CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2016

 

Eötvös: DoReMi (Vioolconcert nr. 2) (2012) - Cello Concerto Grosso (2010/11) - Speaking Drums (2012/13)

Midori (viool), Jean-Guihen Queyras (cello), Martin Grubinger (slagwerk), Orchestre Philharmonique de Radio France o.l.v. Peter Eötvös

Alpha 208 • 71' •

Opname: november 2014, Auditorium de Radio France, Parijs

   

In tegenstelling tot veel van zijn componerende collega's schrijft de inmiddels 72-jarige Hongaarse dirigent, pedagoog en componist Peter Eötvös relatief (dit begrip mag in deze context best wel wat nadruk hebben!) toegankelijke muziek. Eind 2003 had collega Maarten Brandt een interview met Eötvös (klik hier). Daarin ging het ook over componeren. Een citaat: "Om aan te duiden hoe ik het absorberen van invloeden zie, gebruik ik graag het beeld van een plant die allerhande mineralen, vitaminen en zouten uit de bodem in zich opzuigt. Anders dan de generatie net voor mij, ik denk bij voorbeeld aan Witold Lutoslawski, voor wie het een keus betrof tussen of aansluiting vinden bij de Tweede Weense School dan wel bij Debussy en zijn navolgers, kan ik niet zeggen me specifiek tot deze of gene richting aangetrokken te voelen. Als het om de meest belangrijke invloeden uit mijn jeugd gaat, is het  zonneklaar dat Debussy, Bartók, Stravinsky, Boulez, Stockhausen en Miles Daves me in het bloed zitten, maar ook Schönberg, Berg en vooral Webern. Diens muziek zou ik dag en nacht kunnen dirigeren."

 
 
Peter Eötvös

Wat zeker ook een rol speelt bij zijn componeren is de dubbelrol die hij vervult van componist én dirigent, een op zich al fascinerende en vruchtbare voedingsbodem voor het scheppingsproces als componist. Er is die directe aanraking met klank en met musici waardoor het componeren zich bijna als vanzelfsprekend verplaatst van de abstractie van de schrijftafel naar de concretie van de concertzaal, een proces dat op de muziek van bijvoorbeeld Gustav Mahler een belangrijk stempel heeft gedrukt. Voor een componist is niets zo belangrijk als de praktische ervaring met de werkelijke klank. Dat is helaas iets dat veel componisten moeten ontberen en dat vaak in hun werk ook is terug te vinden. Doordat ze het bijna fysieke contact met de klank missen, is hun werk meer 'theoretisch' dan ze misschien zelf zouden willen. Met aan het eind van de rit altijd weer de vraag: "hoe zal het klinken?" Hoewel er uiteraard nog steeds toondichters zijn die zich al aan het bureau een volmaakte klankvoorstelling kunnen maken.

In de op deze nieuwe cd verzamelde drie stukken staan tevens drie solisten centraal die Eötvös tot het schrijven ervan hebben geïnspireerd: de violiste Midori voor DoReMi, de slagwerker Martin Grubinger voor Speaking Drums en de cellist Miklós Perényi voor het Cello Concerto Grosso. Wie van woordspelletjes houdt heeft misschien al prompt gezien dat DoReMi een permutatie is van de naam van Midori, terwijl het tegelijkertijd in tonen C-D-E betekent, of in de wereld van de getallen, 1-2-3. Het Celloconcert heeft, de titel zegt het al, duidelijk het gemeenschappelijke karakter van een celloconcert en een concerto grosso. Het solo-instrument is niet alleen ingebed in de acht celli van het orkest maar gaat ook met hen in dialoog, maar ook met het gehele orkest. Eötvös heeft het briljante werk duidelijk in de stijl van het achttiende-eeuwse concerto grosso gestalte gegeven, met een heuse solistengroep (concertino) en de ripieno, in bonte en soms zelfs groteske afwisseling. Het is een model dat onder meer Alfred Schnittke met groot succes is beproefd
Speaking Drums is tot in het kleinste detail uitgeschreven maar heeft desondanks veel weg van een improvisatie. Ook om te zien moet het een spectaculair stuk zijn, want de slagwerker moet zich letterlijk in allerlei bochten wringen, waarbij hij ook zijn stem moet gebruiken. Dansvormen spelen een bijna epische rol in het stuk, waarbij de protagonist zich in fysiek opzicht bepaald niet afzijdig mag houden! Het ritmische parcours komt niet alleen van het slagwerk maar ook van ritmisch uitgesproken lettergrepen. De eerste twee delen zijn gestoeld op teksten van de experimentele dichter Sándor Weöres (1913-1989), het slotdeel op een tekst van de Indische dichter Jayadeva, in het oorspronkelijk Sanskriet.

De partituren bezit ik niet, het visuele aspect wat betreft Speaking Drums ontbreekt bij een cd (op YouTube vindt u wel een zeer aansprekende beeldopname van een uitvoering van het stuk) maar alleen al afgaande op wat er uit de speakers komt hebben we te maken met modeluitvoeringen die bovendien een grote mate van authenticiteit uitstralen, want de componist staat in dit geval letterlijk aan het roer. Alpha heeft er schitterende opnamen van gemaakt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links