CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2022

Carlo Gesualdo - Dolcissima mia vita - Madrigali a cinque voci, Libro quinto (1611)

Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
LPH 036 • 55' •
Opname: sept. 2020, Karmelietenkerk, Gent

   

De albumtitel doet misschien de wenkbrauwen fronsen: Dolcissima mia vita, naar het gelijnamige madrigaal (track 5), alsof het leven van Carlo Gesualdo (1566-1613) daar aanleiding toe zou geven! Integendeel zelfs: hij staat weliswaar te boek als een groot componist, maar ook als moordenaar. Niet zomaar een moord overigens, maar een die uit wraakzucht en passie (vaak een dodelijk mengsel) werd geboren.

Er is iets voor te zeggen om primair het werk en niet de mens te beoordelen (of te veroordelen?). Maar om toch bij het laatste nog maar eens stil te staan: wat bezielde deze prins van Venosa en graaf van Conza, een avant-gardist avant la lettre met een groot aantal madrigalen van uitzonderlijke kwaliteit en vooruitstrevendheid op zijn naam, die ook als principe assasino, als ‘prinselijke moordenaar, faam verwierf? ‘De wraak van de bedrogen echtgenoot was niet mis: de overspelige echtgenote en haar minnaar werden bijna letterlijk in mootjes gehakt en buiten het paleis tentoongesteld, waar het publiek zich eraan kon vergapen. Waarna Gesualdo de benen nam uit angst voor gerechtigheid.

Het verhaal inspireerde grote dichters als Tasso, Marino en Cortese om er hun uitermate verbeeldingsvolle teksten aan te wijden. Een moordscène in lyriek zogezegd. En moorden kon Gesualdo. Hem werd zelfs in de schoenen gewreven dat hij zijn tweede zoon had omgebracht, louter en alleen omdat hij twijfelde aan zijn vaderschap. Dan is er nog de mogelijke moord op Gesualdo's schoonvader, toen deze wraak wilde nemen op de moord op zijn dochter. In beide gevallen is er in officiële gerechtsdocumenten niets van te vinden, maar vaststaat wel dat er met Gesualdo niet te spotten viel.

Kwam er alsnog berouw na de zonde? De meningen zijn erover verdeeld, maar een feit is wel dat Gesualdo zich in 1596 na een turbulent bestaan terugtrok op het familielandgoed in Napels. Hij had zijn straf weten te ontlopen, maar mogelijk geplaagd door zijn besmette verleden vereenzaamde hij, kwam hij nauwelijks nog de deur uit en sprak hij vrijwel niemand meer. Visioenen en waanvoorstellingen teisterden hem en hij kan slechts enige rust vinden in de omarming van een jongen. Gesualdo overleed op 8 september 1613 in Avellino, drie weken na de dood van zijn zoon Emanuele.

En de muziek? Gesualdo's voornaamste compositorische kracht lag in het gebruik van de halve toonsafstand. De chromatiek gaf spanning en 'verlossing', minder voorspelbaar ook. Het expressieve element kreeg meer gewicht, zoals ook blijkt uit de zes madrigalenboeken die tussen 1594 en 1611 ontstonden. Ze worden beheerst door twee thema's, de dood en het lijden door de liefde, die beide een grote emotionele kracht in zijn composities losmaakten. Knoersende dissonanten onderstrepen de dramatische ontwikkelingen. Het parcours is rusteloos, vaak ook van de hak op de tak, verrassend chromatisch, afwisselend angstig en klagend pulserend. De uiterste vocale grenzen worden verkend, alsof het eigen leven er model voor staat. Het is buitengewoon krachtige, compromisloze muziek die ver afstaat van de gebruikelijke gelijkmatigheid in die tijd en op Gesualdo's tijdgenoten ongetwijfeld gemengde indrukken zal hebben achtergelaten. Nee, dit is geen muziek om te behagen, maar in noten gevatte rauw realistische overpeinzingen. Gesualdo's muziek roept vragen op, de thema's zijn vaak diametraal en niet specifiek gericht op het realiseren van esthetische schoonheid. Het lijkt veel meer op een soort middeleeuws verisme, dat in de madrigaalkunst is verpakt.

