CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2022

The Florentine Renaissance

Klik hier voor de inhoudsopgave

Orlando Consort: Matthew Venner (countertenor), Mark Dobell en Angus Smith (tenor), Donald Greig (bariton)
Hyperion CDA68349 • 73' •
Opname: jan. & nov. 2020, Parish Church of St John the Baptist, Essex (VK)

 

De Florentijnse Renaissance (ca. 1400-1512) heeft schitterende kunst opgeleverd. Er heerste in die tijd een enorme honger naar kennis en experiment, zoals we dat zo duidelijk terugzien in de schilderijen, beeldhouwwerken, architectuur én muziek uit die periode. In Florence ontstond samen met een groeiend zelfbewustzijn een zoektocht naar allerlei vormen van pure schoonheid. Overal in de stad waren werkplaatsen te vinden waar meesters, gezellen en leerlingen zich uitleefden in tekenen, schilderen en beeldhouwen. Er groeide een ware industrie omheen van pigmenten, doeken, panelen, steen- en granietdelving. En geld was er genoeg, mede dankzij de puissant rijke adel, waaronder in de periode 1434-1492 de invloedrijke Medici-familie. We zien in die tijd ook het tot bloei komen van het humanisme en de geometrie (meetkunde), waarvan de laatste zich ook uitstrekte tot de schilderkunst en de architectuur (o.a. de vele schitterend ontworpen palazzi getuigen ervan).

Dat ook de muziek binnen deze kaders een wezenlijke rol ten deel viel ligt uiteraard voor de hand. Niet alleen lokale en regionale componisten lieten letterlijk van zich horen, maar ook toondichters uit Frankrijg en de Lage Landen vestigden zich maar al te graag in het artistiek en financieel bruisende Florence, waaronder Guillaume Dufay, Gilles Binchois en Heinrich Isaac, drie componisten die ook op dit nieuwe album van het Orlando Consort vertegenwoordigd zijn.

Die artistieke weelde wordt in de vele motetten (ook van anonieme componisten) weerspiegeld, zoals deze cd ook laat horen. Het is een met zorg samengesteld programma dat niet nalaat grote indruk te maken, al vroeg ik mij daarbij wel herhaaldelijk af of in die tijd ook zo werd gezongen. Voorbeelden ervan zijn er uiteraard niet, maar onze muziekgeschiedenis is tamelijk rijk bedeeld met steekhoudende informatie en daaruit kan – zij het met enige voorzichtigheid – toch wel de conclusie worden getrokken dat vibrato not done was. De muziek zelf geeft er overigens ook geen aanleiding toe, terwijl er evenmin aanwijzingen zijn die het vibrato een onderdeel van de vocale kunstvorm toedicht. Al dient er eveneens aan worden toegevoegd dat we er geen enkel idee van hebben hoe goed (of hoe slecht…) er in die tijd door de koristen werd gezongen; bijvoorbeeld wat betreft de intonatie en de stembalans. Maar veel doet het er feitelijk ook niet toe als we als uitgangspunt nemen om (ook) dit repertoire zo goed mogelijk te zingen! Wat me dan tevens op het feit brengt dat deze vierstemmige motetten voor iedere zanger een buitengewoon grote moeilijkheidsgraad met zich meebrengen. Vibrato, hoe bescheiden ook, beïnvloedt onherroepelijk de intonatie en maakt het lastiger om de toch al zo delicate stembalans consequent vol te houden. Als pure strakheid de boventoon voert (dit geldt ook in meer letterlijke zin!), levert dit per saldo ook een scherper (of minder diffuus) zangprofiel op. Het Orlando Consort heeft, wat dit programma betreft, daarmee te dealen; en wij dus ook. De niet te ruime kerkakoestiek maakt dat ook goed hoorbaar.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links