CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2020

Hellendaal - 'Cambridge' Sonatas

Hellendaal: Sonate nr. 1 in A - nr. 2 in A - nr. 3 in d - nr. 4 in D - nr. 5 in C - nr. 6 in D

Johannes Pramsohler (viool), Gulrim Choï (cello), Philippe Grisvard (klavecimbel)
Audax ADX13720 • 69' •
Opname: december 2018 en juli 2019, Südwestrundfunk, SWR Studio Kaiserslautern (D)

   

Wat een sublieme cd is dit! En hoe belangrijk is het dat deze muziek van Pieter Hellendaal voor het voetlicht wordt gebracht! De componist van een weliswaar bescheiden maar interessant instrumentaal oeuvre dat zowel op het podium als in de studio nog steeds veel te weinig aandacht krijgt. Hij schreef onder meer 6 concerti grossi (in 1992 uitgebracht door Channel Classics), 27 vioolsonates (een aantal ervan heb ik hier besproken), 5 cellosonates en 3 triosonates, en leverde ook een – zij het eveneens bescheiden – aandeel in de vocale muziek, waaronder meerdere cantates en canons.

Het is typisch muziek die haar bedding vindt in de late Barok en daardoor duidelijk raakvlakken heeft met die van Händel en dus Arcangelo Corelli, maar ook met die van Giuseppe Tartini. Dat laatste houdt ongetwijfeld verband met zijn leerperiode bij deze muzikaal ‘grillige' Italiaan, die met zijn ‘Duivelstrillersonate' grote bekendheid verwierf. Hellendaal bleef als een schoenmaker bij zijn leest door zich in stilistisch opzicht weinig tot niets aan te trekken van de zich om hem heen geleidelijk ontwikkelende nieuwe 'klassieke' stroming, wat zijn muziek overigens niet minder interessant maakt.

Deze in 1721 in Rotterdam geboren en in 1799 in Cambridge overleden, muzikaal zeer begaafde zoon van een eenvoudige banketbakker en kaarsenmaker was nauwelijks elf toen hem al een belangrijke post in de schoot viel: die van organist van de Nicolaikerk in Utrecht. Die grote begaafdheid bracht hem in 1740 ook in contact met Tartini, nadat een Amsterdamse weldoener het daarvoor benodigde geld beschikbaar had gesteld. Daar, in Padua, moet Hellendaal veel van deze grote vioolvirtuoos en componist hebben opgestoken, want eenmaal weer terug in Nederland maakte hij met zijn uitgesproken briljante vioolspel al snel furore, al beperkten zijn optredens zich voornamelijk tot drank- en dansgelegenheden.

Of hij in ons land voor zijn verdere muzikale ontwikkeling te weinig mogelijkheden zag weten we niet, maar in 1751, hij was toen dertig, besloot hij zich in Londen te vestigen, om tien jaar later in Cambridge aan de slag te gaan. In Engeland schreef hij het merendeel van zijn muziek en was hij volop actief als violist en organist. Muziek die door zijn omgeving duidelijk op prijs werd gesteld, getuige de vele loftuitingen die hem ten deel vielen, al was het dan met name zijn vioolspel dat hoge ogen gooide.

In Cambridge ontstonden ook de op dit nieuwe album samengebrachte zes sonates die nog niet eerder werden verdoekt en aldus sprake is van een ‘world premiere recording'. En wat meer zij: in werkelijk schitterende vertolkingen, mede tot stand gekomen vanuit het perspectief van de historiserende uitvoeringspraktijk. Wat ook wordt weerspiegeld in het gebruikte instrumentarium: de viool van Pietro Giacomo Rogeri (Brescia, 1713), de cello van J. Simpson (Londen, ca. 1750) en een replica van het klavecimbel van Pascal Taskin (1769). Dit trio had Pieter Hellendaal geen grotere eer kunnen bewijzen, wat zich tevens uitstrekt tot de eveneens fraai geslaagde opname.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links