CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2021

Benjamin Britten - A Ceremony of Carols

Britten: Venite exultemus Domino - Te Deum - Jubilate Deo - Deus in adjutorium meum intende - A Hymn to the Virgin - A Hymn of St Columba - Hymn to St Peter - The Sycamore Tree - The Holly and the Ivy - Sweet was the Song the Virgin sung - A Ceremony of Carols - A New Year Carol

Ireland: The Holy Boy

Bridge: Music, when soft voices die

Holst: This have I done for my true love

Tanya Houghton (harp), Eleanor Carter, Ashley Chow (orgel), Choir of Clare College, Cambridge o.l.v. Graham Ross
Harmonia Mundi HMM 905329
• 75' •
Opname: juni 2019, All Hallows’ Church, Gospel Oak (VK)

   

Kerstmis ligt alweer achter ons en dus zal niemand nog met kerstgedachten rondlopen. De kerstboom is in vlammen opgegaan of zomaar langs de straat neergegooid (alleen de goedwillenden hebben de tocht naar de afvalverwerking (willen maken). De kerstballen en lampjes zijn weer opgeborgen, de wenskaarten in de doos gestopt of gewoon weggegooid. Wat voor zin heeft het dan nog om specifiek met Kerst verband houdende muziek te bespreken? Het antwoord is uiteraard aan u, maar zelf til ik er niet zo zwaar aan, zoals ik er ook geen moeite mee heb om midden in de zomer een concert met Bachs Johannes- of Matthäus-Passion bij te wonen, zoals me herhaaldelijk in Duitsland maar ook elders is overkomen.

Op het voorliggende album (het kwam uit in oktober van het vorig jaar) draait het om pure kerstmuziek, zoals de titels van de verschillende koorstukken al aangeven. Het programma is zeker met zorg gekozen, al valt ‘Music, when soft voices die' van Frank Bridge wel degelijk uit de ‘kerstboot', terwijl het bovendien geen religieuze strekking heeft. Het is me dan ook niet duidelijk waarom de samensteller, Graham Ross, ervoor heeft gekozen. Wat niet wegneemt dat het een ‘lovely piece' is.

Duidelijk is wel dat het programma is opgebouwd vanuit Brittens ‘A Ceremony of Carols', gecomponeerd in 1942, een compositie waaraan – hoe kan het eigenlijk anders – een verhaal vastzit. Op 16 maart 1942 vertrokken Britten en zijn levenspartner, de tenor Peter Pears, uit New York richting Engeland. Ze hadden drie succesvolle maanden achter de rug en vonden het weer tijd om naar huis te gaan. Aldus stapten ze aan boord van het Zweedse vrachtschip ‘Axel Johnson' voor de tocht over de Atlantische Oceaan. Ze hadden een lange zeereis in het vooruitzicht, zouden bijna een maand onderweg zijn. Ondanks dat het gevaar van de Duitse onderzeeboten dat overal loerde en iedereen aan boord op zijn hoede moest zijn, verveelden de beide Amerikagangers zich een hoedje. Om toch de tijd enigszins te doden had Britten al vooraf besloten om, eenmaal aan boord, verder werken aan twee nieuwe composities waaraan hij kort daarvoor was begonnen: de ‘Hymn to St. Cecilia' en een stuk voor de Amerikaanse klarinettist Benny Goodman. De beide manuscripten zaten dus keurig in zijn koffer en bij inscheping leek er leek niets aan de hand, totdat tot grote ontsteltenis van hen beiden een overijverige douaneambtenaar de beide manuscripten in beslag nam in de (nogal domme) veronderstelling dat zich in of tussen de noten weleens een ‘geheime code' kon bevinden. De protesten, verklaringen en smeekbeden ten spijt bleef de beambte bij zijn standpunt en moest het tweetal vertrekken zonder de beide manuscripten. Eenmaal terug in Engeland zou Britten wat betreft de ‘Hymn' de draad wel weer oppakken, maar van het stuk voor Goodman is nooit meer iets vernomen.

