CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2017

 

Dvorák: Symfonie nr. 7 in d, op. 70 - Hymne 'De erfgenamen van de witte berg' op. 30 - De houtduif op. 110 - De waterman op. 107 - Het gouden spinnenwiel op. 109 - Heldenlied op. 111

Tsjechisch Filharmonisch Koor & Orkest, Praags Symfonieorkest, Praags Radiosymfonieorkest
Dirigenten: Zdenek Kosler, Zdenek Chalabala, Aloïs Klima

Praga Digitals PRD 250 369 • 80' + 79' • (2 cd's)

Opname: okt. 1961, okt. 1964, jan. 1972, Rudolfinum, Dvorák-zaal; Omroepstudio 1, Praag

 

Ik kan mij bij Antonín Dvorák veel voorstellen, maar niet dat hij, zoals de titel van deze cd-set aangeeft, een ‘cantor of inner Bohemia' zou zijn geweest. In het Engels is een cantor toch echt een voorzanger, hoewel dit begrip in de Duitstalige landen een andere betekenis heeft gekregen. Zo was de Thomascantor Johann Sebastian Bach bepaald geen voorzanger, al zal hij ongetwijfeld in de klaslokalen van de Thomasschool en tijdens repetities weleens voorgezongen hebben: “Nee jongens, dat moet zó klinken.”
Wie Dvorák wel was weten we natuurlijk allemaal wel. Hij excelleerde in ongelooflijk expressieve melodieën onder een stevig en buitengewoon afwisselend ritmisch fundament. En hij schudde die melodieën zomaar uit zijn mouw. Geen wonder dat de moeizaam werkende Johannes Brahms bijzonder jaloers was op zijn spontaan componerende tijdgenoot.

Het Tsjechische label Praga is dichtbij huis gebleven en heeft een aantal populaire en minder populaire van de grote Boheemse meester op twee cd's bij elkaar gebracht. Waar de opnamen precies vandaan komen heb ik niet kunnen achterhalen, maar veel doet het er niet toe. Je zou verwachten dat het van begin tot eind een idiomatisch getint feestje is, maar toch komen we ietwat bedrogen uit. Het minst slaagde de Zevende symfonie die tam begint, verderop slechts weinig aan vaart en esprit wint, en alleen in de finale het zo noodzakelijke Boheemse esprit verwerft. Leg er, om slechts drie andere dirigenten te noemen, Kubelik, Ferencsik of Mackerras naast en u weet het meteen. Interessant is wel de cantate ‘De erfgenamen van de witte berg', gebaseerd op een gedicht van Vitezslav Hálek, die we ditmaal mogen beluisteren in de versie van 1884. Het is bepaald geen dagelijkse kost. Wat ook geldt voor het zelden uitgevoerde 'Heldenlied'. De symfonische gedichten worden met gedegen vakmanschap vertolkt, maar ze steken daardoor niet boven de al bekende middelmaat uit. Al met al heeft Praga gezorgd voor een Tsjechische smaakmaker van nogal wisselende kwaliteit, terwijl de maaltijd ook niet zo bar smakelijk wordt opgediend: de opnamen zijn verre van spectaculair, om het eufemistisch uit te drukken. Vooral de geknepen strijkers en het afstandelijk gepositioneerde koor konden mij niet bekoren. Samenvattend geen uitgave om echt voor warm te lopen. De 'cantor' had beter verdiend. Tenzij u per se 'De erfgenamen' en 'Heldenlied' aan uw verzameling wilt toevoegen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links