CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2021

Sainte-Hélène - La légende napoléonienne

Klik hier voor het programmaoverzicht

Les Lunaissiens, Les Cuivres Romantiques
Muso mu-044 • 63' •
Opname: dec. 2020, Amphithéâtre, La Cité de la Musique, Philharmonie de Paris
https://www.youtube.com/watch?

   

Geen hoogdravend, maar wel een alleraardigst album, gewijd aan de liederen die werden gezongen naar aanleiding van de successen en nederlagen van Napoleon Bonaparte, de kleine korporaal en latere keizer en veldheer die bij leven al tot een legende uitgroeide en, voorgoed verbannen, op 5 mei 1821 op het eiland Sint-Helena overleed. In Frankrijk, maar ook ver daarbuiten was hij overal present, geïdealiseerd, aanbeden, maar ook gevreesd en veracht. Zijn overwinningen werden door de Fransen luidkeels gevierd, de enorme verliezen op de vele slagvelden weggemoffeld of verafschuwd of – afhankelijk van het kamp van voor- of tegenstanders – met groot enthousiasme begroet.

Ook tussen al die liedcomponisten (het moeten er honderden zijn geweest!) waren, hoe kan het ook anders, eveneens voor- en tegenstanders van zijn regiem. En niet eenieder wilde met naam en toenaam daarmee de geschiedenis ingaan, met als gevolg dat veel liederen zijn overgeleverd uit anonieme bron. Het 'effect'was er evenwel niet minder om: ook dit artistieke arsenaal bleek in handen van de machthebbers een uiterst doelmatig wapen in de strijd tegen de vijand en ter versterking van het nationaal bewustzijn. Zo was het althans in Frankrijk.

Naast componisten als Joseph-David Buhl, Emile Debraux, Giovanni Pasiello, Loïsa Puget, Pierre-Jean de Béranger en Luigi Cherubini komt ook een aantal anonieme bijdragen voorbij.

Het ensemble Les Lunaissiens heeft samen met Les Cuivres Romantiques de strijd aangebonden met 23 liederen, marsen en fanfarestukken uit die tijd, van componisten als Joseph-David Buhl, Emile Debraux, Giovanni Pasiello, Loïsa Puget, Pierre-Jean de Béranger en Luigi Cherubini. Ook - u las het al - komt een aantal anonieme bijdragen voorbij. Bij al deze uiterst kleurrijke verscheidenheid doet zich een voor de hand liggend ‘probleem' voor: mogen die wel of niet cosmetisch worden aangekleed? We zijn op de kop af tweehonderd jaar verder na de dood van Napoleon en we hebben er geen enkel idee van hoe die liederen, fanfares en marsen in die tijd geklonken hebben. Niet alleen inhoudelijk, maar ook qua klank (wat voor het ene miniatuur weer sterker geldt dan voor het andere). Ook als er instrumenten uit die tijd van stal zijn gehaald om daarmee zo dicht mogelijk bij de ‘waarheid' te kunnen komen, zoals in dit geval (replica's van) natuurtrompetten, bugels, hoorns, trombones, zelfs een heuse ophicléide, slagwerk, serpent en ‘orgue de barbarie'. Ook de piano stamt uit die tijd: een Érard uit 1802, weggeplukt uit het Parijse Musée de la musique (tegenwoordig ondergebracht in de Philharmonie en absoluut een bezoek waard!) Zoveel is duidelijk: bezien vanuit de historiserende uitvoeringspraktijk is er alles aan gedaan om tot een historisch verantwoord concept te komen. Misschien werd er in die tijd minder beschaafd gezongen en gespeeld dan nu, waren fraseringen en dynamiek anders, maar wat wel vaststaat is dat dit een echt bijzondere uitgave is die voor menigeen onvermoede vergezichten zal openen op een tijdperk dat we vooral uit boeken en van schilderijen kennen. De gezongen teksten zijn keurig in het boekje afgedrukt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links