CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2021

Víkingur Ólafsson - Mozart & Contemporaries

Klik hier voor het programma

Víkingur Ólafsson (piano)
DG 4860525 • 73' •
Opname: april 2021, Harpa, Reykjavik

   

Voor deze bespreking ‘steel' ik uit een recensie van collega Siebe Riedstra (klik hier) over het spel en de achtergronden van de IJslandse pianist Vikingur Ólafsson die met Mozart & Contemporaries zijn vierde DG-album presenteert. Opnieuw mag het resultaat er zijn. Maar nu dan eerst dat citaat:

‘Víkingur Ólafsson behoort tot het zeldzame ras van pianisten bij wie je vergeet dat er een instrument tussen bespeler en luisteraar staat. Hij ziet kans om de inkt van de noten direct te transformeren in klank, en onder zijn handen (hij heeft extreem lange vingers) wordt zelfs een matige notenschrijver als Philip Glass opgewaardeerd tot een magnetische luisterervaring'.

Zo is het dus…opnieuw. De implicatie: er is bij Ólafsson altijd sprake van verrassend spel. Dat viel me uiteraard al eerder op, o.a. in werk van Philip Glass (hier besproken) als in zijn gestreamde huiskameroptredens tijdens de pandemie. Kortom een musicus van groot formaat die – zoveel is eveneens duidelijk - nieuwe wegen wil zoeken en daarbij elke stap dóórdenkt en routine buiten de deur weet te houden. Alles tezamen maakt hem dat tot een bijzondere musicus en daarom is het altijd wel uitkijken naar een nieuw album.

Geen enkel misverstand erover: Ólafsson rommelt als interpreet niet met de noten, maar dat hoeft ook niet om een partituur een eigen ‘gezicht' te geven. Zijn kunst zetelt in het detail en de exploratie die daaruit voortvloeit. Wat hem – en daarmee tevens de luisteraar - bovendien helpt is zijn repertoirekeuze: als hij voor bekend(er) werk kiest, dan wordt dat afgewisseld met veel minder bekende stukken, zoals die van Galuppi en Cimarosa. Zijn eigen artistieke stempel drukt hij dan nog eens stevig op zijn bewerkingen die zo overtuigend en smaakvol zijn dat je zou denken dat het door de desbetreffende componisten zelf is bedacht. Wat dit betreft – het is slechts één aspect van zijn kunnen – doet hij niet onder voor een gigant als Franz Liszt (die eveneens met een bewerking is vertegenwoordigd). Laat ik er dan tevens als compliment aan toevoegen dat Ólafsson een van de weinige musici is die zelf het arrangeren aandurft. Wat in vroegere tijden ‘gewone kost' was, is tegenwoordig zo ongeveer een witte raaf in het muziekbedrijf, al wil ik de vele organisten die dit bijzondere vak uitstekend verstaan (en bovendien als geen ander kunnen improviseren!) hier zeker niet tekort doen.

In het spel van Ólafsson draait het om pure verfijning, kleurraffinement en betovering. Maar er is meer: de aandacht die hij aan de middenstemmen schenkt levert voor de luisteraar menige verrassing op. De geraffineerde stemvoering maakt details hoorbaar die bij andere pianisten of in het vergeetboek zijn geraakt of weinig aandacht toegemeten hebben gekregen. Vanuit die optiek baadt Mozarts ‘Sonate facile' (de subtitel is overigens bedrieglijk, want zo gemakkelijk is die sonate echt niet, althans niet voor degenen die zich niet van slordig spel wensen te bedienen) dankzij Ólafssons intelligente en fijnmazige aanpak, gedacht vanuit een rijk expressief palet, in een klankspel vol subtiliteit en finesse. Fascinerend zijn ook de herhalingen die bij hem niet verzanden in een routineus letterlijk genomen discours maar worden ze met behulp van slechts minimale maar wel degelijk treffende accenten als het ware nieuw leven ingeblazen. Krachtig is ook het pleidooi voor het contrasterende mineur en majeur, zoals in Galuppi's Andante spiritoso uit diens Negende pianosonate, wat we ook terug kunnen horen in waar het wellicht het minst voor de hand ligt: in de beide sonates van Cimarosa, door Ólafsson knap ingericht voor de veeleisende piano. Het mengsel is door Cimarosa al uitermate expressief aangelegd, maar Ólafsson lengt de sombere glans nog verder aan. Dat sombere (wat iets anders is dan troosteloos) is wat het merendeel van deze uitgave trouwens bepaalt: er zijn veel mineur-toonsoorten te registreren, maar dat is slechts een deel van het gehele verhaal: bij Haydn en Mozart staat het mineur de hooggestemde spiritualiteit nooit in de weg. Trouwens beide componisten maken superieur duidelijk wat een conciese doorwerking vermag te bewerkstelligen: Mozart in zijn Sonate nr. 14 (de sonate waarvan het openingsdeel Beethoven zozeer inspireerde) en Haydn in zijn Sonate nr. 47.

Dit zijn vertolkingen die bij uitstek wordt gedragen door de fenomenale karakterisering van ieder stuk afzonderlijk. Ólafsson de meesterpianist die die intellect en intuïtie op ideale wijze weet te verbinden en door de opnametechnici op zijn ongetwijfeld niet bescheiden wenken is bediend. Nog een opvallend aspect: Ólafsson zorgde zelf voor de uitstekende toelichting. Vrijwel geen musicus die dat tegenwoordig nog voor zijn rekening neemt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links