CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2015

 
   
   
   
   
   
 
   
 
   
   

Buxtehude - Opera Omnia XIX

Vocale werken - deel 9

Was frag' ich nach der Welt BuxWV 104 - Salve Jesu BuxWV 94 - Welt, packe dich BuxWV 106 - Was mich auf dieser welt betrübt BuxWV 105 - Pange lingua gloriosi BuxWV 91 - Accedite gentes, accurite populi BuxWV 1 - Fürchtet euch nicht, siehe ich verkündige euch grosse Freude BuxWV 30 - Ich habe Lust abzuscheiden BuxWV 46 - Schaffe in mir, Gott, ein rein Herz BuxWV 95 - O dulcis Jesu, o amor cordis mei BuxWV 83

Bettina Pahn, Dorothee Wohlgemuth, Amaryillis Dieltiens en Miriam Feuersinger (sopraan), Maarten Engeltjes (altus), Tilman Lichdi (tenor), Klaus Mertens (bas), Amsterdam Baroque Orchestra & Choir o.l.v. Ton Koopman (orgel)

Challenge Classics CC72258 • 79' •

Opname: juni en december 2012, juni 2013,
Waalse Kerk, Amsterdam

Buxtehude - Opera Omnia XX

Vocale werken - deel 10

Walts Gott, mein Werk ich lasse BuxWV 103 - Du Lebensfürst, Herr Jesu Christ BuxWV 22 - Wie schmeckt es so lieblich und wohl BuxWV 108 - Auf, Saiten, auf! Lasst euren Schall erklingen! BuxWV - O lux beata, trinitas BuxWV 89 - Nun freut euch, ihr Frommen, mit mir BuxWV 80 - Der Herr ist mit mir, darum fürchte ich mich nicht BuxWV 15 - Dixit Dominus Domino meo BuxWV 17 - Kommst du, Licht der Heiden BuxWV 66 - O fröhliche Stunden, o herrliche Zeit BuxWV 85 - O Jesu mi dulcissime BuxWV 88 - Ecco nunc benedicite Domino BuxWV 23 - Jesu, meine Freude, meines Herzens Weide BuxWV 60 - O fröhliche Stunden, o fröhliche Zeit BuxWV 84 - Gestreuet mit Blumen BuxWV 118 - Fallax mundus ornat vultus BuxWV 28 -Deh cedete il vostro vanto BuxWV 117 - Wo ist doch mein Freund geblieben? BuxWV 111 - Herr, auf dich traue ich BuxWV 35

Bettina Pahn, Dorothee Wohlgemuth, Amaryillis Dieltiens, Verena Gropper, Gerlinde Sämann en Miriam Feuersinger (sopraan), Maarten Engeltjes (altus), Tilman Lichdi en Joost van der Linden(tenor), Klaus Mertens (bas), Amsterdam Baroque Orchestra & Choir o.l.v. Ton Koopman (orgel)

Challenge Classics CC72259• 78' + 76' • (2 cd's)

Opname: juni, november-december 2012, januari en juni 2013 , Waalse Kerk, Amsterdam

www.challenge.nl

 


Hoe gaat het vaak met grote projecten? Ergens onderweg verslapt de belangstelling, sluipen er onnauwkeurigheden (of nog erger) in, neemt de inspiratie af en krijgt de routine daardoor de kans om zich te manifesteren. Het is een probleem van alle tijden en zeker niet alleen voorbehouden aan degenen wier geest, gemeten aan die van grootheden als Bach en Buxtehude, enige maten kleiner zijn. Ik denk niet dat wie dan ook dat met recht kan beweren van alle kerkcantates van Bach of van alle strijkkwartetten van Mozart of Haydn. Zwakke momenten, routinematige klussen, ze zijn er, al staat het technisch kunnen zonder uitzondering boven iedere verdenking. Bach moest voor iedere zondag een cantate leveren, Mozart en Haydn schreven 'in opdracht', en dat maakte het creatieve leven er in menig geval niet gemakkelijker op. Voor de niet scheppende, maar uitvoerende kunstenaars ligt de lat niet minder hoog: we verwachten geen inzinking, terwijl het technisch dik in orde moet zijn. Wat dat laatste betreft: dat lukt meestal wel, want evenals de componisten van weleer en van nu drijven de musici op de kurk van hun kennis en vakmanschap. Dat kwam ze uiteraard niet aangewaaid, integendeel: het moest, soms met veel pijn en moeite, worden verworven, maar als het er eenmaal is zal het, zij het niet zonder voortdurende oefening, zijn plaats in de artistieke hiërarchie behouden. Een professionele musicus die een slechte dag heeft zal, zeker vergeleken met semi-professional of amateur, altijd nog bovenmaats presteren. Er ligt als het ware een vloer onder, waarbij de kans groot is dat een toehoorder het niet eens in de gaten heeft dat het 'allemaal wat minder is'.

