CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2021

Officina Romana - A Wonder Lab at the Dawn of the 18th Century

Klik hier voor het programma

Carlo Vistoli (countertenor), Le Stagioni o.l.v. Paolo Zanzu
Outhere A485 • 69' •
Opname: juli 2020, Théâtre du Rempart, Semur-en-Auxois (F)

   

Het ligt niet zozeer voor de hand, maar de albumtitel Officina Romana verwijst naar een bekend essay van de Italiaanse kunsthistoricus Roberto Longhi: Officina Ferrarese, gepubliceerd in Rome in 1934. Vreemd genoeg is er nooit een vertaling van verschenen (al maken de fraaie illustraties veel goed), maar kort en bondig samengevat wordt in het boek uitgebreid ingegaan op de artistieke wonderen die in die tijd ontstonden in de Florentijnse werkplaatsen van de vele kunstenaars uit de Renaissance. Wat toen Firenze (of Florence) was voor de beeldende kunsten, was Rome voor de muziek, wat zich vervolgens in de Barok voortzette, met componisten als Caldara, vader en zoon Scarlatti, Gasparini, Cesarini, Corelli en vele anderen.

Firenze mag dan het epicentrum van de beeldende kunsten zijn geweest, ook in Rome wemelde het van schilders en beeldhouwers, naast wijsgeren en literatoren. Terwijl de muziek overal aanwezig was, in de kerken, kapellen, bij publieke evenementen, bijeenkomsten en officiële ontvangsten, maar ook als onderdeel van het gewone dagelijkse leven. En er waren altijd wel muziekminnende edellieden en prelaten die bereid waren om een respectabele duit in de zak te doen van componisten, librettisten, zangers en instrumentalisten. Kortom, ook in Rome bloeide het kunstleven volop. Dat trok musici uit binnen- en buitenland aan, die de muziek verstonden als hun gemeenschappelijke taal: de lingua franca, aan de basis waarvan de vocale muziek stond, met de ‘zingende' melodie als het kloppend hart, in aria's, sonates en concerti. Ze waren uiterst kunstig geweven, er sprak groot raffinement uit deze betoverende evocaties die terecht werden aangemerkt met sprezzatura: de kunst die de kunst verbergt. Want achter wat op het eerste gehoor zo buitengewoon bekoorlijk klonk, de pure schoonheid ervan, verborg zich de fijnzinnige kunst van het creëren ervan.

Geen wonder dus dat de subtitel die aan dit album is meegegeven zo treffend is: A Wonder Lab at the Dawn of the 18th Century. Een proefstation dus dat al deze kenmerken draagt en dankzij de countertenor Carlo Vistoli en Le Stagioni onder leiding van Paolo Zanzu het daarvoor vereiste vocale en instrumentale reliëf meekrijgt. Het is een buitengewoon goed geslaagde compilatie geworden van wat componisten in die tijd presteerden, al vind ik het wel jammer dat de aandacht zich daarbij al te sterk heeft gericht op Händel wiens werk we immers ook vanuit ander perspectief al zo goed kennen. Bovendien was er nog gemakkelijk ruimte geweest voor minstens tien minuten met aanvullend repertoire.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links