CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2018

 

Giacomo Facco - Master of Kings

Facco: Cantate 'Clori, Pur Troppo Bella' - Sinfonia di Violoncello a Solo in c - Cantate 'Perche Vedi Ch'io T'amo' - Sinfonia di Violoncello a Solo in D - Cantate 'Amama Libertad, Enhorabuena' - Sinfona di Violincello a Solo in g - Cantate 'Cuando En El Oriente'

Eugenia Boix (sopraan), Guillermo Turina (cello), Tomoko Matsuoka (klavecimbel)
Cobra 0063 • 72' •
Opname: juni 2017, Westvest90, Schiedam

 

Giacomo Facco (1676-1753) was een zeer bedreven violist, dirigent en componist. En zoals het zo vaak gaat: alom gevierd in zijn tijd en daarna – zijn muziek incluis - in vergetelheid geraakt. Pas in 1962 kwam zijn leven en werk weer in de belangstelling dankzij de inspanningen van de Mexicaans-Italiaanse muziekwetenschapper, dirigent en componist Uberto Zanolli (1917-1994). In 1970 verscheen van zijn hand een lijvige biografie in het Spaans: ‘Giaocomo Facco: Maestro de Reyes - Introducción a la vida y la obra del gran músico véneto de 1700'. Aldus stond Facco weer op de kaart. De titel van dit nieuwe Cobra-album is daarvan afgeleid: ‘Maestro de Reyes', ‘Master of Kings', ofwel ‘Meester der Koningen'. Zoals zoveel musici en componisten (vaak waren ze in beide disciplines uiterst bedreven) in die tijd waren het de adellijke families en de hoven die hen werk en sociale zekerheid konden bieden.

Facco werd niet in Spanje geboren, maar in het Italiaanse dorpje Marsango (met de auto is het vanaf Venetië niet meer dan zo'n driekwartier rijden). Daar is van zijn werk niets te vinden, maar wel in Napels, waar een in 1702 gecomponeerde serie cantates wordt bewaard. Dat is niet toevallig, want het was in Napels waar Facco in dienst trad van de welgestelde familie Spinola (die deel uitmaakte van de Spaanse adel). Toen Antonio Spinola tijdens de Spaanse Successieoorlog tot Siciliaanse onderkoning werd benoemd, trok ook Facco met hem mee. Daar in Sicilië hield Facco meerdere opera's, oratoria en cantates ten doop. De Vrede van Utrecht had echter ook grote gevolgen voor Sicilië en zorgde ook daar voor een politieke aardverschuiving: Spanje droeg de macht over aan het koninkrijk van Savoye en in 1713 vertrok het hof van Spinola met in zijn gevolg ook Facco naar Spanje. Daar nam Facco afscheid van de Spinola's trad Facco in dienst van een nieuwe broodheer: het Madrileense hof, waar hij onder meer lesgaf aan Luis, de prins van Asturias, zich verder verdienstelijk maakte als violist in de Chapel Royal en uiteraard ook daar componeerde. Hem komt bovendien de eer toe dat hij de eerste Italiaanse opera op een Spaans libretto componeerde: ‘Amor es todo Invención'. De première vond uiteraard in Spanje plaats: in het Coliseo del Buen Retiro, in 1721. Facco bleef zich tot zijn dood in 1753 met Spanje verbonden voelen.

De Cobra-uitgave zet de schijnwerper op een aantal van Facco's composities uit diens twee verschillende levensfasen: die in Italië en Spanje. In zekere zin sluit deze aan op een eerder verschenen Cobra-album, waarin de muziek van de Italiaan en tijdgenoot van Bach, Francesco Supriani (1678-1753), centraal stond onder de titel ‘Principles to learn to play the cello', eveneens met medewerking van Guillermo Turina, Eugenia Boix en Tomoko Matsuoka. We hebben die cd niet besproken, maar misschien komt het er nog van.

‘Master of Kings' biedt vier cantates (volgens het bekende recitatief- en ariamodel) en drie sinfonia's (vierdelig, afwisselend langzaam en snel) voor cello solo (met het klavecimbel als begeleidingsinstrument). Aldus is een smaakvolle variatie ontstaan die bovendien een representatief beeld biedt van de Italiaans-Spaanse barokmuziek uit de achttiende eeuw. Met uitzondering van de cantate 'Cuando En El Oriente' zijn ze hier voor de eerste maal vastgelegd. Tom Peeters heeft er weer een opnamejuweeltje van gemaakt, waarbij de Schiedamse Westvestkerk zich wederom bewezen als een uitstekende opnamelocatie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links