CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2018

 

Hindemith: Das Marienleben op. 27 (versie 1923)

Juliane Banse (sopraan), Martin Helmchen (piano)
Alpha 398 • 71' •
Opname: september 2017, Sendesaal, Bremen (live en studio)

   

Paul Hindemith (1895-1963) begon eind juni 1922 aan ‘Das Marienleben' naar de gelijknamige gedichtencyclus van Rainer Maria Rilke, maar voltooide de vijftien liederen pas begin juli 1923. Het is deze versie die op deze cd wordt vertolkt en gelukkig niet de veel minder frisse, in 1936 begonnen en eerst in 1948 gepubliceerde bewerking met naast de vele zeer ingrijpende wijzigingen ook de typische toonsoortensymboliek uit zijn latere jaren. Dan zijn er, om het beeld compleet te maken, nog zes liederen in een orkestversie.

Voor Hindemith bleek het in 1923 duidelijk een lastige opgave, zoals hij zelf noteerde: ‘Das war nicht leicht zu machen'. Maar ook elders zijn daarvan sporen terug te vinden, zij het niet in de muziek als wel in andere aantekeningen. Zoals onder het laatst gecomponeerde lied, het veertiende, ‘Vom Tode Mariä' II): ‘Dann sang er Lob' (een letterlijk citaat uit het vijfde lied, ‘Argwohn Josephs'). Zelf was hij over het resultaat bijzonder tevreden, zoals onder meer blijkt uit de brief aan zijn muziekuitgever: ‘Ich habe die Stücke sehr gern und ich bin froh, dass si emir so gut gelungen sind. Ich bin sicher, dass sie bis jetzt das Beste von mir sind – und ich glaube auch nicht, dass zur Zeit ein Liederzyklus von ähnlichen Ausmaß en komponiert worden ist'.

Er is een goede verklaring voor die moeizame arbeid. Hindemith was begin jaren twintig verwikkeld in een creatief diep ingrijpende, feitelijk zelfs fundamentele stijlbreuk: zijn overstap van het muzikaal expressionisme naar ‘Neue Sachlichkeit'. Misschien ietwat kort door de bocht, maar eenvoudig samengevat van uitbundigheid naar soberheid. Een deel van deze vijftien liederen dragen er de diepe sporen van, en dan vooral in de sober gehouden pianopartij. Maar ook in de zangstem vinden we er wezenlijke elementen van terug. Logisch dus dat de transitie naar expressieve spaarzaamheid hem behoorlijk wat hoofdbrekens kostte. Toch, Hindemith wist van geen wijken, hij wilde deze voor hem nieuwe ontwikkeling koste wat het kost doorzetten. En zo zijn we in deze liedcyclus getuige van een in de tekst door de muziek weerspiegeld beeld van Maria, die op Golgotha treurt om de gekruisigde Jezus. Dat is waar deze liedcyclus van is doordesemd: van de bijna huiveringwekkende relatie tussen woord en toon. Het is een ijzig krachtenveld dat zich tussen zangstem en piano ontplooit, beelden ook die door merg en been gaan. Als het ware passiemuziek in zijn meest sobere vorm, maar dan bezien vanuit het perspectief van Maria en, hier niet minder belangrijk, van Jozef als de zich bedrogen voelende echtenoot, met al zijn twijfels en achterdocht.

Deze cyclus ook in de vertolking dat ijzige profiel geven, het lijkt voor weinigen weggelegd. Dat geldt niet alleen voor zangstem, maar ook voor de pianopartij (de term ‘begeleiding' mist vrijwel altijd de pointe in dit uitermate lastige repertoire, en hier al helemaal). Juliane Banse en Martin Helmchen vormen evenwel het ideale duo voor deze cyclus, in een aaneenschakeling van vocale en instrumentale nuances binnen een tot in de kleinste details uitgewerkt interpretatief concept dat veel verder gaat dan alleen de vlekkeloze weergave van de verhaallijn. Beiden hebben het begrepen en er naartoe gewerkt: de artistieke overwinning op de buitensporig lastige, algehele factuur van het werk. Alleen al die passages waarin de muziek volkomen losgezongen lijkt van de tekst en de uitbeelding ervan zelfs schipbreuk moet lijden. Waar dan weer die net zo kostbare momenten tegenoverstaan waarin muziek en tekst naadloos met elkaar verbonden zijn (zoals in ‘Vom Tode Mariä' I en II). Banse en Helmchen hebben in hun vertolking niet alleen de uniformiteit tussen poëzie en muziek onderkend, maar ook juist de tegenstelling tussen beide, met als gevolg een zeldzaam en - ondanks de soberheid ervan - kleurrijk spanningsveld dat ook na meerdere malen beluisteren niets van zijn magnetisme verliest. Het toont hoe groot en diep kervend kunst kan zijn en hoe intens dit duo daaraan gestalte heeft gegeven. Het is een interpretatie die de woorden van Hindemith in herinnering roept: ‘Der starke Eindruck, die schon die erste Aufführung auf die Zuhörer machte – erwartet hatte ich gar nichts – brachte mir zum ersten Male in meinem Musikerdasein die ethischen Notwendigkeiten der Musik und die moralischen Verpflichtungen des Musikers zum Bewusstsein'. Morele verplichtingen van de zijde van de componist, maar - zoals deze vertolking bewijst - ook van de musici. Zo interpreteer ik althans deze sublieme uitvoering.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links