Het lijkt helder: de creatieve boog kan niet voortdurend gespannen staan en met die wetenschap is en blijft het verbazen hoezeer Ton Koopman, die onlangs 'zijn' Buxtehude-project met de verschijning van het twintigste en daarmee laaste deel heeft afgesloten, zich heeft vereenzelvigd met de muziek van Buxtehude en dat de luisteraar daarvan de rijpe vruchten mag plukken. Evenals zijn Bach-cantateproject is dit Buxtehude-project een juweel geworden, een briljant met meerdere facetten, zowel bezien vanuit het musicologisch als vanuit vertolkingsperspectief. Mogelijk dringt bij sommigen de gedachte zich op dat sprake is van een groeibriljant, het idee dat Koopman en zijn uitvoeringsapparaat naarmate de cyclus vorderde, steeds vaster in het zadel kwam te zitten, maar dat zou de prestatie duidelijk tekort doen; alleen in het echt prille begin is er iets minder sprake van de interpretatieve 'losheid' die zo duidelijk manifest werd en wat mij betreft als voorbeeld mag dienen voor iedere Buxtehude-interpretatie die hierna is gevolgd en nog zal worden gevolgd. Vergroeien met de materie betekent in dit geval een op het gehoor een weldadige luxe die ver afstaat van het schoolse karakter van wat in sommige kringen nog steeds wordt gezien als het wezen van de historiserende uitvoeringspraktijk. Mij niet gezien.

Wat mij zozeer fascineert in Koopmans Bach en Buxtehude, maar tevens Haydn en Mozart, is het puur spirituele karakter van zijn aanpak. Het fonkelt en het bruist, de accenten en versieringen vliegen je om de oren, maar dan in perfecte maatvoering (een kunst die bijvoorbeeld Harnoncourt zich niet zo gemakkelijk wist eigen te maken), zo gedoseerd dat het volkomen overtuigend is; terwijl het contemplatieve karakter van de muziek, met name in de langzame(re) delen, bij hem nooit tekortkomt, laat staan ontbreekt. Nooit is er de indruk van een tour-de-force, een zware opgave die tot een goed einde moet worden gebracht. De spirituele krachten die in deze uitvoeringen besloten liggen (of worden losgemaakt!) komen voort uit pure liefde voor deze muziek. Die spiritualiteit straalt af op ons toehoorders. Of zo zou het moeten zijn, waarbij we - net als bij Bach - op de koop toenemen dat ook Buxtehude niet honderden stukken lang de hoogste troeven kan uitspelen. Laten we toch dat vooral niet vergeten: het is mensenwerk, zowel wat het ontstaan als het uitvoeren van deze muziek betreft.

Ik schreef het al eerder, deze Buxtehude-cyclus begon als een logisch vervolg op Koopmans fenomenale Bach-cantatecyclus, een logische keus want Buxtehude was tenslotte Bachs pendant in Lübeck, terwijl het aan de beroemde Thomascantor te danken is dat de orgelwerken van Buxtehude goed bewaard zijn gebleven. Het was Bach die deze belangwekkende en schitterende muziek aan zijn leerlingen doorgaf.

