CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2019

 

Lucie Horsch - Baroque Journey

Van Eyck: Der Fluyten Lust-hof (Lavolette; EngelsNachtegaeltje)

Händel: Solomon HWV 67 (The Arrival of the Queen of Sheba)

Bach: Concerto in d, BWV 1059R - Matthäus Passion BWV 244 (Erbarme dich) - Ouverture nr. 2 in b, BWV 1067 (Badinerie)

Castello: Sonata Seconda

Sammartini: Concerto in F

Marais: Couplet des Folles

Naudot: Concerto in C, op. 17 nr. 1

Tollet: Divisions on a Ground

Purcell: Dido and Aeneas Z 626 (Dido's Lament)

Lucie Horsch (sopraan-, stem-, alt- en sopraninoblokfluit), Charlotte Barbour-Condini (sopraan- en basblokfluit), Thomas Dunford (luit), Academy of Ancient Music
Decca 00028948347223 • 61' •
Opname: augustus en september 2018, St. Jude's, Hampstead, Londen

 

Het tv-programma ‘Podium Witteman' biedt iedere week uitzicht op de ‘Jonge Helden' van de presentator. (Piep)jonge mensen die vocaal of instrumentaal veel tot heel veel in hun mars hebben en waarvan een aantal het later ongetwijfeld zullen ‘maken'. Waarbij het overigens minder een kwestie van heldendom en meer een zaak is van (zeer) groot talent dat er bij wijze van spreken om schreeuwt om verder te worden geëxploreerd. Soms vraag ik me weleens af: is die of die solist niet veel te jong? Pushen de ouders (of de docent) niet teveel? Zou hij of zij er niet beter aan doen om lekker buiten te spelen? Hoewel… spelen kinderen eigenlijk nog wel buiten? Als ik alleen al om mij heen kijk zie ik alleen maar witte smoeltjes. Ze ‘gamen' liever thuis dan dat ze tikkertje doen. Misschien kun je dan maar beter muziek studeren...

In november 2017 zag ik de zeer talentvolle musicienne Lucie Horsch in dat tv-programma. De aanleiding: de uitreiking van de Edison voor haar debuutalbum met concerten van Antonio Vivaldi (hier besproken). Ze was toen achttien en dus niet meer zo jong dat ze paste in Wittemans ‘Helden'-categorie. Maar ze e was toen al wel een concourswinnares waar niemand omheen kon. Zo won ze de ‘Young Talent Award' en ze trad op voor ons Koningshuis. Met een jeugdige onbekommerdheid stak ze niet onder stoelen of banken dat ze niets liever wilde dan iedereen gelukkig maken met haar muziek. De blokfluit was en zal waarschijnlijk haar lijfinstrument blijven, maar ze maakt ook graag uitstapjes naar de piano en zang. Dat haar muzikaliteit (mede) een genetische oorsprong heeft lijkt duidelijk, want haar vader en moeder spelen cello en haar broer viool. In huize Horsch heeft muziek altijd een heel belangrijke rol gespeeld.

Het is niet overdreven gezegd: Lucie is een van die vele jonge musici die baanbrekend werk verrichten voor zowel de promotie van klassieke muziek als van hun instrument (beide horen uiteraard onverbrekelijk bij elkaar). Zo vormen ze - bedoeld of onbewust - als het ware een tegenwicht tegen de kaalslag in het muziekonderwijs op basisscholen, nog eens aangevuld door veelal het gebrek aan muzikale opvoeding thuis. Ouders die zelf weinig tot geen belangstelling voor klassieke muziek hebben, geven die lacune net zo gemakkelijk door aan hun kinderen en die weer aan hun kinderen. Klassieke muziek is niet elitair en geen niche, al doet men in sommige politieke kringen helaas voorkomen dat dit wel zo zou zijn. Dat subsidies beter aan carnavalsoptochten kunnen worden besteed dan aan de concertzaal.

Lucie koos voor de blokfluit. Hoe mooi vader Gregor ook cello speelde (hij is als cellist verbonden aan het Concertgebouworkest), het werd voor de vijfjarige dreumes toch de blokfluit. Niet dat al bij voorbaat vaststond dat ze er zo aan verslingerd zou raken en dat ook vol zou houden. Hoe gaat het niet vaak anders? Het begint op de muziekschool met de blokfluit (goedkoop en handzaam, maar ook in pedagogisch opzicht een uitstekende keus), waarna de leerling na verloop van tijd overstapt naar een ander instrument, meestal dan de definitieve keus. De blokfluit raakt dan als volwaardig instrument in vergetelheid. Het diende immers slechts tot - zij het waardevol - opstapje!

In het cd-boekje zegt Lucie dat de blokfluit dicht bij de menselijke stem ligt. Dat zonder tussenkomst van een riet of embouchure, maar direct door de ademhaling de pure klank wordt voortgebracht die menigeen weet te ontroeren. En, heel belangrijk, voegt ze eraan toe dat je wel creatief moet zijn om de expressieve mogelijkheden van het instrument goed te benutten. Daarin weet ze zich gesteund door de vele vaderlandse voorbeelden, waaronder Frans Brüggen, Erik Bosgraaf, Saskia Coolen en … zijzelf.

Om het blokfluitspel in brede zin nog verder te stimuleren, heeft Lucie een rondreis gepland die haar in februari naar Londen, Bury Saint Edmunds en Cambridge voert, en vervolgens op 1 maart naar Heerlen (Theater), 2 maart naar Rotterdam (Doelen), 3 maart naar Amsterdam (Muziekgebouw) en 7 maart naar Oosterbeek (Vredebergkerk). De reis staat geheel in het teken van de Barok, want dat was toentertijd bij uitstek het domein van de blokfluit (waarna de definitieve neergang begon: na de opkomst van de klassieke componisten werd het instrument nauwelijks nog een blik waardig werd gegund). Geen wonder dus dat Lucie tijdens haar Europese rondreis met kwistige hand fluitmuziek uit de Barok - zij het merendeels in bewerkingen - rondstrooit, te beginnen bij haar landgenoot Jacob van Eyck, een componist bovendien die - en hij niet alleen - haar de ruimte geeft om naar eigen smaak te ornamenteren. Dat doet ze met veel spelplezier. Het bruist, fonkelt en spettert, er straalt zoveel muzikantesk plezier vanaf, dat het - samen met haar metgezellen - uitmondt in een onweerstaanbaar luisterfeest, waardoor nog eens klip en klaar wordt bevestigd dat de blokfluitfamilie er echt nadrukkelijk bijhoort!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links