Eenmaal goed en wel onderweg werd het Canadese Halifax aangedaan, waar de passagiers even van boord mochten. Britten en Pears strekten de benen, gingen het stadje in en vonden wonderwel in een antiquariaat een boek met daarin middeleeuwse gedichten. Brittens belangstelling was gewekt, rekende af en nam het boek onder de arm mee naar boord. Zich er eenmaal in verdiepend raakte hij er dusdanig van onder de indruk dat de inspiratie opvlamde en hij zich aan het componeren van de geselecteerde teksten zette. Zo ontstond deels ‘Ceremony of Carols' en eenmaal thuis componeerde hij de rest. Het werk is gezet voor driestemmig jongenskoor en harp.

In zijn lijvige Britten-biografie, in 1992 verschenen bij Faber & Faber, heeft Humphrey Carpenter de titel van het werk enigszins in diskrediet gebracht door te stellen dat het geen ‘Ceremony' betreft en dat het evenmin ‘Carols' zijn, wat zelfs bij oppervlakkige beschouwing volstrekt onzin is: alleen al de gezongen teksten vertellen een ander verhaal. Al kan over de term ‘Ceremony' wel worden gediscussieerd, waarbij het er overigens alleen maar om gaat of het werk wel of niet als een ‘ceremoniële uitingl' dient te worden opgevat (een voorgeschreven, volgens vaste regels geordende plechtigheid of gebeurtenis, wel of niet kerkelijk).

Britten had ‘iets' met jongens. Biografen en tijdgenoten hebben daarover niet alleen in positieve zin bericht, zoals we allemaal wel weten. Voor de muziekliefhebber is het echter van groter belang dat jongensstemmen regelmatig in Brittens koorwerken maar ook in zijn opera's een belangrijke plaats hebben gekregen, zoals ook in ‘Ceremony of Carols'. Echter, deze cd biedt niet de originele versie, maar Julius Harrisons bewerking voor gemengd koor (sopraan, alt, tenor, bas), wat ik helaas niet zo'n geslaagd uitgangspunt vind. Waar Harrison (1885-1963) immers mee ‘afrekent' is met de puurheid en onschuld en daaraan inherent het bijna breekbare, het fragile, eigenschappen die we nu eenmaal met (hoge) jongensstemmen verbinden en die, vooral door de inbreng van de tenor- en basstemmen, door deze bewerking merendeels verloren gaan. Het voordeel van de transcriptie is dan weer dat het werk daardoor bereikbaar wordt voor gemengde koren. Hoe Britten er zelf over heeft gedacht weten we niet, maar wel dat hij er toentertijd althans openlijk geen bezwaar tegen heeft gemaakt, mogelijk gevoed door de gedachte dat deze aangepaste versie (meer) geld op de plank kon brengen. De opbrengst van de uitvoeringsrechten vloeide immers niet alleen naar Harrison, maar ook naar Britten.

Op dit exquise programma staan meer capella koorwerken van Britten, zoals er ook werk is opgenomen van John Ireland (1879-1962), Gustav Holst (1874-1934) en de reeds genoemde Frank Bridge (1879-1941), allen tijdgenoten van Britten (1913-1976). Er zijn ook duidelijk aanwijsbare connecties: zo kreeg Britten les van Ireland en Bridge, en onderhield de componist nauwe banden met de dochter van Gustav Holst, Imogen.

Het koor van Clare College uit Cambridge presteert fenomenaal, en al evenmin een kritische noot aangaande de instrumentale bijdragen van de harpiste Tanya Houghton en de organisten Eleanor Carter en Ashely Chow. Ook de door John Rutter verzorgde opname laat geen enkele wens onvervuld. De in het cd-boekje opgenomen toelichting van Alex Ross zet de kroon op dit zonder meer indrukwekkende project. Kortom, neem er kennis van, al is dan het geen Kerst meer! En anders: wat in het vat zit verzuurt niet, want het wordt ongetwijfeld opnieuw Kerstmis.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links