Dieterich Buxtehude werd in 1637 in het Deense Oldesloe geboren, maar woonde en werkte het grootste deel van zijn leven in het Noord-Duitse Lübeck, waar hij in 1707 ook stierf. Als organist van de Marienkirche groeide Buxtehude uit tot een van de belangrijkste componisten in Duitsland. Een deel van zijn imposante muzikale nalatenschap liet zich echter niet zonder slag of stoot ontsluiten. De snelheid waarmee Koopman en de zijnen de muziek van Buxtehude op cd zet is daarom des te opmerkelijker, want er was veel musicologische huisvlijt voor nodig om de overgeleverde Buxtehude-manuscripten, gekopieerde partijen en gedrukte uitgaven zowel in het muziekhistorisch perspectief te plaatsen als gereed te maken voor de uitvoering van dit project. Dan nog bleef een aantal raadsels en onbeantwoorde vragen bestaan.
Terug naar de bron betekende in ieder geval dat een beroep moest worden gedaan op de verzameling van Buxtehudes oudere vriend Gustav Düben (1624-1690), organist bij de Duitse Kerk en kapelmeester bij het koninklijk hof in Stockholm. Het is aan hem te danken dat er nog zoveel werken van Buxtehude in geschreven vorm tenminste bewaard zijn gebleven. De in de Düben-verzameling van de universiteitsbibliotheek in Uppsala bewaarde ongeveer honderd manuscriptafschriften (waarvan er tachtig overigens nergens anders te vinden zijn!) hebben in Ton Koopmans Buxtehude-odyssee uiteraard een doorslaggevende rol gespeeld. Van Buxtehudes gehele nog overgebleven oeuvre zijn vrijwel geen originele manuscripten voorhanden; van zijn orgelwerken zelfs geen een. Het enorme belang van de Düben-collectie kan daaraan alleen al worden afgemeten. Dat Koopman het project heeft opgedragen aan de in 1992 overleden musicoloog Bruno Grusnick, de ontdekker van menige Buxtehude-schat in de muziekbibliotheek van Uppsala is een hommage die mede in muziekhistorisch perspectief mag worden geplaatst.

De enorme omvang van de beide projecten, Bach en Buxtehude, zowel in termen van voorbereiding als wat de daadwerkelijke vastlegging ervan betreft, brengt grote financiële risico's met zich mee, maar Koopman was, met zijn zakenpartner Ron van Eeden, bereid die te nemen. Zoals het label Challenge Classics bereid was om Antoine Marchand als sublabel te positioneren, terwijl de Sandoz familiestichting en Possehl-stichting in Lübeck verder financiële ondersteuning bieden. De uiteindelijke oogst: zo'n dertig cd's, verdeeld over de cantates, 'Abendmusiken', orgel- en klavecimbelwerken en de sonates voor kamerensemble.

Koopman heeft zijn project op drie wel heel erg stevige pijlers gezet: musicologisch onderzoek, de historisch (zeer goed!) geïnformeerde uitvoeringspraktijk en de uitvoeringskwaliteit. Wat we, samengevat, bij de gehele serie tot nu toe hebben gezien is een compromisloze benadering, met als gevolg dat voor de muziek van Buxtehude een grandioos klinkend monument is opgericht dat op dit gebied zijn weerga in de discografische geschiedenis niet kent. Koopman is net zo'n formidabele wegbereider als eens Gustav Leonhardt en Frans Brüggen, waarbij ik soms de indruk heb dat dit buiten onze landgrenzen scherper wordt gezien dan in ons eigen land.

