CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2019

Haydn: Celloconcert nr. 1 in C, Hob. VIIB:1 - nr. 2 in D, Hob. VIIB:2

Vivaldi: Concert voor viool, cello, strijkers en basso continuo in Bes, RV 547

Christoph Croisé (cello), Sherniyaz Mussakhan (viool), Eurasian Soloists Chamber Orchestra
Avie AV2402 • 58' •
Opname: november 2017, Kirche Oberstrass, Zürich

   

Joseph Haydn was een meester in het ontwikkelen van een componeerstijl die gratie, charme en spiritualiteit verbond met balans en symmetrie. Hij zal, wat zijn instrumentale muziek betreft, daarbij met meer dan een schuin oog hebben gekeken naar de opera met zijn ouverture, recitatieven, aria's en spetterende buffa-finales. Zoals we in Mozarts latere pianoconcerten elementen terugzien uit zijn opera's. Het dramatische contrast: het werd zelfs in de kerkmuziek steeds vaker toegepast.

Er was echter al eerder een breuklijn te constateren: die tussen vader Johann Sebastian Bach en zijn componerende nazaten, met in de voorste gelederen natuurlijk Johann Christian, die met zijn gedurfde symfonieën al vooruitliep op wat later in Wenen op grote schaal zou worden gepraktiseerd. Het wordt helaas nog vaak genoeg over het hoofd gezien welk een cruciale rol deze ‘Londense' Bach heeft gespeeld in de ontwikkeling van wat toen nog de ‘sinfonia' heette. Maar ook de sprong voorwaarts die Haydn enige decennia later met zijn symfonieën nrs. 82-87 al had gemaakt mag niet onvermeld blijven. Ze klonken voor het eerst in 1786 in Parijs, gecomponeerd in opdracht van de Chevalier de Saint-Georges. Uit ongeveer diezelfde tijd stamt ook het Tweede celloconcert, aanmerkelijk lyrischer dan het eerste uit ca. 1765 en eerst niet aan Haydn toegeschreven. Dat lag in de eerste plaats aan de componist zelf, want hij was het stuk blijkbaar allang en breed vergeten toen hij in 1805 zijn ‘Werkverzeichnis' samenstelde. En omdat zowel de vingerzettingen als andere markeringen in de oorspronkelijke solo- en orkestpartijen in dat Tweede celloconcert uitgerekend van de hand van Antonín Kraft (de solocellist van het Esterházy-orkest) waren, werd ervan uitgegaan dat hij de componist was. Eerst in 1951 bleek uit het in de kelders van de in Oostenrijkse Nationalbibliothek bewaarde en herontdekte manuscript dat het celloconcert onomstotelijk door Haydn was gecomponeerd.

Het was een interessante gedachte om de beide celloconcerten van Haydn te verenigen met het dubbelconcert RV 547 van Vivaldi. Ten eerste omdat de stilistische kenmerken ervan mijlenver uiteenlopen (muziek vaart altijd wel bij het contrast) en ten tweede omdat Vivaldi – evenals Haydn - de inventie hoog in het vaandel had. Vivaldi nam niet alleen het voortouw in het inmiddels traditioneel geworden, driedelige concertomodel (snel-langzaam-snel), maar hij liet ook het instrument of de instrumenten stevig met elkaar maar ook met de tutti wedijveren (‘concertare'). Ik zeg het nog maar eens: wie vindt dat Vivaldi's concerten veelal op elkaar lijken is een slecht luisteraar. Anders dan Igor Stravinsky stond Bach wel positief tegenover het werk van Vivaldi, zoals blijkt uit de verschillende orgelbewerkingen en natuurlijk het Concert voor vier klavecimbels, strijkers en basso continuo, een zeer geslaagde bewerking van Vivaldi's Tiende vioolconcert. Uit nagelaten geschriften blijkt ook dat de Thomascantor een stevige studie heeft gemaakt van Vivaldi's twaalf concerten op. 3 uit 1711, die vooral bekend zijn geworden onder de titel ‘L'Estro Armonico' (ofwel de inspiratie van de harmonie). Het Dubbelconcert RV 547 dat dit album siert dateert waarschijnlijk uit omstreeks 1720. Daarin maken we kennis met een van Vivaldi's meest in het oor springende compositorische eigenschappen: concies, scherp geprofileerd, ritmisch uiterst alert en harmonisch compact. Alleen dan kan een langzaam deel als dit Andante te midden van die duizelingwekkende hoekdelen een ware oase van rust vormen.

De cellist Christoph Croisé (1993) werd geboren in het Duitse Filderstadt uit Frans-Zwitserse ouders. Van wie hij zijn gloedvolle muzikaliteit heeft geërfd weet ik niet, maar een of beide ouders moeten bij de ontwikkeling ervan wel een belangrijke rol hebben gespeeld, want hij kreeg al op zijn zevende de eerste cellolessen van Katharina Kühne. Zeven jaar later nam Alexander Neustroev, solocellist van het beroemde Tonhalleorchester in Zürich, hem onder zijn hoede. Vervolgens ging de dan twintigjarige naar Berlijn om daar te gaan studeren bij Wolfgang-Emanuel Schmidt.

Niet alleen vormt deze cd mijn eerste kennismaking met Croisé, maar ook met het Eurasian Soloists Chamber Orchestra. Het ‘model' is ook van andere ensembles bekend: jonge (top)musici in de leeftijdscategorie van 18 tot 30 jaar, afkomstig uit verschillende Europese en in dit geval ook Aziatische landen en van een bescheiden omvang: zo'n vijfentwintig leden, waarbij ieder lid ook als solist optreedt (vandaar 'solists' in de naamgeving van het ensemble). Het werd in 2015 opgericht door de violisten Jana Ozolina en Sherniyaz Mussakhan (hij speelt samen met Croisé de solopartij in Vivaldi's RV 547). Mussakhan is tevens de artistiek leider van het gezelschap.

Jonge zeer muzikale mensen: het kan veel synergie opleveren, maar ook de ouderen stimuleren. Zo merkte Bernard Haitink eens op dat hij juist jong bleef door veel met jonge mensen te musiceren. Misschien blijven we allemaal wel jong, mede dankzij dit fraaie album! Hopen we dat niet allemaal?


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links