoeveel schitterende muziek heeft het in die in creatief opzicht zo onvruchtbare grond niet opgeleverd!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links