De min of meer vaste bezettingskern heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het grote succes van dit Buxtehude-project. Het kan niet anders, dan dat naarmate het werk - ook in de meest letterlijke zin - vordert, de vocalisten, koorleden en musici meer en meer met dit repertoire vergroeid raken. Tijdens repetities zijn slechts een paar woorden genoeg om iets te duiden, te verhelderen, omdat het idioom zo vertrouwd is geworden. Die vertrouwdheid met dit idioom loont zich, zowel gemeten naar tijd als naar interpretatie. Zeker, het zijn allemaal professionals die van heinde en verre zijn gekomen, maar muziek zonder haar eigen grilligheden bestaat eenvoudig niet; althans niet op dit niveau. Dat geeft het werken aan een onderneming als deze naast het vertrouwde ook iets spannends, dat adequaat en kordaat moet worden ingespeeld op het onverwachte, omdat het net even anders loopt dan gedacht. Dit zijn geen werken die zich op de automatische piloot laten bedwingen of een routineuze aanpak verdragen. Daarom zijn er ook in dit achttiende deel zoveel fascinerende momenten, schuurt het als het schuren moet, maar zijn er evengoed zoveel van die net even geaccentueerde opstapmomenten die de aandachtig luisterende reiziger vervolgens verder voeren langs de mooiste landschappen, soms zelfs even de adem inhoudend door zoveel zich bijna als vanzelfsprekend ontvouwende schoonheid. Bux en Lux, ik durf het best in een adem te noemen.
Dat vertrouwde vinden we overigens ook terug in producer Tini Mathot, Ton Koopmans echtgenote en zelf musicus, en klankregisseur Adriaan Verstijnen: ze zijn al jaren met de uitvoeringen van zowel het ensemble als die van Ton Koopman als solist verbonden en kennen deze materie van binnen en van buiten. Al die inspanningen tezamen hebben een topproduct opgeleverd dat bovendien van grote historische betekenis is. Daar hoort ook bij dat de opnamen Auf, Saiten, auf! Lasst euren Schall erklingen! Het was niet aan dovemansoren gezegd.

__________________________

Klavecimbelwerken: Suites BuxWV 226-244; Suite in d; Suite in a BuwWV deest; Partite diverse sopra una aria d'Inventione "La Capricciosa" BuxWV 250; Courant simple in a BuwWV 245; Aria "More Palatino" BuxWV 247; Arias BuxWV 246, 248, 249; Canzonas BuxWV 166 & 168; Toccata BuxWV 165; Courante in d BuxWV Anh. 5

Orgelwerken: Auf meinen lieben Gott BuxWV 179; Erhalt uns Herr BuxWV 185; Es spricht der Unweisen Mund BuxWV 187; Durch Adams Fall BuxWV 183; Nun lob mein Seel den Herren BuxWV 213-215; Herr Jesu Christ, ich weiß gar wohl BuxWV 193; Komm, heiliger Geist, Herre Gott BuxWV 200; In dulci jubilo BuxWV 197; Ach Herr, mich armen Sünder BuxWV 178; Nun lob mein Seel den Herren BuxWV 213; Nun freut euch lieben Christen g'mein BuxWV 210; Von Gott will ich nicht lassen BuxWV 220; Ein feste Burg ist unser Gott BuxWV 184; Fugen BuxWV 174 & 175; Wie schön leuchtet der Morgenstern BuxWV 223; Nun komm der Heiden Heiland BuxWV 211; Puer natus in Bethlehem BuxWV 217; Christ unser Herr zum Jordan kam BuxWV 180; Ach Gott und Herr BuxWV 177; Danket dem Herren BuxWV 181; Der Tag, der ist so freudenreich BuxWV 182; Gelobet seist du, Jesu Christ BuxWV 188; Komm, heiliger Geist BuxWV 199; Lobt Gott, ihr Christen allzugleich BuxWV 202; Wir danken dir, Herr Jesu Christ BuxwV 224; Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ BuxWV 196; Vater unser im Himmelreich BuxWV 219; Nun lob mein Seel den Herren BuxWV 212; Kommt her zu mir BuxWV 201; Es ist das Heil uns kommen her BuxWV 186; Jesus Christus, unser Heiland BuxWV 198; Gott der Vater wohn uns bei BuxWV 190; Nimm von uns, Herr BuxWV 207; Gelobet seist du, Jesu Christ BuxWV 189; Choräle BuxWV 192, 194, 206, 208; Canzonettas BuxWV 169, 167, 171, 172, 173, 225; Toccaten BuxWV 156, 157, 164; Magnificate BuxWV 203-205; Fugen BuxWV 17, 074, 175; Präludien BuxWV 137, 138, 139, 140, 141, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 162, 163; Ciaconas BuxWV 159, 160; Passacaglia BuxWV 161; Canzona BuxWV 170

