CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2019

 

Xenia Löffler - The Oboe in Dresden

Vivaldi: Sonate voor hobo en b.c. in c, RV 53

Anoniem (Reichenauer?): Concert voor hobo, viool, cello & b.c. in Bes

Fasch: Kwartet voor 2 hobo's, fagot en b.c. in g, FaWV N:g1

Telemann: Triosonate voor hobo, viool & b.c. in g, TWV 42:g12

Piatti: Sonate voor hobo en b.c. in c

Hasse: Concert voor chalumeau, hobo, fagot en b.c. in F

Anoniem (Pisandel?): Trio voor hobo, viool en b.c. in g

Stölzel: Sonate I voor hobo, viool, hoorn en b.c. in g

Xenia Löffler en Michael Bosch (hobo), Daniel Deuter (viool), György Farkas (fagot), Václav Luks (hoorn), Katharina Litschig (cello), Michaela Hasselt (klavecimbel)
Accent ACC 24361 • 78' •
Opname: oktober 2018, Reitstadl, Neumarkt (D)

 

Eerlijk gezegd werd ik, wat dit nieuwe album betreft, vooral aangetrokken door de hoofdrol voor de Duitse hoboïste Xenia Löffler dan door de overige musici en het programma. Een beetje dom natuurlijk, maar die attractie had wel een achtergrond: ik heb Löffler met name in Duitsland vele malen gehoord (en zelfs tweemaal gesproken, tijdens het Bachfest in Leipzig) en was diep onder de indruk geraakt van zowel haar spel als haar musicologische kennis. En dit dan gecombineerd met een stevige dosis spontaniteit en een sterk geloof in de kwaliteit van veel barokmuziek. Bij haar moest je niet aankomen met de opmerking dat ‘veel barokmuziek op elkaar lijkt', want dan werd je prompt de oren gewassen. Wat met ook nog zeer helder voor de geest staat was de bijna uitputtende repetitie van een van Bachs Brandenburgse concerten met het Tsjechische ensemble Collegium 1704 (in 1990 opgericht door Václav Luks), in de Nikolaikirche in Leipzig. Ik raakte vooral geïntegreerd door de werkelijk fonkelende wisselwerking tussen deze hoboïste en dirigent Luks (op deze cd in de rol van hoornist). Op dit album trouwens nog, evenals Löffler, twee aan dit Praagse ensemble verbonden musici de hoboïst Michael Bosch en de fagottist Györgyi Farkas.

Terug in de tijd, het achttiende-eeuwse Dresden, aan het hof van de Saksische keurvorst die over een ruim bemeten muziekkapel en de meest uitgelezen musici beschikte. Tenminste, dat hield de in Leipzig zetelende Johann Sebastian Bach het kerk- en stadsbestuur voor: ‘Man müsse nur nach Dresden blicken, um zu erkennen, was eine angemessene Bezahlung der Musiker bewirkte'. En als zo'n musicus zich dan ook nog op één instrument kon specialiseren? Dan moest er – volgens Bach – ‘treffliches und excellentes' te horen zijn.

 
 

Xenia Löffler

Hofmuziek had vanaf de zeventiende eeuw in Dresden al een zeer belangrijke rol gespeeld, een ontwikkeling die in 1733 ongebroken niet alleen werd voortgezet door de zoon van August de Sterke, maar door hem ook nog verder werd uitgebouwd: musici kwamen niet meer voornamelijk uit Italië (het ‘wervingsbeleid' was door Friedrich August II in gang gezet), maar van heinde en verre, vooral aangetrokken door de uitstekende reputatie van de hofkapel en de riante vergoedingen die hen door de nieuwe machtgebber in het vooruitzicht werden gesteld. Het zal geen verbazing wekken dat de technische ontwikkeling van het instrumentarium daarmee min of meer gelijke tred hield.

Het ‘bewijs' ligt voor, met dit nieuwe album waarin op uiterst spirituele wijze deze sonates, trio's, kwartetten en concerten zijn vormgegeven en waarvan het inventieve karakter gelukkig ver afstaat van wat gemeenlijk onder de ‘zoveelste barokmuziek' wordt verstaan. Bovendien zijn hier zeven uitgelezen instrumentalisten aan het ‘woord' die zich de historiserende uitvoeringsprakrijk volkomen eigen hebben gemaakt en die spontaniteit hoog in het vaandel hebben. De bijzonder fraaie instrumentale combinaties en dit uitermate vloeiend en aanstekelijk musiceren maken van deze cd alles behalve een twaalf-in-het-dozijn exercitie. Als de historie zo mag herleven krijg ik er in ieder geval geen genoeg van!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links