Het madrigaal gold in die tijd als een van de hoogste vormen van zangkunst. Daarin toont Gesualdo zijn absolute meesterschap, in het zestiende-eeuwse Italië zelfs heersend over het genre. Stilistisch houdt hij zich nog aan de conventie: hij schrijft zelfs conservatief, maar wel baden de vijfstemmige stukken deels in uitermate knap contrapunt, met niet minder inventief aangebrachte contrasten in het meerstemmige stemmenweefsel. Indrukwekkend is ook de manier waarop hij de muziek de tekst laat volgen. Hij doet dat zelfs uiterst geraffineerd: ritmische voortstuwing (noema) en fonkelende dialogen (fuga) getuigen van groot compositorisch vernuft. Dit is geen muziek die zich zomaar even laat wegcijferen of waar het stof der eeuwen maar beter op mag blijven rusten.

Misschien nuttig om hier nog even te memoreren wat een madrigaal (matricalis in het Latijn) precies is, want daarover bestaat merkwaardig genoeg onvoldoende eenduidigheid. Het is eenvoudig samengevat een polyfoon (dus meerstemmig) profaan (dus niet kerkelijk) lied dat zich vanuit de Renaissance en de Vroegbarok ontwikkelde met als voornaamste uitgangspunt het op een muzikaal-illustratieve wijze tot uitdrukking brengen van de (niet religieuze) tekst. Wat dus tevens aangeeft dat ook de tekst en de verstaanbaarheid ervan van groot gewicht is. Mogelijk is het misverstand ontstaan omdat het madrigaal al in de Middeleeuwen als genre voorkwam, doch als zodanig niets gemeen heeft met het zestiende-eeuwse madrigaal zoals dat in Italië tot wasdom kwam en al spoedig grote delen van Europa veroverde. Het is dus dit meerstemmige madrigaal (om de uitdrukkingskracht te verhogen was tien- tot twaalfstemmig zelfs geen uitzondering!) dat door Gesualdo naar grote hoogte werd gevoerd.

Naarmate de tijd vorderde werd het madrigaal - men wilde nu eenmaal méér en de mogelijkheden waren er - voorzien van een (vaak rijke) instrumentale begeleiding met tegelijkertijd de uitdunning van de vocale stemmen. De weg van het (solo)madrigaal voerde uiteindelijk naar de (solo)cantate.

Igor Stravinsky (1882-1971) keek niet alleen ver vooruit, maar ook achterwaarts, vanuit neoklassiek perspectief, wat niet alleen blijkt uit zijn voortreffelijke Pergolesi-bewerkingen, maar ook uit het muzikale monument dat hij in 1966 voor Gesualdo oprichtte: de balletmuziek ‘Monumentum pro Gesualdo', naar aanleiding van het vierhonderdste geboortejaar van de grote Italiaanse madrigalist. Dat was in de tijd dat – voluit – Carlo Gesualdo (principe) de Venosa – als componist nog nauwelijks in de belangstelling stond, maar misschien nog belangrijker is het feit dat dit ‘monument', dat feitelijk fungeert als eerbetoon aan de grote Italiaanse madrigalist, nog eens duidelijk het belang van Gesualdo onderstreept.

De uitvoering van deze muziek vraagt dus nogal wat, te beginnen bij het evocatief-emotionele karakter ervan (de tekst is wat dit betreft net zo leidend als de muziek dat is), het desondanks vereiste evenwicht tussen vocale individualiteit en collectiviteit, de aandacht voor balans, timbre, dictie en natuurlijk transparantie in de stemvoering. Het zijn zo van die aspecten die het Collegium Vocale Gent onder leiding van Philippe Herreweghe als het ware op het lijf geschreven zijn.

Is daarbij de verstaanbaarheid een punt van zorg? Het kan een lastige afweging zijn geweest, maar Herreweghe heeft duidelijk gekozen voor pure klankschoonheid binnen een uiterst vloeiend expressiemodel, waardoor de verstaanbaarheid naar het tweede plan is verschoven. Dat gold overigens ook voor het door mij eerder besproken Madrigalenboek 6 door dezelfde uitvoerenden. Het ensemble is met zeven zangers gelukkig bewust klein gehouden: less is more zogezegd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links