Vocale werken: Was frag' ich nach der Welt BuxWV 104; Salve Jesu BuxWV 94; Welt, packe dich BuxWV 106; Was mich auf dieser Welt betrübt BuxWV 105; Pange lingua gloriosi BuxWV 91; Accedite gentes, accurrite populi BuxWV 1; Fürchtet euch nicht, siehe ich verknündige euch große Freude BuxWV 30; Ich habe Lust abzuscheiden BuxWV 46; Schaffe in mir Gott, ein rein Herz BuxWV 95; O dulcis Jesu, o amor cordis mei BuxWV 83; Wachet auf, ruft uns die Stimme BuxWV 100 & 101; O clemens, o mitis BuxWV 82; Gen Himmel zu dem Vater mein BuxWV 32; Surrexit Christus hodie BuxWV 99; Lauda anima mea Dominum BuxWV 67; Mein Herz ist bereit BuxWV 73; Singet dem Herrn ein neues Lied BuxWV 98; Meine Seele, willtu ruhn BuxWV 74; Herr, ich lasse dich nicht BuxWV 36; O Gottes Stadt, o güldnes Licht BuxWV 87; Wie soll ich dich empfangen BuxWV 109; Sicut Moses exaltavit serpentem BuxWV 97; Salve desiderium, salve clamor gentium BuxWV 93; Gott hilf mir, denn das Wasser geht mir bis an die Seele BuxWV 34; An filius non est Dei BuxWV 6; All solch dein Güt' wir preisen BuxWV 3; Schwinget euch himmelan BuxWV 96; Laudate, pueri, Dominum BuxWV 69; An filius non est Dei BuxWV 6; All solch dein Güt' wir preisen BuxWV 3; Schwinget euch himmelan BuxWV 96; Laudate, pueri, Dominum BuxWV 69; Mit Fried und Freud-Klag-Lied BuxWV 76; O wie selig sind BuxWV 90; Du Frieden-Fürst, Herr Jesu Christ BuxWV 21; Fürwahr, er trug unsere Krankheit BuxWV 31; Herzlich tut mich verlangen BuxWV 42; Nimm von uns, Herr BuxWV 78; Quemadmodum desiderat cervus BuxWV 92; Ich halte es dafür BuxWV 48; Ich sprach in meinem Herzen BuxWV 49; Jesu, meiner Freuden Meister BuxWV 61; Wär Gott nicht mit uns diese Zeit BuxWV 102; Dein edles Herz, der Liebe Thron BuxWV 14; Wenn ich, Herr Jesu, habe dich BuxWV 107; Domine salvum fac regem et exaudi nos BuxWV 18; Nichts soll uns scheiden von der Liebe Gottes BuxWV 77; Nun danket alle Gott BuxWV 79; Lauda Sion Salvatorem BuxWV 68; Ich habe Lust abzuscheiden BuxWV 47; Auf, stimmet die Saiten BuxWV 116; Aperite mihi portas justitiae BuxWV 7; Herzlich lieb hab ich dich, o Herr BuxWV 41; Mein Gemüt erfreuet sich BuxWV 72 Klinget für Freuden, ihr lärmen Klarinen BuxWV 119 A; Schlagt, Künstler, die Pauken und Saiten BuxWV 122; Eins bitte ich vom Herrn BuxWV 24; Entreisst euch, meine Sinnen BuxWV 25; Jesulein, du Tausendschön BuxWV 63; Klinget mit Freuden, ihr klaren Klarinen BuxWV 119 B; Alles was ihr tut mit Worten oder mit Werken BuxWV 4; Je höher du bist BuxWV 55; Herr, wenn ich nur dich habe (II) BuxWV 39; Ich bin die Auferstehung und das Leben BuxWV 44; Herr, wenn ich nur dich hab (I) BuxWV 38; Bedenke Mensch das Ende BuxWV 9; Ich bin eine Blume zu Saron BuxWV 45; Jesu, komm, mein Trost und Lachen BuxWV 57; Gott fähret auf mit Jauchzen BuxWV 33; Jesu dulcis