CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2021

Leipzig 1723 - Stefan Temmingh

Graupner: Concerto in F, GWV 323 (blokfluit, strijkers, b.c.)

Fasch: Sonate in d, FaWV N:d3 (2 violen, altviool, b.c.) - Concerto in F, FaWV L:F6 (blokfluit, strijkers, b.c.)

Bach: Concerto in F, BWV 1057 (2 blokfluiten, klavecimbel, strijkers)

Telemann: Kwartet in g, TWV 43:g4 (blokfluit, viool, altviool, b.c.) - Concerto in C, TWV 51:C1 (blokfluit, strijkers, b.c.)

Stefan Temmingh (blokfluit), Sebastian Wienand (klavecimbel), Capricornus Consort Basel o.l.v. Péter Barczi
Accent ACC 24375 • 66' •
Opname: aug. 2020, St. German Kirche, Seewen (Zwitserland)

   

Kunt het zich voorstellen? Dat Johann Sebastian Bach de zozeer begeerde, in 1723 vacante positie van Thomascantor in Leipzig pas in de wacht sleepte nadat Johann Friedrich Fasch, Christoph Graupner en Georg Philipp Telemann om de een of andere reden waren afgevallen? Dat hij toen in feite derde keus was, in een selectieproces dat maar liefst negen maanden in beslag nam. De dood van Thomascantor Johann Kuhnau, op 5 juli 1722, had overigens nog meer, zij het in de ogen van de selectiecommissie al bij voorbaat aanzienlijk minder interessante kandidaten naar Leipzig getrokken: Georg Friedrich Kauffmann (organist in Merseburg), Georg Balthasar (organist aan de Neukirche in Leipzig), Christian Friedrich Rolle (cantor in Magdeburg) en Christian Petzold (organist aan het hof van Dresden)*.

De functie van Thomascantor was nog om een andere reden van groot gewicht: zijn evenzo belangrijke plaats in het muziekleven als ‘Musikdirektor', al was het dan in een weinig frivole omgeving, binnen de perken van het lutheraans-kerkelijke gedachtengoed dat ook in Leipzig een dominante rol vervulde. Maar helder was wel dat wie in Leipzig Thomascantor was, daarmee een de belangrijkste muzikale posities in het gehele land innam.

Het is nu volkomen anders, je zou kunnen zeggen dat de rollen zijn omgedraaid, maar rond Bachs benoeming was Telemann veel bekender en genoot hij meer aanzien dan Bach. Medio augustus 1722 was de keus dan ook unaniem op Telemann gevallen, een man van grote statuur die zijn sporen als componist, organist en kapelmeester ruimschoots verdiend had. Dat Telemann al vooraf had aangekondigd dat hij totaal geen zin had in het gevsn van Latijnse aan de aan de Thomaskirche verbonden Thomasschool (een verplichting die dienovereenkomstig op iedere aangetreden Thomascantor rustte) bleek zelfs voor de beoordelingscommisie geen enkele sta-in-de-weg. Voor Telemann was er uiteindelijk geen enkel beletsel om de stap te maken van zijn slecht betaalde baan in de Hanzestad Hamburg (hij was er sinds 1721 organist en cantor aan het Johanneum en ‘Musikdirektor' a an de vijf evangelisch-lutherse hoofdkerken) naar de beter honorerende universiteitsstad Leipzig. Totdat zijn geschrokken broodheren nog net op de valreep – na het nieuws over zijn in Leipzig inmiddels aanvaarde positie te hebben vernomen - hem een stevige salarisverhoging in het vooruitzicht stelden. Telemann bedacht zich nauwelijks en bleef…in Hamburg. Waarna Telemann, waarschijnlijk zonder het goed en wel te beseffen, de weg vrijmaakte voor Johann Sebastian Bach.

Het voorliggende nieuwe album voert ons in muzikaal opzicht terug naar het Leipzig van 1723, toen het er zozeer om spande wie het tenslotte zou worden, met werken van Bachs 'concurrenten' Graupner, Fasch en Telemann, de vier hoofdrolspelers rond de benoeming van de nieuwe Thomascantor. Dat ook Bach met een van zijn werken is vertegenwoordigd spreekt uiteraard voor zich, daardoor en passant nog maar eens bevestigend dat hij als componist ver boven zijn rivalen uitstak. Alleen Telemann komt hier enigszins in de buurt van zijn inventie.

De protagonist onder dit selecte gezelschap op dit nieuwe album, de blokfluitist Stefan Temmingh, heb ik in het kader van het Bachfest Leipzig bij verschillende gelegenheden ontmoet. En dat niet alleen: ik heb o.a. met hem in meerdere radioprogramma's van de MDR (Mitteldeutscher Rundfunk) over Bach en de Barok geparticipeerd. Ik vertel het er maar bij omdat – voor zover dat überhaupt in het muzikale domein mogelijk is – sommigen (althans zij die toen of in het publiek zaten of de radio-uitzendingen hebben gevolgd) misschien daardoor zouden kunnen twijfelen aan mijn ‘objectiviteit'.

Op het gevaar af dat het zo is: van Temmingh weet ik in ieder geval dat hij een ware virtuoos is op zijn instrument en dat hij bovendien de historiserende uitvoeringspraktijk al jaren geleden tot de zijne heeft gemaakt en daarbij zelf musicologisch onderzoek heeft gedaan. Dus wat de barokcomponisten betreft: hij kent zijn pappenheimers wat dit betreft en musiceert op dit vlak graag met gelijkgestemden. Deze cd levert er het onomstotelijke bewijs van: virtuoos, geëngageerd, met een duidelijk spirituele inslag en muzikantesk enthousiasmerend. Alleen maar accolades dus. Het is zoals het is!

Het gemêleerde gezelschap geeft de juiste toon aan op dit album dat dus terecht de titel meekreeg Bach and His rivals for the Thomaskantor Position. Kortom, dit is precies wat het moet zijn. De gelukkig niet ruim gedoseerde kerkakoestiek helpt mee om het musiceren extra gloed te verlenen.

________________
* Twee menuetten uit diens Suite voor klavecimbel kwamen – anoniem, dus zonder bronvermelding! – terecht in Bachs tweede ‘Notenbüchlein' voor Anna Magdalena Bach. Ze werden daarom ten onrechte aan Bach toegeschreven en als zodanig gecatalogiseerd: het menuet in G onder BWV Anh. 114 en het menuet in g onder BWV Anh. 115. Aardig daarbij is dat het menuet in G in ons land dagelijks te horen valt uit de paddenstoelen in het sprookjesbos van ‘De Efteling'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links