CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2019

 

In Flander's Fields 101 - The Cello in Madness

Locatelli/Piatti: Sonata da camera op. 6 (Au talon) (bew. voor cello en piano)

Lonque: Vieux Quai op. 9 (voor cello en piano)

Feldbusch: Mosaïque op. 24 (voor cello solo) - Trois Mouvements pour piano op. 19 - Cadence et Allegro op. 13 (voor cello en piano)

Olsi Leka (cello), Piet Kuijken (piano)
Phaedra PH 92101 • 63' •
Opname: april 2019, Blauwe Zaal, deSingel, Antwerpen

 

Désiré Feldbusch (1922-2007) (hij koos later voor de artiestennaam Eric Feldbusch) is, anders dan in zijn geboorteland België, als eens internationaal gevierd cellist in het vergeetboek geraakt, een lot dat hij moet delen met zoveel andere grote musici. Maar ook als componist deed hij van zich spreken, terwijl hij voor de verspreiding van de Belgische muziek veel heeft gedaan. Zowel als directeur van het Brussels conservatorium (Franstalige sectie) als door zijn sterke betrokkenheid bij de Unie van Belgische Componisten (de pendant van ons Nieuwe Geneco, het genootschap van Nederlandse componisten) en als voorzitter van VeBelMu, de vereniging die zich van 1977 tot 2002 toelegde op de promotie van de Belgische muziek.

Daarmee is het beeld omtrent Feldbusch nog niet compleet, want hij hield ook van het orkest en speelde daarin regelmatig mee, onder meer bij het toenmalige Limburgs Symfonie Orkest en het bij Orchestre Philharmonique de Liège. Ook de kamermuziek had zijn grote belangstelling en was hij uit dien hoofde een graag geïnviteerde cellist. Feldbusch was bovendien de oprichter van het Quatuor Artem en het Quatuor Municipal de Liège, en hij vormde met de pianist Naum Sluszny en de violist Carlo Van Neste een pianotrio (vanaf 1961 het Trio Koningin Elisabeth, gelet op de persoonlijke verbondenheid tussen de toenmalige Belgische koningin en Feldbusch, die teruggaat tot de jaren tijdens de Tweede Wereldoorlog). Later maakte hij nog deel uit van de Raad van Bestuur van het Koningin Elisabeth Concours en van de Muziekkapel.

Het is een goede gedachte geweest om werk van Feldbusch te omringen door dat van twee andere componisten: Pietro Locatelli (1695-1764) en Feldbusch' landgenoot en Gentenaar Georges Lonque (1900-1967), anders dan de Italiaan al evenmin bekend in deze contreien.

Ook wat het ‘Belgische aandeel' op dit album betreft kunt u gerust zijn: dit is geen piepknormuziek en al evenmin muziek die van de musici de meest vreemde capriolen verlangt. U waant zich bij de ‘Oude Kade' van Lonque (geïnspireerd door een gedicht van Georges Rodenbach) zelfs even in de Laatromantiek, terwijl in de drie werken van Feldbusch het vooral gaat om de exploratie van de vele speltechnische mogelijkheden van de cello, wel of niet gehuld in een serieel jasje (zoals in ‘Trois Mouvements', een stuk trouwens waarin de grote septiem als hevig wringend spelelement een belangrijke rol vervult). Ook in de cellosuite ('Mosaïque') zijn er nogal wat technische hindernissen te overwinnen, wat tevens geldt voor het Allegro op. 13 dat alleen lijkt te zijn weggelegd voor musici met een zeer ruimhartig technisch vocabulaire. Het is in ieder geval geen sinecure om alleen al dit stuk van nog geen zeven minuten tot een volmaakt einde te brengen! En vlak de rol van de pianist niet uit! Ook zijn partij is verre van kinderachtig.

De Albanese cellist Olsi Leka (Tirana, 1980) ontpopt zich als een technisch en interpretatief groot cellist die wordt bijgestaan door een andere grootheid: de Belgische pianist Piet Kuijken (1972), telg van de zeer muzikale Kuijken-familie, die nog niet zo lang geleden een geweldige Brahms-cd volspeelde (klik hier). De door Jelle Tassyns gemaakte opname is een wondertje van transparantie en sonoriteit.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links