memoria BuxWV 56; Erfreue dich, Erde! BuxWV 26; Lobe den Herrn, meine Seele BuxWV 71; O Gott, wir danken deiner Güt BuxWV 86; Canite Jesu nostro BuxWV 11; Erhalt uns, Herr, bei deinem Wort BuxWV 27; Att du, Jesu, vil mig höra BuxWV 8; Man singet mit Freuden vom Sieg BuxWV Anh. 2; Frohlocket mit Händen BuxWV 29; Wo soll ich fliehen hin? BuxWV 112; Ist es recht, daß man dem Kaiser Zinse gebe oder nicht? BuxWV 54; Also hat Gott die Welt geliebet BuxWV 5; In te, Domine, speravi BuxWV 53; Herr, nun läßt du deinen Diener BuxWV 37; Jesu, meine Freud und Lust BuxWV 59; Das neugeborne Kindelein BuxWV 13; Benedicam Dominum BuxWV 113; Befiehl dem Engel, daß er komm BuxWV 10; In dulci jubilo BuxWV 52; Jubilate Domino omnis terra BuxWV 64; Ich suchte des Nachts in meinem Bette BuxWV 50; Du Frieden-Fürst, Herr Jesu Christ BuxWV 20; Divertissons nous aujourd'hui BuxWV 124; Magnificat anima mea, Domine BuxWV Anh. 1; Wie wird erneuet, wie wird erfreuet BuxWV 110; 1. Ihr lieben Christen, freut euch nun BuxWV 51; Afferte Domino gloriam honorem BuxWV 2; Drei schöne Dinge sind BuxWV 19; Missa brevis BuxWV 114; Liebster, meine Seele saget BuxWV 70; Canon duplex per augmentationem BuxWV 123; Cantate Domino canticum novum BuxWV 12; Nu lat oss Gud, var Herre BuxWV 81; Herren var Gud BuxWV 40; Heut triumphieret Gottes Sohn BuxWV 43; Kantate "Membra Jesu nostri"; Oratorium "Das jüngste Gericht" (Wacht! Euch zum Streit gefasset macht); Canon & Gigue BuxWV 121; Walts Gott, mein Werk ich lasse BuxWV 103; Du Lebensfürst, Herr Jesu Christ BuxWV 22; Wie schmeckt es so lieblich und wohl BuxWV 108; Auf, Saiten, auf! Laßt euren Schall erklingen BuxWV 115; O Lux beata, trinitas BuxWV 89; Nun freut euch, ihr Frommen, mit mir BuxWV 80; Der Herr ist in mir BuxwV 15; Dixit Dominus BuxWV 17; Kommst du, Licht der Heiden BuxWV 66; O fröhliche Stunden BuxWV 85; O Jesu mi dulcissime BuxWV 88; Ecce nunc benedicite Domino BuxWV 23; Jesu, meine Freude BuxWV 60; O fröhliche Stunden BuxWV 84; Gestreuet mit Blumen BuxWV 118; Fallax mundus ornat vultus BuxWV 28; Deh cedete il vostro vanto BuxWV 117; Wo ist doch mein Freund geblieben BuxWV 111; Herr, auf dich traue ich BuxWV 35

Kamermuziek: Sonates voor 2 Violen, Viola da gamba, Bc BuxWV 266, 269, 271; Sonates voor Viool, Viola da gamba, Bc BuxWV 272, 273, Anh. 5; Sonate voor Viola da gamba, Violone, Bc BuxWV 267; Sonate voor Viola da gamba & Bc BuxWV 268; Sonate (met Suite) voor Viool, Viola da gamba, Bc BuxWV 273; Triosonates op. 1 Nr. 1-7 & op. 2 Nr. 1-7 voor Viool, Viola da gamba, Bc
+Bruhns: Orgelwerken

Complete Deluxe-editie met uitvoerige toelichtingen en dvd "Live to be a Hundred" met Ton Koopman aan het werk + interview.

Challenge Classics CC72261 (29 cd's + 1 dvd)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links